Civiel recht overig
onvoldoende bewijs dat telefonisch bestelde producten bij koper zijn bezorgd
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 oktober 2016
ECLI:NL:RBZWB:2016:6738 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19 oktober 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2016-6738
Zaakgegevens
Op 19 oktober 2016 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2016
- Datum publicatie
- 27 oktober 2016
- Zaaknummer
- 5225772
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2016:6738
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
onvoldoende bewijs dat telefonisch bestelde producten bij koper zijn bezorgd
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Kanton
Zittingsplaats: Middelburg
zaak/rolnr.: 5225772 / 16-4344
vonnis van de kantonrechter d.d. 19 oktober 2016
in de zaak van
de besloten vennootschap
Direct Pay Services B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Barendrecht,
als rechtsopvolger onder bijzondere titel van
de besloten vennootschap CALL2COLLECT B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
eisende partij,
verder te noemen: DPS,
gemachtigde: Webcasso B.V.,
t e g e n :
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
verder te noemen: [gedaagde] ,
in persoon.
het verloop van de procedure
- dagvaarding van 22 juni 2016,
- schriftelijk antwoord,
- conclusie van repliek,
- schriftelijke toelichting.
de beoordeling van de zaak
1. [gedaagde] heeft telefonisch bij Tommy Teleschopping Callcenter (hierna: TT) Lizz facelift serum en Lizz mouth Contour crème besteld. DPS, rechtsopvolger onder bijzondere titel, stelt dat deze bestelling bij [gedaagde] is afgeleverd en door haar is ontvangen. [gedaagde] betwist echter de producten te hebben ontvangen en heeft om die reden betaling van de factuur achterwege gelaten.
2. DPS vordert [gedaagde] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld om haar te voldoen
( i) een bedrag van € 91,57 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
(ii) € 40,00 terzake van de kosten tot verkrijging van voldoening buiten rechte te vermeerderen met wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
(iii) de proceskosten.
De kantonrechter stelt vast dat niet in geschil is dat DPS door cessie rechthebbende is geworden van de gestelde vordering en dat zij daarom [gedaagde] in rechte mag betrekken. Verder stelt de kantonrechter vast dat niet in geschil is dat tussen [gedaagde] en de rechtsvoorganger van DPS, TT, een koopovereenkomst is gesloten op grond waarvan TT zich heeft verplicht om [gedaagde] zaken te leveren en Sulmann zich heeft verplicht daarvoor te betalen.
Na de gemotiveerde betwisting van de ontvangst van de producten door [gedaagde] is het aan DPS om van de aflevering aan én ontvangst door [gedaagde] nader bewijs te leveren. DPS heeft bij repliek in het geding gebracht een overzicht waaruit volgens haar blijkt dat de gekochte producten aan [gedaagde] zijn geleverd en door haar zijn ontvangen. Inderdaad is in het als productie 3 ingebrachte overzicht vermeld dat “het pakket is bezorgd”, maar hieruit blijkt niet dat het daadwerkelijk aan het adres van [gedaagde] is bezorgd c.q. afgeleverd en vervolgens ook door [gedaagde] is ontvangen.
DPS stelt dat [gedaagde] tijdig kenbaar had moeten maken dat de zaken niet had ontvangen, zodat TT in de gelegenheid zou zijn gesteld om het vermeende euvel te herstellen en dat, nu [gedaagde] dit niet heeft gedaan, zij voor de bestelling dient te betalen. DPS heeft echter nagelaten feiten en omstandigheden te stellen die maken dat [gedaagde] gelet op de eisen van redelijkheid en billijkheid dit had moeten melden.
4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering wordt afgewezen. DPS dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van [gedaagde] worden tot op heden begroot op nihil.
de beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
veroordeelt DPS in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [gedaagde] tot op heden worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. van Voorthuizen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.