Civiel recht overig

Verkeerde persoon gedagvaard, eisende partij niet ontvankelijk in haar vordering. Ook geen inhoudelijke…

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 februari 2023

Zaakgegevens

Op 8 februari 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Tilburg
Datum uitspraak
8 februari 2023
Datum publicatie
9 februari 2023
Zaaknummer
10151115_E08022023
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:772
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verkeerde persoon gedagvaard, eisende partij niet ontvankelijk in haar vordering. Ook geen inhoudelijke tegenvordering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 10151115 \ CV EXPL 22-3808

Vonnis van 8 februari 2023

in de zaak van

STICHTING 'SCHUILPLAATS',

te Hilvarenbeek,

eisende partij,

hierna te noemen: Stichting 'Schuilplaats',

gemachtigde: mr. A. Klaassen,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord

- de mail van de griffier van de rechtbank van 19 oktober 2022

- de aanvullende conclusies van antwoord

- de akte van Stichting 'Schuilplaats'
- de akte van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

Stichting 'Schuilplaats' vordert - samengevat – een hoofdsom van € 3.560,- te vermeerderen met rente en kosten.

2.2.

[gedaagde] voert – kort gezegd – verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Stichting 'Schuilplaats' heeft haar vordering onderbouwd door te stellen dat [gedaagde] een betaalverplichting niet is nagekomen, die [gedaagde] uit hoofde van een overeenkomst van zorg met Stichting 'Schuilplaats' zou hebben, in het kader waarvan Stichting 'Schuilplaats' diverse behandelingen heeft uitgevoerd over een bepaalde periode.

3.2.

[gedaagde] heeft als (meest ingrijpende) verweer aangevoerd dat zij als persoon nooit zorg heeft gehad van Stichting 'Schuilplaats'.

3.3.

De kantonrechter komt in deze zaak tot het oordeel dat Stichting 'Schuilplaats' de verkeerde persoon heeft gedagvaard. Stichting 'Schuilplaats' stelt namelijk ook zelf in haar akte dat de zaak zich niet richt tegen mevrouw [gedaagde] , maar tegen diens moeder die partij zou zijn bij de overeenkomst. Nu in dit geval echter wel mevrouw [gedaagde] (opmerking van de kantonrechter: dit is de volledige aangetrouwde naam van de gedaagde partij) is gedagvaard, is deze dagvaarding dus volgens de eigen stellingen van Stichting 'Schuilplaats' niet aan de juiste persoon uitgebracht. Dit betekent dat Stichting 'Schuilplaats' (met een juridische term) “niet ontvankelijk” wordt verklaard in haar vordering tegen [gedaagde] en de kantonrechter de zaak verder niet inhoudelijk kan beoordelen. Ook betekent dit dat [gedaagde] geen (inhoudelijke) tegenvordering kan indienen tegen Stichting 'Schuilplaats', waarbij de kantonrechter om die reden dus al niet kan ingaan op de eis van [gedaagde] tot € 3.000,- smartengeld. De kantonrechter legt tot slot voor de volledigheid nog uit dat dit vonnis niet betekent dat Stichting 'Schuilplaats' niemand anders meer kan dagvaarden voor haar vordering. Dit kan namelijk wel.

3.4.

Stichting 'Schuilplaats' is in deze zaak de partij die ongelijk krijgt en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld, waarbij deze kosten aan de kant van [gedaagde] worden vastgesteld op € 0,-. Hierbij is overwogen dat [gedaagde] in deze procedure niet is bijgestaan door een gemachtigde en zij niet, ofwel onvoldoende heeft gesteld dat zij op een andere manier kosten heeft gemaakt in het kader van deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verklaart Stichting 'Schuilplaats' niet-ontvankelijk in haar vordering,

4.2.

veroordeelt Stichting 'Schuilplaats' in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op € 0,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2023.