Civiel recht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bodemzaak · Civiel recht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 april 2026

Zaakgegevens

Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
1 april 2026
Datum publicatie
9 april 2026
Zaaknummer
11873893 \ CV EXPL 25-2941 (H)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2731
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11873893 \ CV EXPL 25-2941

Verbetervonnis van 1 april 2026

in de zaak van

STICHTING THUISVESTER,

te Oosterhout,

eisende partij,

hierna te noemen: Thuisvester,

gemachtigde: GGN Brabant,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Op 27 februari 2026 heeft GGN Brabant namens Thuisvester de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 18 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Daartoe is aangevoerd dat in de beslissing een ander bedrag aan proceskosten is opgenomen dan uiteengezet bij de proceskosten onder punt 5.10.

1.2.

De kantonrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.

2.2.

De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 18 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

bepaalt dat randnummer 6.2 van het op 18 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat

“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 797,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend”

wordt gewijzigd in

“veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 846,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend”,

3.2.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 1 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 18 februari 2026,

3.3.

verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 18 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.