Strafrecht overig
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 oktober 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:9117 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 16 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2024-9117
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2024
- Datum publicatie
- 3 januari 2025
- Zaaknummer
- 11237697 MB VERZ 24-1016
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:9117
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11237697 \ MB VERZ 24-1016
CJIB-nummer : 6062 5422 5481 8200
uitspraakdatum : 16 oktober 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 16 oktober 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen, maar gemachtigde was wel ter zitting aanwezig. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de Torenstraat ([huisnummer]) te Oosterhout (gemeente Oosterhout) op 20 december 2022 om 19:19 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift namens betrokkene samengevat aangevoerd dat het boetebedrag te hoog is. Betrokkene stelt dat na het bord ‘G7’ (voetgangerszone) een bord staat waarop staat dat inrijden na 11:30 uur bekeurd wordt met een boete van € 100,-. De bekeuring die aan betrokkene is opgelegd bedraagt € 150,- (exclusief administratiekosten).
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij de bestuurder was ten tijde van de gedraging, maar dat zijn vrouw de kentekenhouder is. De betreffende verkeerssituatie is drie jaar geleden veranderd. Gemachtigde moest zijn vrouw in de buurt afzetten, omdat het slecht weer was.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op de pleeglocatie is een bord aanwezig waarop vermeld staat dat een boete voor het inrijden van de straat € 100,- is. De boetebedragen worden elk jaar wettelijk vastgelegd en het is dan onjuist dat het bord (met een oud boetebedrag) er nog staat. De boete die is opgelegd voor de gedraging is door een camerasysteem geconstateerd. Indien een gemeente over wil gaan naar het digitaal handhaven van gedragingen, moeten er aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Een belangrijke voorwaarde is dat er een foto in het dossier dient te zitten, waaruit blijkt dat het voertuig van betrokkene de gedraging heeft begaan. In dit dossier ontbreekt die foto. De zittingsvertegenwoordiger heeft de foto opgevraagd bij de betreffende gemeente, maar heeft niks ontvangen.
Overwegingen
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de gemeente via een digitale camera mag handhaven, mits de gemeente zich aan de daarbij komende voorwaarden houdt. In dit geval ontbreekt de foto in het dossier waaruit blijkt dat met het voertuig van betrokkene de gedraging is begaan. De gemeente heeft ook nagelaten om later nog een foto te verstrekken. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Beslissing
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gegrond;
? vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: