Verbintenissenrecht
Herstelvonnis. Schrijffout in de beslissing, herstelverzoek wordt toegewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 december 2020
ECLI:NL:RBZWB:2020:7228 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 16 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2020-7228
Zaakgegevens
Op 16 december 2020 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Tilburg
- Datum uitspraak
- 16 december 2020
- Datum publicatie
- 13 augustus 2026
- Zaaknummer
- 8059457 CV EXPL 19-5782 (H)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2020:7228
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis. Schrijffout in de beslissing, herstelverzoek wordt toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Tilburg
zaak/rolnr.: 8059457 CV EXPL 19-5782
vonnis d.d. 16 december 2020
inzake
1 [eiseres] ,
2. [eiser],
beiden wonende te [adres] ,
eisers,
gemachtigde: mr. M.G. van Dijken, werkzaam ten kantore van Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg,
tegen
de besloten vennootschap Tijdelijk Twee Woningen B.V.,
statutair gevestigd te Eindhoven, kantoorhoudende te (5051 NK) Goirle aan het adres Kalverstraat 29 09,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [persoon] .
1 Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het vonnis van de kantonrechter te Tilburg van 28 oktober 2020 met de daarin genoemde stukken;
b. de brief van 29 oktober 2020 van de gemachtigde van eisers;
c. de brief van de griffier van 2 november 2020.
2 Het geschil en de beoordeling
Eisers hebben bij brief van 28 oktober 2020 verzocht om herstel van voormeld vonnis, nu zij van mening zijn dat er een schrijffout in het dictum van het vonnis is geslopen; de hoofdsom is niet juist opgenomen.
Gedaagde is bij brief van de griffier in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek uit te laten. Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
Gelet op overweging 3.8 van het voornoemde vonnis en het bedrag dat aan hoofdsom is genoemd in het dictum is, naar het oordeel van de kantonrechter, sprake van een evidente kennelijk schrijffout, die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Beslist wordt dan ook als volgt.
3 De beslissing
De kantonrechter:
volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 28 oktober 2020 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de onder het eerste gedachtestreepje in de beslissing opgenomen veroordeling als volgt dient te luiden:
“een bedrag van € 3.738,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening;”.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.