Civiel recht overig
Eiseres heeft in haar akte na tussenvonnis haar vordering verminderd voor wat betreft de incassokosten…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 juni 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:3761 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 5 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2024-3761
Zaakgegevens
Op 5 juni 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 5 juni 2024
- Datum publicatie
- 6 juni 2024
- Zaaknummer
- 10898772 CV EXPL 24-300 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:3761
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eiseres heeft in haar akte na tussenvonnis haar vordering verminderd voor wat betreft de incassokosten. Verder geldt wat in het tussenvonnis al is geoordeeld. Omdat partijen over en weer (on)gelijk hebben gekregen, worden de proceskosten gecompenseerd.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 10898772 \ CV EXPL 24-300
Vonnis van 5 juni 2024
in de zaak van
UNIGARANT N.V., MEDE H.O.D.N. ANWB VERZEKEREN,
te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: Unigarant,
gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 Processtukken
De procedure bevat de volgende stukken:
- het tussenvonnis van 8 mei 2024 (met de in dat vonnis genoemde stukken)
- de akte van Unigarant.
Hierna is bepaald dat er een uitspraak komt.
2 De verdere beoordeling
In het tussenvonnis van 8 mei 2024 heeft de kantonrechter Unigarant de gelegenheid gegeven om meer uitleg te geven over de vraag of Unigarant een onredelijk beding in haar voorwaarden heeft voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten.
Unigarant heeft vervolgens in haar akte haar vordering verminderd met de buitengerechtelijke incassokosten.
Dit heeft als gevolg dat de kantonrechter geen beslissing meer hoeft te geven over deze kosten. Om die reden is [gedaagde] ook niet meer gevraagd om na de akte van Unigarant een reactie te geven over deze kosten.
De kantonrechter heeft verder in haar eerdere tussenvonnis van 8 mei 2024 al beslist dat een bedrag van € 30,51 aan openstaande premie zal worden toegewezen. Ook heeft de kantonrechter hier al beslist dat de wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling tot de dag dat [gedaagde] heeft betaald. Als vervaldag gaat de kantonrechter uit van de datum 27 augustus 2022. Daarbij merkt de kantonrechter de brief van 10 augustus 2022 in dit geval aan als de eerste “ingebrekestelling” met een redelijke termijn voor [gedaagde] om alsnog na te komen. Gelet op de termijn van 15 dagen die in deze brief wordt gegeven en een standaard algemene verzendtermijn van de post van twee dagen, gaat de kantonrechter uit van 27 augustus 2022 als vervaldatum.
Dit betekent dat [gedaagde] een bedrag van € 30,51 aan Unigarant moet betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 27 augustus 2022 tot de dag dat [gedaagde] heeft betaald.
Omdat beide partijen voor een deel ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd. Dit betekent dat de proceskosten voor iedere partij voor eigen rekening blijven.
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Unigarant te betalen een bedrag van € 30,51, te vermeerderen met de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) over dit bedrag, vanaf 27 augustus 2022 tot de dag van betaling,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, zodat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en – bij vervroeging – in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024.