Strafrecht overig
Ontneming, zaak van rechtswege geëindigd i.v.m. schikking.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:5022 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22 juli 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2024-5022
Zaakgegevens
Op 22 juli 2024 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 22 juli 2024
- Datum publicatie
- 22 juli 2024
- Zaaknummer
- 02/820776-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5022
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontneming, zaak van rechtswege geëindigd i.v.m. schikking.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02/820776-13
vonnis van de rechtbank d.d. 22 juli 2024
in de zaak tegen
[veroordeelde]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963
wonende te [woonadres]
raadsman mr. C.C.M. Welten, advocaat te Rotterdam
1 De procedure
Veroordeelde is op 15 juli 2019 door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van het voorarrest voor de in die uitspraak vermelde strafbare feiten.
Na deze veroordeling is een ontnemingsprocedure gestart. De ontnemingsvordering bedraagt € 1.083.972,42. De ontnemingszaak is op de zitting van 23 juni 2021 aangevangen.
Op 29 juni 2023 is het Openbaar Ministerie overeenkomstig het bepaalde in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een schikkingsovereenkomst aangegaan met veroordeelde. Deze schikking is op 25 oktober 2023 volledig afgedaan.
2 Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank constateert dat tijdig aan de termen van de schikking is voldaan. Hierdoor is de ontnemingszaak tegen veroordeelde op grond van het bepaalde in artikel 6:4:18, eerste lid, Sv van rechtswege geëindigd. De rechtbank leidt net als de officier van justitie en verdediging uit de jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2019:7248) af dat een ontnemingszaak in een dergelijk geval afgedaan kan worden met een declaratoire uitspraak waarin het voornoemde wordt verstaan. De rechtbank zal daartoe ook overgaan.
3 De beslissing
De rechtbank verstaat dat de zaak van rechtswege is geëindigd.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.W.M. Sterk, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en
mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.B.H. van Overveld en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 juli 2024.
Mr. Verschueren is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.