Verbintenissenrecht
verstek. handelsrente afgewezen. Niet gebleken van een handelsovereenkomst
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 juli 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:5438 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2023-5438
Zaakgegevens
Op 26 juli 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 26 juli 2023
- Datum publicatie
- 1 augustus 2023
- Zaaknummer
- 10576296 CV EXPL 23-1836 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5438
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verstek. handelsrente afgewezen. Niet gebleken van een handelsovereenkomst
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10576296 CV EXPL 23-1836
vonnis d.d. 26 juli 2023
inzake
de besloten vennootschap
Enexis Netbeheer B.V. ,
gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch,
eiseres,
gemachtigde: Bosveld Incasso Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,
tegen
[gedaagde01] ,
wonende te [postcode01] [plaats01] , [adres01] ,
gedaagde,
niet verschenen.
1 Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 12 juni 2023 met producties.
2 Het geschil en de beoordeling
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 1.760,67 te vermeerderen met de wettelijke rente van 10,5 % per jaar over een bedrag van € 1.728,24 vanaf de dag der dagvaarding tot en met de dag der algehele voldoening met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens de gevorderde wettelijke rente van 10,5 %. De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt. Uit de stellingen van eiseres volgt dat zij wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vordert. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een "handelsovereenkomst" in de zin van artikel 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW worden toegewezen. Nu niet is gesteld vanaf welke datum gedaagde in verzuim is komen te verkeren zal de wettelijke rente over de verschuldigde hoofdsom van € 1.502,82 en de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 225,42 worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden tot op heden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 107,84
griffierecht € 365,00
salaris gemachtigde € 199,00
totaal € 671,84.
De nakosten worden begroot op € 99,50 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.728,24 vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over
dit bedrag vanaf 12 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 671,84;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2023.