Civiel recht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bodemzaak · Civiel recht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 juli 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:6499 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2022-6499
Zaakgegevens
Op 20 juli 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 20 juli 2022
- Datum publicatie
- 4 november 2022
- Zaaknummer
- 9689561_E20072022
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:6499
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen dupliek.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 9689561 CV EXPL 22-603
vonnis d.d. 20 juli 2022
inzake
de stichting Stichting Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling in het Kappersbedrijf ,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht ,
eiseres,
gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V., gevestigd te Amersfoort,
tegen
[gedaagde] handelend onder de naam [gedaagde],
wonende te [adres gedaagde] ,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen zullen hierna aangeduid worden als “ SFK ” respectievelijk “ [gedaagde] ”.
1 De procedure
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het exploot van dagvaarding van 1 februari 2022 met producties;
b. de akte vermindering van eis van 16 februari 2022;
c. de conclusie van antwoord met producties;
d. de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermindering van eis met producties;
e. de aantekeningen van de griffier op het audiëntieblad van 8 juni 2022.
De inhoud van deze stukken, met inbegrip van de daarbij overgelegde bescheiden, geldt als hier ingelast.
2 Het geschil en de beoordeling
SFK heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 274,41 (bestaande uit de hoofdsom: € 215,64, vervallen wettelijke rente tot 26 januari 2022: € 10,37 en buitengerechtelijke incassokosten: € 48,40 inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 215,64 vanaf 26 januari 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, alsmede [gedaagde] in de kosten van de procedure te veroordelen.
SFK heeft bij akte van 16 februari 2022 haar vordering verminderd met een door haar op 14 februari 2022 ontvangen bedrag van € 219,04. Dit bedrag strekt in de eerste plaats in mindering op de gevorderde hoofdsom van € 215,64. Het restant van € 3,40 (€ 219,04 -/-
€ 215,64) strekt in mindering op het bedrag van € 10,37 ter zake vervallen wettelijke rente.
[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord bezwaar gemaakt tegen de medegevorderde kosten. [gedaagde] stelt dat zij deze kosten niet verschuldigd is, omdat de brieven/facturen, ondanks de wijziging van het adres in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel naar het oude adres van de salon ( [adres] ) zijn gezonden.
SFK heeft haar vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het antwoord van [gedaagde] op die vordering gemotiveerd weersproken. SFK heeft uit coulance afgezien van haar vordering tot betaling van het restant van de gevorderde wettelijke rente
(€ 10,37 minus € 3,40). De vordering van SFK ziet derhalve enkel op de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Van de vervolgens geboden gelegenheid om op de conclusie van repliek te reageren heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt.
Daarmee staat als niet weersproken vast dat [gedaagde] wel door SFK op het bij de KvK geregistreerde adres is aangeschreven en dat, voor zover [gedaagde] bepaalde brieven niet heeft ontvangen, dit in haar risicosfeer is gelegen omdat zij haar verhuizing niet tijdig heeft doorgegeven. Verder wordt ervan uitgegaan dat zij sommaties ook per e-mail heeft ontvangen. Nu de in de conclusie van repliek niet weersproken nadere stellingen van SFK het verweer van [gedaagde] voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen zal de vordering worden toegewezen.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij tevens worden veroordeeld in de proceskosten van SFK . Die kosten worden tot en met vandaag vastgesteld op € 407,52, bestaande uit € 129,52 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 150,- (2 punten x € 75,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde van SFK .
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan SFK te betalen een bedrag van € 48,40;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van SFK tot op heden vastgesteld op € 407,52;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op
20 juli 2022.