Civiel recht overig
Eisvermindering nadat gedaagde inmiddels een contract heeft afgesloten met een energieleverancier…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24 mei 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:3772 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2023-3772
Zaakgegevens
Op 24 mei 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2023
- Datum publicatie
- 31 mei 2023
- Zaaknummer
- 10307867 CV EXPL 23-321
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:3772
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eisvermindering nadat gedaagde inmiddels een contract heeft afgesloten met een energieleverancier. Veroordeling pk. Omstandigheden van gedaagde blijven voor haar rekening.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10307867 \\ CV EXPL 23-321
Vonnis van 24 mei 2023
in de zaak van
ENEXIS NETBEHEER B.V. ,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Enexis,
gemachtigde: Flanderijn & van Eck,
tegen
IMEN HOLDING B.V. ,
te Tilburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Imen Holding B.V.,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord van Imen Holding B.V.
- de akte van Enexis
- de akte van Imen Holding B.V.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 Het geschil
Enexis heeft bij dagvaarding – samengevat – gevorderd een verklaring voor recht af te geven dat zij gerechtigd is om de aansluitingen op het energienetwerk op het verbruiksadres (zoals genoemd in de dagvaarding) af te sluiten, Imen Holding B.V. te veroordelen tot (tijdelijke en gedeeltelijke) ontruiming van het verbruiksadres om deze aansluiting(en) te kunnen afsluiten en Imen Holding B.V. te bevelen om de meters terug te geven aan Enexis. Enexis legt aan deze vorderingen ten grondslag dat Imen Holding B.V. geen contract heeft afgesloten met een energieleverancier, nadat Enexis hier meerdere keren om heeft gevraagd. In zo’n situatie is Enexis, als netbeheerder, verplicht om het transport van energie te beëindigen, omdat zij geen energie, goederen of diensten mag leveren waarmee zij in concurrentie treedt.
Imen Holding B.V. heeft in haar conclusie van antwoord – samengevat – aangevoerd dat zij een contract had bij een leverancier, maar dat zij door de gestegen energieprijzen de facturen niet meer kon betalen, waarna dit contract is beëindigd. Het lukte Imen Holding B.V. vervolgens niet om een nieuw contract af te sluiten met een andere leverancier. Inmiddels is dit wel gelukt. Per 1 maart 2023 heeft zij een contract afgesloten met een andere leverancier. Imen Holding B.V. wil niet worden afgesloten van de energie, want dan kan zij haar bedrijf niet meer voortzetten.
Enexis heeft bij akte – samengevat – haar vorderingen verminderd, omdat Imen Holding B.V. inmiddels een energiecontract heeft afgesloten en de vorderingen over de afsluiting en de samenhangende kosten daarmee komen te vervallen. Wel vordert Enexis nog om Imen Holding B.V. te veroordelen in de proceskosten, omdat Imen Holding B.V pas ná betekening van de dagvaarding het contract heeft afgesloten en Imen Holding B.V. dit, ondanks meerdere verzoeken van Enexis, niet eerder heeft gedaan.
Imen Holding B.V. voert in haar antwoordakte aan dat zij het niet eens is met de proceskosten, omdat zij niet om deze procedure heeft gevraagd. Zij geeft aan dat zij steeds heeft geprobeerd contact te zoeken met Enexis en de deurwaarder, maar dat dit niet is gelukt. Zij geeft tot slot aan dat zij ook e-mail berichten heeft gestuurd naar Enexis.
Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hieronder ingegaan.
3 De beoordeling
Imen Holding B.V. heeft inmiddels een contract heeft afgesloten met een andere energieleverancier. Daarom is het voor Enexis niet langer noodzakelijk om tot afsluiting van de aanwezige aansluitingen over gaan en heeft zij haar eis in die zin verminderd dat zij dat niet langer vordert. Dit betekent dat de kantonrechter alleen nog hoeft te beslissen over de proceskostenveroordeling. De kantonrechter beslist in dit geval dat Imen Holding B.V. zal worden veroordeeld tot betaling van deze kosten. Hierbij wordt overwogen dat Enexis voldoende onderbouwd heeft gesteld dat zij Imen Holding B.V. meerdere keren heeft gevraagd om een contact af te sluiten en dat dit niet gebeurde. De kantonrechter betreurt de (persoonlijke) omstandigheden die Imen Holding B.V. heeft aangevoerd, met uitleg waarom het haar niet lukte om een contract te houden/krijgen. Deze omstandigheden blijven evenwel voor rekening van Imen Holding B.V. en komen niet voor rekening van Enexis. Het verweer van Imen Holding B.V. dat zij niet om deze procedure heeft gevraagd en contact heeft gezocht met Enexis en de deurwaarder, maken de beslissing van de kantonrechter ook niet anders. Nu vast staat dat Imen Holding B.V. pas na betekening van de dagvaarding een nieuw energiecontract heeft afgesloten, terwijl hier al meerdere keren om was gevraagd door Enexis, is Enexis met recht een procedure begonnen en komen de kosten van deze procedure voor rekening van Imen Holding B.V.
De proceskosten die Imen Holding B.V. aan Enexis moet betalen, worden tot aan dit vonnis als volgt vastgesteld:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
105,31 |
|
|
- griffierecht |
€ |
128,00 |
|
|
- salaris gemachtigde |
€ |
227,00 |
(1 × € 187,- + 1/2 x € 80,00) |
|
Totaal |
€ |
460,31 |
4 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Imen Holding B.V. in de proceskosten, aan de zijde van Enexis tot dit vonnis vastgesteld op € 460,31,
verklaart deze proceskosten veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2023.