Strafrecht overig
Verweer onmiddellijkheidsbeginsel verworpen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 november 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:10730 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-10730
Zaakgegevens
Op 4 november 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 4 november 2026
- Datum publicatie
- 4 november 2026
- Zaaknummer
- 02-142845-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:10730
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verweer onmiddellijkheidsbeginsel verworpen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een ontploffing bij een shishalounge in Duitsland. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-142845-26
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 november 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] ,
nu gedetineerd in de [locatie] ,
raadsman mr. B. Hartman, advocaat te Diemen.
1 Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. B.E.M. van Andel en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht. Subsidiair is dit feit ten laste gelegd als uitlokking van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van bewijs waaruit een concrete mate van betrokkenheid in de zin van medeplegen volgt. Evenmin kan de vereiste dubbele opzet bewezen worden. Tot slot is bepleit dat onvoldoende is komen vast te staan dat door de ontploffing sprake is geweest van levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Onmiddellijkheidsbeginsel
Door de verdediging is aangevoerd -zakelijk weergegeven- dat de processtukken die niet expliciet ter terechtzitting zijn besproken, niet als ter zitting voorgelezen kunnen worden beschouwd en derhalve niet als bewijsmiddel mogen worden gebruikt. Dit zou in strijd zijn met het onmiddellijkheidsbeginsel.
De rechtbank overweegt als volgt.
De stelling van de verdediging dat processtukken die niet expliciet ter terechtzitting zijn voorgelezen niet voor het bewijs gebruikt mogen worden, vindt geen steun in het recht. De strekking van artikel 301 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering is namelijk dat alle relevante punten van het dossier ter zitting ter sprake moeten komen. Met de zakelijke samenvatting van het dossier, zoals ter terechtzitting door de voorzitter besproken, is aan dit vereiste voldaan. De verdediging en de officier van justitie hebben bovendien ter zitting desgevraagd niet verzocht om bepaalde stukken integraal voor te lezen. Het verweer wordt verworpen.
Ten aanzien van het feit
De rechtbank stelt het volgende vast.
Op 18 december 2025 vond een aanslag plaats bij de [shisha lounge] in [plaats 1] , Duitsland. Kort hierna werden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in Duitsland aangehouden. Onder [medeverdachte 3] werden twee telefoons in beslag genomen. In een van deze telefoons werden verschillende gesprekken via de apps Snapchat en Signal aangetroffen met betrekking tot de aanslag bij de [shisha lounge] . Hieruit kwam naar voren dat [medeverdachte 3] onder anderen werd aangestuurd door het Snapchat-account ‘ [accountnaam 1] ’ met schermnaam ‘ [schermnaam 1] ’ en een Signal-account met de schermnaam ‘ [schermnaam 2] ’.
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de gebruiker is geweest van het Snapchat-account ‘ [accountnaam 1] ’ en dat hij contact heeft gehad met [medeverdachte 3] over een rit naar Duitsland om een pakketje te brengen, maar dat hij dacht dat het om het bezorgen van een pakket drugs ging. Uit onderzoek van de politie blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] de gebruiker was van het Signal-account met de schermnaam ‘ [schermnaam 2] ’.
In het Snapchat-gesprek tussen [medeverdachte 3] en verdachte, dat begon op 16 december 2025, wordt er door verdachte tegen [medeverdachte 3] verteld dat er ‘een pakketje’ moest worden opgehaald en vervolgens een andere man. [medeverdachte 3] antwoordt dat dit akkoord was en vraagt om een adres. Enige tijd later bericht [medeverdachte 3] dat hij “wel extra moest gaan tanken voor die rit naar Duitsland”. Kort daarna vraagt verdachte om over te stappen naar Signal waarna hij [medeverdachte 3] een afbeelding met het Signal-account ‘ [schermnaam 2] ’ stuurt met het verzoek om deze toe te voegen. In het Signal-gesprek tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] op 17 december 2025 wordt door [medeverdachte 1] gevraagd of ‘het pakket’ bij hem is. In het dossier wordt gerelateerd dat ambtshalve bekend is dat met ‘pakket’ binnen de context van aanslagen veelal een geïmproviseerd explosief/vuurwerkbom wordt bedoeld. Vervolgens bevestigt [medeverdachte 3] dat hij het pakket heeft en vraagt hij: “[shisha lounge] toch?”. [medeverdachte 1] antwoordt daarop met “Juist” gevolgd door: “Hoelaat aankomst”.
In de avond van 17 december 2025 informeert verdachte naar de stand van zaken bij [medeverdachte 3] , waarna [medeverdachte 3] aan verdachte laat weten dat alles volgens plan verloopt en hem verder verwijst naar de berichten op Signal. Op 17 december om 21:17 uur meldt [medeverdachte 3] aan verdachte dat hij onderweg is, waarna hij een klein uur later een Tikkie-betaalverzoek voor 100 euro stuurt met als omschrijving ‘Tanken’. Op 18 december 2025 om 03:24 uur stuurt [medeverdachte 3] twee videofragmenten naar verdachte met de tekst “Blauw staat daar”. Van deze videofragmenten waren tijdens het onderzoek alleen nog de schermafbeeldingen zichtbaar. Op die afbeeldingen wordt de [shisha lounge] herkend.
Ondertussen is [medeverdachte 3] door [medeverdachte 1] ook toegevoegd aan het groepsgesprek op Signal met de titel ‘Djoen’ (straattaal voor opdracht/klus). In dit gesprek stuurt [medeverdachte 1] onder andere: “Is blauw nog daar?”, “En? Status”, “Is er geen andere manier om die lounge te bereiken zonder dat ze je zien?” en “En film het”. Ook het account met gebruikersnaam [accountnaam 2] maakt deel uit van dit groepsgesprek en vraagt daarin om updates. De rechtbank stelt vast dat verdachte de gebruiker van dit account is. Zo heeft verdachte eerder de naam [accountnaam 2] gebruikt als schermnaam van zijn Snapchat-account en bovendien verwijst [medeverdachte 3] in hun gesprek op Snapchat ook expliciet naar de berichten op Signal voor de stand van zaken. De rechtbank heeft geen twijfel dat [medeverdachte 3] hier doelt op de Signal-groep ‘Djoen’. Op de telefoon van verdachte is verder een videofragment gevonden van het moment van de ontploffing bij de [shisha lounge] .
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] waarbij de bijdrage van verdachte (materieel en intellectueel) van voldoende gewicht is geweest. Verdachte en [medeverdachte 1] hebben beiden berichten gestuurd en betalingen verricht die zien op het aansturen van de aanslag, die vervolgens door [medeverdachte 3] is uitgevoerd. Zij zijn hiermee allemaal een wezenlijke schakel in het geheel geweest. Gelet op de inhoud van de berichten en de aangetroffen videobeelden van de [shisha lounge] op de telefoon van verdachte, is zijn verklaring dat hij niet wist dat het om een aanslag ging volstrekt ongeloofwaardig. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen. Dat de aanslag ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden blijkt uit de ontvangen informatie van de Duitse autoriteiten.
Concluderend is de rechtbank van oordeel dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is.
De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen bewijsmiddelen bevat dat als gevolg van de ontploffing op 18 december 2025 levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was. De rechtbank zal verdachte daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 18 december 2025 te [plaats 1] (Duitsland ), aan een pand gelegen aan [adres 2] ( [plaats 1] , Duitsland ) tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht immers hebben verdachte zijn mededaders zwaar (illegaal) vuurwerk, aangebracht aan voornoemd pand en vervolgens dit explosief aangestoken, in elk geval tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen aan [adres 2] ( [plaats 1] , Duitsland ) te duchten was.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om rekening te houden met de onderschikte rol van verdachte, het gebrek aan recidive en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een ontploffing bij een shishalounge in Duitsland op 18 december 2025.
Het teweegbrengen van ontploffingen is tegenwoordig aan de orde van de dag en heeft vaak tot doel om personen te intimideren. Dergelijke feiten raken niet alleen de veiligheid van de direct betrokkenen, maar veroorzaken ook gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft zich om dit alles niet bekommerd. De rechtbank vindt het extra kwalijk dat verdachte met zijn mededaders een aanslag in het buitenland heeft gepleegd. Uit het dossier blijkt dat bij diezelfde shishalounge twee weken eerder ook al was geprobeerd om een aanslag te plegen. De rechtbank neemt ook de houding van verdachte op zitting in aanmerking, waarbij hij geen openheid van zaken geeft en aldus geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn aandeel bij de aanslag.
Voorts houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank ziet in het uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 september 2026 dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf rekening met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS en met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gezien de ernst van het feit kan de rechtbank niet anders dan een gevangenisstraf opleggen. Alles overwegend legt de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
primair:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan
gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, mr. C.H.W.M. Sterk en
mr. H. Faouzi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Kroes, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 november 2026.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 18 december 2025 te [plaats 1] (Duitsland ), aan/bij een pand gelegen op/aan [adres 2] ( [plaats 1] , Duitsland ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht immers heeft/hebben verdachte zijn mededaders een of meer stuk(s) zwaar (illegaal) vuurwerk, althans een explosief aangebracht aan en/of rondom voornoemd pand en/of (vervolgens) dit explosief aangestoken, in elk geval tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen op/aan [adres 2] ( [plaats 1] , Duitsland ) en/of de in/rondom voornoemd pand aanwezige goederen en/of naburige woningen en/of panden en/of goederen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten zijn mededader(s), de in die woningen en/of panden aanwezige personen, en/of voorbijgangers te duchten was;
(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 18 december 2025 te [plaats 1] (Duitsland ), in/aan een het pand gelegen op/aan [adres 2] ( [plaats 1] , Duitsland ), opzettelijk een ontploffing teweeg heeft/hebben gebracht immers heeft/hebben deze [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] een of meer stuk(s) zwaar (illegaal) vuurwerk, althans een explosief aangebracht aan/rondom voornoemd pand en/of (vervolgens) dit explosief aangestoken, in elk geval tot ontploffing gebracht, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten het pand gelegen op/aan [adres 2] ( [plaats 1] , Duitsland ) en/of de in/rondom voornoemd pand aanwezige goederen en/of naburige woningen en/of panden en/of goederen, en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten zijn mededader(s), de in die woningen en/of panden aanwezige personen, en/of voorbijgangers te duchten was welk strafbaar feit hij, verdachte in of omstreeks de periode van 3 december tot en met 18 december 2025 te [plaats 3] en/of [plaats 2] , althans in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door giften, beloften, misbruik van gezag, en/of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen, te weten door:
- met voornoemde [medeverdachte 3] afspraken te maken en/of die [medeverdachte 3] inlichtingen te verschaffen over het uitvoeren van de explosie (waarbij de locatie en het tijdstip en de uitvoering werden besproken),
- door die [medeverdachte 3] een of meerdere geldbedragen over te maken, en/of
- die [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] aan te sturen en/of aan te moedigen tot het (laten) plegen van dit strafbare feit.
( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )