Civiel recht overig

Eindvonnis na tussenvonnis, consumentenkoop, verwijzing naar de kantonrechter te Rotterdam.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 21 augustus 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
21 augustus 2024
Datum publicatie
26 augustus 2024
Zaaknummer
C/02/422456 / HA ZA 24-255
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:5972
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Eindvonnis na tussenvonnis, consumentenkoop, verwijzing naar de kantonrechter te Rotterdam.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster II Handelszaken

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/422456 / HA ZA 24-255

Vonnis van 21 augustus 2024

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te [plaats 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [plaats 1] ,

eisers,

advocaat mr. E.J. Eijsberg te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1] BV,

gevestigd te [plaats 2] ,

gedaagde,

niet verschenen,

2. [gedaagde 2],

wonende te [plaats 3] ,

gedaagde,

advocaat mr. L.R.G.M. Spronken te 's-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna [eisers] en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

a. het tussenvonnis in deze zaak van 24 juli 2024 met de daarin genoemde processtukken;

b. de akte uitlatingen van [eisers] van 7 augustus 2024;

c. de akte uitlatingen van [gedaagden] van 7 augustus 2024.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat de vordering van [eisers] naar haar voorlopig oordeel een onderwerp betreft dat op grond van artikel 93 onder c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het belang.

2.2.

Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de rechtbank om de zaak te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam.

2.3.

De rechtbank blijft bij haar oordeel dat de zaak moet worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam. Nu [eisers] hun vordering niet hebben ingediend bij de kamer voor kantonzaken te Rotterdam, zal de rechtbank de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve verwijzen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Rotterdam, kamer voor kantonzaken, locatie Rotterdam, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen verder te procederen;

3.2.

wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,

3.3.

wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 WGBZ zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.

Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.

type: LvV coll: