Civiel recht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bodemzaak · Civiel recht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 april 2026

Zaakgegevens

Op 15 april 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
15 april 2026
Datum publicatie
16 april 2026
Zaaknummer
11944922 CV EXPL 25-3576
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:3056
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

herstelvonnis

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Breda

zaak/rolnr.: 11944922 CV EXPL 25-3576

(herstel)vonnis d.d. 15 april 2026

inzake

de rechtspersoon naar buitenlands recht Riverty GmbH, h.o.d.n. Riverty,

gevestigd en kantoorhoudende te Verl (Duitsland),

eiseres,

gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V. te Almere,

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het vonnis van de kantonrechter te Breda van 25 februari 2026, met het daarin genoemde stuk;

b. het e-mailbericht van 17 maart 2026 van de gemachtigde van eiseres.

2 Het geschil en de beoordeling

2.1

Eiseres heeft bij brief van 17 maart 2026 verzocht om herstel van het vonnis van 25 februari 2026. Zij heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van een kennelijke verschrijving nu een bedrag van € 11,20 staat opgenomen terwijl dit € 111,20 moet zijn.

2.2

De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout, die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Nu het evident om een kennelijke fout gaat, zal de kantonrechter het vonnis dan ook herstellen zoals hierna bepaald.

2.3

Beslist wordt als volgt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 25 februari 2026 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de in de beslissing opgenomen eerste alinea als volgt dient te luiden:

“veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 151,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 111,20 vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag van de volledige betaling;”

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 15 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 25 februari 2026;

bepaalt dat de griffier dit vonnis hecht aan de minuut van het vonnis van 25 februari 2026 en van deze vonnissen als één geheel afschrift respectievelijk grosse verstrekt.

Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.