Civiel recht overig

Vordering Q-Park wegens onrechtmatig verlaten van parkeergarage zonder betaling, “treintje rijden”. Geen…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 maart 2018

Zaakgegevens

Op 14 maart 2018 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
14 maart 2018
Datum publicatie
20 maart 2018
Zaaknummer
6471449
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2018:1655
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering Q-Park wegens onrechtmatig verlaten van parkeergarage zonder betaling, “treintje rijden”. Geen conclusie van dupliek genomen. Vordering tot betaling van tarief en schadevergoeding toegewezen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Middelburg

zaak/rolnr.: 6471449 / 17-4924

vonnis d.d. 14 maart 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS I B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eiseres,

gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. de dagvaarding van 7 november 2017 met producties;

b. de conclusie van antwoord;

c. de conclusie van repliek met producties.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, kosten rechtens.

2.2

Gedaagde heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd.

2.3

Eiseres heeft de vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het antwoord van gedaagde op die vordering gemotiveerd weersproken.

2.4

Van de vervolgens geboden gelegenheid hierop nogmaals een reactie te geven heeft gedaagde geen gebruik gemaakt.

2.5

Aangezien de niet weersproken (nadere) stellingen van eiseres het verweer van gedaagde voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen, zal de vordering worden toegewezen.

2.6

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 3 januari 2017, behoudens de over de buitengerechtelijke kosten gevorderde rente. Die zal worden toegewezen vanaf 7 november 2017.

2.7

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 350,70 vermeerderd met de wettelijke rente over € 318,00 vanaf 3 januari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en over € 47,70 vanaf 7 november 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 320,51, daarin begrepen een bedrag van € 120,00 als salaris voor de gemachtigde van eiseres;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2018.

(mdk)