Strafrecht overig
Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte ingebroken in een woning en daarbij diverse goederen gestolen…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 september 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:5515 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2022-5515
Zaakgegevens
Op 23 september 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 23 september 2022
- Datum publicatie
- 23 september 2022
- Zaaknummer
- 02-175998-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:5515
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte ingebroken in een woning en daarbij diverse goederen gestolen. Aangever was ten tijde van de inbraak in de woning aanwezig. Vd is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02/175998-22
vonnis van de meervoudige kamer van 23 september 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1995 [geboorteplaats]
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Grave
raadsman mr. Demir, advocaat te Gilze
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 september 2022, waarbij de officier van justitie, mr. E.E. de Feijter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met zijn medeverdachte heeft ingebroken in een woning en daarbij diverse goederen heeft gestolen.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. Er is sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking waardoor sprake is van medeplegen
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen en refereert zich om die reden aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 11 juli 2022 te Tilburg
tezamen en in vereniging met een ander,
diverse goederen waaronder een Xbox en sleutels en een (koel)tasje, merk
Unilin met daarin een portemonnee, die geheel aan [slachtoffer]
toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang
tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door
middel van braak.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van
8 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis verblijft.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest.
Het oordeel van de rechtbank
De verdachte heeft zich – samen met een ander – schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Woninginbraken veroorzaken niet alleen materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en dat hun persoonlijke bezittingen zijn doorzocht. Daarbij komt dat in dit geval de bewoner thuis was terwijl verdachte en zijn mededader in de woning aanwezig waren. Dit moet bijzonder angstig zijn geweest. Dit laatste blijkt ook uit het feit dat aangever een aardappelschilmesje heeft gepakt om zich – indien nodig – te kunnen verdedigen. Voorts is gebleken dat heel de woning overhoop is gehaald en overal bloed lag. De ervaring leert dat mensen zich nog lange tijd nadat er in hun woning is ingebroken thuis onveilig voelen. De rechtbank rekent dit verdachte ten zeerste aan. Het feit dat hij, naar eigen zeggen, dronken was doet hier niets aan af.
De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van
12 augustus 2022, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
Voor de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Het uitgangspunt voor de strafoplegging voor een woninginbraak zonder recidive is een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat de feiten in vereniging zijn gepleegd. In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat hij volledige openheid van zaken heeft gegeven. Hij heeft bovendien blijk van inzicht gegeven in het kwalijke karakter van zijn handelen en ter zitting spijt betuigd. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is en zij heeft geen reden om af te wijken van de oriëntatiepunten. Zij zal verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf van 3 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang
tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Voorlopige hechtenis
- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis per het moment dat de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de straf.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.E. Mullers, voorzitter, mr. T.M. Brouwer en
mr. D.L.J. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van K. de Klerk-Van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 september 2022.