Strafrecht overig
Veroordeling voor het medeplegen van het verhandelen van vuurwapens. Art. 9 WWM. Vrijspraak voor het…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 november 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:10759 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-10759
Zaakgegevens
Op 4 november 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 4 november 2026
- Datum publicatie
- 4 november 2026
- Zaaknummer
- 02-180773-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:10759
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor het medeplegen van het verhandelen van vuurwapens. Art. 9 WWM. Vrijspraak voor het voorhanden hebben van vuurwapens en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en hasjiesj. Gevangenisstraf.
Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-180773-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 4 november 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] (Turkije),
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI [locatie] ,
raadsman mr. T. Yilmaz, advocaat te 's-Gravenhage.
1 Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. H.G. Klootwijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
-
op 12 juni 2025 in [plaats 1] , al dan niet samen met anderen, 8 pistolen en 2 revolvers voorhanden heeft gehad;
-
op 12 juni 2025 in [plaats 1] , al dan niet samen met anderen, 30.640 gram hasjiesj en 52.800 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad;
-
in de periode van 1 februari 2025 tot en met 12 juni 2025 op verschillende plaatsen en in verschillende landen, al dan niet samen met anderen, meermalen vuurwapens heeft verhandeld en daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt.
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering op 5 december 2025 en overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering op 21 oktober 2026.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Bij feit 3 gaat zij uit van de periode vanaf in ieder geval 31 mei 2025 tot en met 12 juni 2025. Voor zover nodig gaat de rechtbank bij de bijzondere overwegingen nader in op het standpunt van de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verklaring van [medeverdachte] is onbetrouwbaar en kan niet worden gebruikt voor het bewijs. Naast zijn verklaring ontbreekt bewijs voor het medeplegen van de feiten door verdachte. Voor zover nodig gaat de rechtbank bij de bijzondere overwegingen nader in op het standpunt van de verdediging.
Subsidiair heeft de verdediging (voorwaardelijk) verzocht [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] als getuigen te horen, de verbalisant te horen over de stelling dat de sessies in [plaats 2] ‘blijven hangen’ en daarnaast de volledige verkeersgegevens van verdachte op te vragen.
Het oordeel van de rechtbank
Het voorwaardelijke verzoek om getuigen te horen
De rechtbank zal het subsidiaire verzoek van de verdediging tot het alsnog horen van getuigen niet honoreren omdat zo’n verzoek in dit stadium van de procedure niet meer opportuun is. De verdediging heeft het voorwaardelijke verzoek niet onderbouwd met redenen van voldoende gewicht of verwijzingen naar relevante nieuwe ontwikkelingen.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Inleiding
Op 12 juni 2025 heeft [medeverdachte] zich bij de politie gemeld en verklaard over onder andere vuurwapenbezit en vuurwapenhandel door [persoon 1] , zijn kamergenoot in het AZC in [plaats 3] . Ook heeft hij verklaard over de betrokkenheid van [persoon 2] en verdachte hierbij. Zij verblijven ook in het AZC in [plaats 3] . Er zouden zich wapens bevinden in het pand aan [adres 2] in [plaats 1] en [persoon 1] zou gebruik maken van een personenauto van het merk Renault met [kenteken] .
Op 12 juni 2025 is [persoon 1] samen met [persoon 2] te Vrouwenpolder aangehouden in de hiervoor genoemde auto. In de auto is een vuurwapen gevonden. Op 12 juni 2025 heeft daarnaast een doorzoeking plaatsgevonden in de panden aan [adres 2] en [adres 3] in [plaats 1] . Op het adres [adres 3] te [plaats 1] is verdachte aangetroffen en aangehouden. Op datzelfde adres zijn meerdere vuurwapens en munitie aangetroffen in een verborgen ruimte en in het plafond. Daarnaast is er ook een forse hoeveelheid hennep en hasjiesj gevonden. Verdachte wordt verweten dat hij betrokken is geweest bij de vuurwapenhandel, dat hij de vuurwapens in het pand voorhanden heeft gehad en hennep en hasjiesj aanwezig heeft gehad.
De rechtbank zal allereerst ingaan op de betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte] nu zijn verklaring en de betrouwbaarheid ervan van belang is voor de beoordeling van alle feiten. Vervolgens zal de rechtbank per feit ingaan op het bewijs. Daarbij zal de rechtbank de chronologische volgorde van de feiten aanhouden.
Betrouwbaarheid verklaring [medeverdachte]
heeft meermalen een verklaring afgelegd bij de politie. Op 12 juni 2025 heeft hij zich gemeld bij de politie en in eerste instantie als melder en vervolgens tijdens een informatief gesprek een verklaring afgelegd. Op 8 juli 2025 heeft hij als getuige een verklaring bij de politie afgelegd en op 5 februari 2026 als verdachte. Tot slot heeft hij op
5 oktober 2026 een verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris.
Samengevat heeft [medeverdachte] het volgende verklaard. [persoon 1] houdt zich bezig met de handel in vuurwapens en verdovende middelen. Hij importeert vuurwapens vanuit Turkije. [persoon 1] bevindt zich doorgaans in een pand in [plaats 1] en heeft de beschikking over twee vuurwapens, een zwart handvuurwapen dat hij bij zich draagt en een revolver die in Amsterdam ligt. [medeverdachte] werd ongeveer drie weken voor zijn eerste melding bij de politie door [persoon 1] gevraagd naar Amsterdam te komen. Hij is samen met verdachte op 28 mei 2025 met de trein naar Amsterdam gegaan en kwam aan bij een bedrijfspand aan [adres 2] in [plaats 1] . [medeverdachte] heeft daar twee weken verbleven. Een aantal dagen na aankomst zijn [medeverdachte] en verdachte betrokken geweest bij het ophalen van wapens. Dat kan tussen 19.00 en 21.00 uur zijn geweest. Verdachte wist daarvan, omdat dit hem de avond ervoor door [persoon 1] is verteld. Zij hebben een geldbedrag van [persoon 1] gekregen en werden vanuit het pand in Amsterdam met de taxi door [persoon 3] naar een vrachtwagenchauffeur van een Turkse vrachtwagen gebracht. Zij hebben de chauffeur het geld overhandigd, waarna zij een tas met ongeveer 40 vuurwapens van de chauffeur in ontvangst hebben genomen. Ze zijn daarmee teruggegaan naar het pand in [plaats 1] . In het pand zijn de wapens uit de tas gehaald en heeft verdachte ze ook gezien. Op enig moment na het ophalen van de vuurwapens is verdachte vertrokken en is [persoon 2] gekomen. Hij wist van de wapens. Het pand werd de afgelopen weken beveiligd, afwisselend door [medeverdachte] en [persoon 2] en [persoon 1] . Verdachte beveiligde de locatie ook. In het pand in [plaats 1] waren vuurwapens en verdovende middelen, waaronder marihuana, aanwezig. Die lagen in een ruimte links tegen de muur achter een kast als je het pand binnenkomt. Twintig van de wapens zijn naar België gegaan. In de nacht van 4 op 5 juni of 5 op 6 juni 2025 zijn er twee auto’s met Belgisch kenteken gekomen om de wapens op te halen uit het pand in Amsterdam. Die nacht verbleven onder andere [persoon 1] , [persoon 2] en [medeverdachte] in het pand. In de avond voor de levering heeft [persoon 1] de wapens erbij gehaald, ze op de foto gezet en die naar [persoon 4] gestuurd en te koop aangeboden. Er waren een aantal (tien, elf of vijftien) vuurwapens overgebleven die nog in het pand lagen. De rest is verkocht door [persoon 4] . [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] brachten de wapens naar [persoon 4] . De vuurwapens waren handwapens, gelijkend op die van de politie. Onder het bed in de woning boven de loods lag ook een revolver. Twee weken geleden had [medeverdachte] marihuana op moeten halen, drie grote kartonnen dozen of zakken. Hij is samen met [persoon 1] en [persoon 3] naar Den Haag gegaan. Nadat de zakken waren opgehaald hebben ze die naar het pand in [plaats 1] gebracht. Ongeveer een week geleden heeft [persoon 1] een auto gekocht die op naam is gezet van de zoon van de taxichauffeur [persoon 3] . De auto is door [medeverdachte] aangewezen aan de politie. Op de dag van de melding van [medeverdachte] of de dag erna zouden [persoon 1] en [persoon 2] vertrekken naar Amsterdam. Mogelijk zou verdachte in Amsterdam het pand aan het beveiligen zijn.
De rechtbank heeft geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte] . Hij heeft bij al zijn verklaringen in de kern consistent hetzelfde verhaal verteld. Deze verklaringen komen authentiek en oprecht over, onder meer omdat verdachte bij het COA zijn zorgen ook al had aangekaart. De rechtbank betrekt bij haar oordeel over de betrouwbaarheid ook dat [medeverdachte] niet alleen over strafbare feiten verklaart die door anderen zijn gepleegd, maar ook zichzelf belast doordat hij uitgebreid verklaart over zijn eigen betrokkenheid bij die feiten. Dat zijn verklaringen op sommige onderdelen (kleine) tegenstrijdigheden bevatten, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat zijn verklaringen in het geheel onbetrouwbaar zijn. Dat [medeverdachte] zijn eigen rol kleiner maakt door anderen te beschuldigen, zoals door de verdediging is aangevoerd, ziet de rechtbank niet terug in zijn verklaring en evenmin in de stukken in het dossier. Dat [medeverdachte] bij de rechter-commissaris over bepaalde details anders heeft verklaard dan bij de politie, acht de rechtbank goed verklaarbaar door het ruime tijdsverloop tussen het verhoor bij de rechter-commissaris en de gebeurtenissen in mei en juni 2025. Het is voorstelbaar dat hij zich die details minder goed kan herinneren. Daarbij komt dat ook zijn verklaring bij de rechter-commissaris in de kern overeenkomt met zijn verklaringen bij de politie. Tot slot ziet de rechtbank geen aanwijzingen dat het gebruik van cocaïne zijn herinnering of mogelijkheid om accuraat te verklaren, dusdanig negatief heeft beïnvloed dat zijn verklaring niet meer betrouwbaar zou zijn. Daarbij betrekt de rechtbank dat de verklaring van [medeverdachte] op diverse wezenlijke punten wordt ondersteund door ander bewijs in het dossier. Daar gaat de rechtbank hierna nader op in.
Steunbewijs
De verklaring van [medeverdachte] wordt op belangrijke onderdelen ondersteund door andere (objectieve) bewijsmiddelen in het dossier.
Bevindingen 12 juni 2025
[persoon 1] is aangehouden in de eerder door [medeverdachte] aangewezen auto, een personenauto van het merk Renault met [kenteken] . Die stond, zoals [medeverdachte] heeft verklaard, op naam van de zoon van een taxichauffeur genaamd [persoon 3] . In de auto is een vuurwapen aangetroffen dat [persoon 1] volgens zijn eigen verklaring daar heeft neergelegd. [persoon 1] zat samen met [persoon 2] in de auto. De navigatie van de telefoon van [persoon 1] stond ingesteld op het [adres 2] te [plaats 1] . Kennelijk waren zij, zoals door [medeverdachte] is verklaard, onderweg naar die locatie.
In het pand aan de [adres 3] zijn 10 vuurwapens van categorie III (8 pistolen en 2 revolvers) en een grote hoeveelheid hennep en hasjiesj aangetroffen. De hoeveelheid vuurwapens stemt (ongeveer) overeen met de hoeveelheid waarover [medeverdachte] heeft verklaard. Het grootste deel van de wapens en drugs zijn aangetroffen op de begane grond in een verborgen kamer waarvan de toegang werd afgedekt door een kast, zoals ook is verklaard door [medeverdachte] . Verdachte was aanwezig in het pand, ook conform de verklaring van [medeverdachte] .
Onderzoek telefoons
Er is onderzoek gedaan naar de gegevens in de telefoons van [persoon 1] , [persoon 2] , verdachte en [medeverdachte] . Hieruit kan het volgende worden afgeleid.
Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte volgt dat er op 31 mei 2025 en 1 juni 2025 (rond de datum van het ophalen van de vuurwapens) een reisbeweging is geweest van een locatie in de buurt van de mast op [adres 4] te [plaats 1] naar een locatie in de buurt van de mast op [adres 5] te [plaats 2] en weer terug. De gesprekken/sessies in [plaats 2] zijn vermoedelijk datapakketjes geweest die aan de startmast kunnen blijven hangen ondanks een verplaatsing. De rechtbank is van oordeel dat hieruit kan worden afgeleid dat verdachte op die dagen van en naar de [straat] te [plaats 1] is gereisd. Dit past bij de verklaring van [medeverdachte] dat hij samen met verdachte enkele dagen na 28 mei 2025 vanaf het pand aan de [straat] is vertrokken om wapens op te halen en dat die vervolgens naar het pand zijn gebracht. Dat de telefoon van verdachte pas op 1 juni 2025 om 12:00 uur weer gebruik maakte van de zendmast in [plaats 1] , kan ermee te maken hebben dat de gesprekken/sessies in [plaats 2] datapakketjes zijn geweest die aan de startmast kunnen blijven hangen ondanks een verplaatsing.
In de avond en nacht van 31 mei 2025 op 1 juni 2025 vindt er veelvuldig telefonisch contact plaats tussen [persoon 1] , [medeverdachte] en [persoon 2] , wat goed kan passen bij de omstandigheid dat in die avond dan wel nacht de transactie rondom de vuurwapens plaatsvond. Op 1 juni 2025 om 00:16 uur is er een chatgesprek tussen verdachte en [persoon 2] , waarbij verdachte de locatie [straat] te [plaats 1] met [persoon 2] deelt. Dit past bij de verklaring van [medeverdachte] dat [persoon 2] is gekomen nadat verdachte is weggegaan.
Conclusie
Nu de rechtbank geen reden ziet om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [medeverdachte] te twijfelen en zijn verklaring steun vindt in ander bewijs, acht de rechtbank de verklaring van [medeverdachte] betrouwbaar en zal zij deze gebruiken voor het bewijs.
Verklaring verdachte
Verdachte zelf heeft verklaard dat het aanstralen van een mast in [plaats 2] kan worden verklaard doordat hij met twee neven (die in [plaats 1] verbleven) twee dagen naar het zuiden is gegaan. Verder heeft hij verklaard dat hij op 11 juni een afspraak heeft gemaakt met [getuige 1] over werk, dat hij op 12 juni ging werken en die avond terug ging naar het pand om daar te overnachten. In het licht van de verklaring van [medeverdachte] en het hiervoor genoemde steunbewijs, acht de rechtbank de verklaring van verdachte zelf ongeloofwaardig.
Feit 3
Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, namelijk de verklaring van [medeverdachte] en het genoemde steunbewijs, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 28 mei 2025 tot en met 12 juni 2025 heeft meegewerkt aan de handel in vuurwapens door de vuurwapens op te halen bij een vrachtwagen, en deze vervolgens mee te nemen naar de opslaglocatie waar hij als beveiliger heeft opgetreden. Een aantal vuurwapens is verkocht aan [persoon 4] en een andere partij vuurwapens is verkocht aan Belgen. Voor wat betreft de periode waarin verdachte het feit heeft gepleegd, sluit de rechtbank voor de begindatum aan bij de datum waarop hij naar Amsterdam is gereisd, namelijk 28 mei 2025, nu kort daarna de partij ongeveer 40 vuurwapens naar de [adres 3] zijn gebracht. Verdachte heeft dus zonder erkenning vuurwapens in de uitoefening van een bedrijf uitgewisseld en verhandeld door als tussenpersoon op te treden bij koop en/of verkoop van vuurwapens, vuurwapens op te halen, vuurwapens te vervoeren naar de opslaglocatie en op deze locatie als beveiliger op te treden.
Medeplegen
Daarbij was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking met een of meer anderen die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering. Verdachte heeft in opdracht van een ander en samen met een ander de vuurwapens opgehaald, en de wapens vervoerd naar een opslaglocatie van waaruit de vuurwapens verder verhandeld werden. Daarmee heeft verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het feit. De rechtbank acht het tenlastegelegde medeplegen daarom wettig en overtuigend bewezen.
Beroep of gewoonte
Bij het maken van een ‘beroep of gewoonte’ van het feit in de zin van de wet Wapens en munitie ligt het kenmerkende van de gewoonte in de herhaling, terwijl het bij het handelen uit beroep gaat om het oogmerk om te herhalen. Volgens vaste jurisprudentie moet bij handelen uit beroep sprake zijn van de wil om eenzelfde feit stelselmatig uit winstbejag of om in het onderhoud te voorzien, te begaan. Daarvoor kan één daad voldoende zijn, mits deze wijst op het vaste voornemen hetzelfde feit nogmaals te begaan met het oog op financieel gewin.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het feit, nu het slechts gaat om een beperkte periode en handelingen met betrekking tot één partij vuurwapens. Daarnaast blijkt uit het dossier onvoldoende dat bij verdachte sprake was van het oogmerk om eenzelfde feit stelselmatig te begaan met oog op financieel gewin. Uit het dossier blijkt immers niet dat verdachte contact had met anderen over de verkoop van vuurwapens en evenmin dat hij geld heeft ontvangen voor zijn betrokkenheid. Bovendien heeft [medeverdachte] verklaard dat verdachte na het ophalen van de wapens bij de vrachtwagen (uit angst) is weggegaan. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.
Feit 1 en 2
De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling wegens het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie allereerst is vereist dat de verdachte een wapen of munitie bewust aanwezig heeft gehad. Die bewustheid hoeft zich niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Verder is voor de bewezenverklaring van dat voorhanden hebben nodig dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken.
Ook voor het opzettelijk aanwezig hebben van de hennep en hasjiesj is vereist dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen en dat hij de beschikkingsmacht over deze verdovende middelen had.
Uit het dossier volgt dat verdachte op 12 juni 2025 in de woning aanwezig was waar de vuurwapens en drugs zich bevonden. Uit het dossier volgt dat de woningen aan [adres 2] en [adres 3] hetzelfde complex betroffen. Uit het proces-verbaal van doorzoeking blijkt niet duidelijk of de vuurwapens op [nummer] of [adres 3] van de [straat] zijn gevonden en of verdachte in hetzelfde pand bleef, maar uit overige stukken in het dossier (zoals het proces-verbaal van binnentreden) blijkt dat zowel verdachte als de vuurwapens op het adres op nummer [adres 3] zijn aangetroffen.
Gelet op de betrokkenheid van verdachte bij het ophalen en vervoeren van vuurwapens naar de locatie aan de [adres 3] in [plaats 1] en de omstandigheid dat hij als beveiliger van de locatie optrad, is de rechtbank van oordeel dat hij zich in meer of mindere mate bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van vuurwapens op die locatie.
De rechtbank stelt echter vast dat de vuurwapens en de drugs zich op een niet direct zichtbare locatie bevonden. De drugs en 9 van de 10 vuurwapens (8 pistolen en 1 revolver bevonden zich in een verborgen kamer op de begane grond. De toegang tot de verborgen kamer werd afgedekt door een kast. Verdachte bevond zich op de eerste etage. Op een richel in het plafond boven verdachte bevond zich de andere revolver, dus evenmin op een direct zichtbare plaats.
Uit de verklaring van [medeverdachte] volgt wel dat verdachte aanwezig was als beveiliger van de locatie, maar niet of hij op de hoogte was van de verborgen ruimtes en de precieze locatie van de vuurwapens.
De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat, voor zover verdachte de wapens al bewust aanwezig heeft gehad of bewust de aanmerkelijke kans op de aanwezigheid van die wapens heeft aanvaard, niet is komen vast te staan dat verdachte daarover heeft kunnen beschikken op 12 juni 2025. De rechtbank acht dus niet bewezen dat verdachte de vuurwapens voorhanden heeft gehad.
Ten aanzien van de drugs geldt dat uit het dossier in het geheel niet blijkt dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid ervan en dus evenmin dat hij hierover kon beschikken.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van feit 1 en 2.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
3.
in de periode van 28 mei 2025 tot en met 12 juni 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, zonder erkenning vuurwapens en munitie, te weten pistolen van het merk Ceonic Ceon-9 en revolvers van een ander merk in de uitoefening van een bedrijf heeft uitgewisseld en verhandeld, door
- als tussenpersoon op te treden bij koop en/of verkoop van vuurwapens,
- vuurwapens op te halen en
- de vuurwapens te vervoeren naar de opslaglocatie en
- op deze locatie als beveiliger op te treden,
terwijl verdachte en/of zijn mededaders de feiten begingen met betrekking tot vuurwapens van categorie III van de Wet wapens en munitie.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest. Bij haar eis heeft zij rekening gehouden met de ernst van de feiten, de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd en het gegeven dat de rol en betrokkenheid van verdachte beperkter is dan die van de medeverdachten.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt de eis van de officier van justitie niet te volgen en een kortere gevangenisstraf op te leggen.
Het oordeel van de rechtbank
De verdachte heeft zich in een periode van enkele weken schuldig gemaakt aan het medeplegen van het verhandelen van vuurwapens. Hij heeft daaraan meegewerkt door een grote partij vuurwapens op te halen bij een vrachtwagen, en de vuurwapens vervolgens mee te nemen naar de opslaglocatie waar hij als beveiliger heeft opgetreden. Daarmee heeft hij een bijdrage geleverd aan het ongecontroleerd verspreiden van vuurwapens. De vuurwapens waarin werd gehandeld zijn gevaarlijk en het ongecontroleerde bezit ervan brengt onaanvaardbare veiligheidsrisico’s met zich mee. Ook leidt het tot gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Verdachte heeft bijgedragen aan het in standhouden van illegale wapenhandel. Voor dergelijke feiten worden doorgaans forse straffen opgelegd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten in Nederland.
Uit het dossier en ter zitting is gebleken dat verdachte vanuit Turkije naar Nederland is gevlucht, ten tijde van de feiten in het AZC verbleef en (nog) geen geldige verblijfstitel heeft in Nederland. Ter zitting heeft de verdediging toegelicht dat verdachte als asielzoeker in aanmerking komt voor een vermindering van zijn straf met 50 procent onder de voorwaarde dat hij niet meer terugkeert naar Nederland.
De rechtbank komt anders dan de officier van justitie tot een bewezenverklaring van één feit, waardoor zij een lagere straf zal opleggen dan is geëist. Daarnaast heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf voor verdachte (in relatie tot de straf voor medeverdachte) in zwaarwegende mate meegewogen dat zijn rol bij de wapenhandel beperkt lijkt te zijn gebleven tot het optreden als tussenpersoon door vuurwapens te halen en naar de opslaglocatie te brengen en het vervolgens als beveiliger optreden op deze locatie en dat hij tevergeefs lijkt te hebben geprobeerd zich te onttrekken aan de wapenhandel. Gelet op ernst van het feit, de persoon van verdachte en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van een jaar.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet
7 Het beslag
De teruggave
Ten aanzien van de volgende in beslag genomen voorwerpen (die zijn vermeld op de beslaglijst) wordt een last gegeven tot teruggave aan verdachte:
- 1 STK GSM (PL1300-2025144785-G6669267);
- 1 STK Simkaart van zaktelefoon (PL1300-2025144785-G6669269);
- 1 STK GSM (PL1300-2025144785-G6669273).
De onttrekking aan het verkeer
Onder verdachte zijn meerdere hoeveelheden hennep en hasjiesj in beslag genomen. Deze voorwerpen zijn vermeld op de beslaglijst. Daarnaast zijn er in het onderzoek meerdere wapens, patroonhouders en munitie in beslag genomen, zonder dat daarbij een beslagene is vermeld. Deze voorwerpen zijn niet vermeld op de beslaglijst.
De inbeslaggenomen hennep, hasjiesj, wapens, patroonhouders en munitie worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.
Geen beslissing
Op het door de officier van justitie overgelegde overzicht van in beslag genomen voorwerpen (die niet op de beslaglijst staan) staat een tweetal telefoons ten aanzien waarvan de officier van justitie verbeurdverklaring heeft verzocht, maar ten aanzien waarvan geen beslagene is vermeld in het dossier. Dit betreffen een Apple telefoon met nummer PL2000-2025150547-G2871286 en een Redmi telefoon met nummer PL2000-2025150547- G2871280. Deze telefoons zijn aangetroffen in de auto waarin medeverdachten [persoon 2] en [persoon 1] zijn aangehouden. Zowel [persoon 2] als [persoon 1] hebben verklaard dat de telefoons eigendom zijn van [persoon 1] . De strafzaak tegen [persoon 1] is nog niet inhoudelijk behandeld. Gelet op het voorgaande, zal in die strafzaak een beslissing moeten worden genomen over de voorwerpen. De rechtbank zal daarom nu geen beslissing nemen over de betreffende telefoons.
Verder heeft de officier van justitie verbeurdverklaring verzocht ten aanzien van een telefoon met nummer PL2000-2025150547-G2871396. Deze telefoon is in beslag genomen onder medeverdachte [medeverdachte] , wiens strafzaak ook nog niet inhoudelijk is behandeld. Er zal in die strafzaak een beslissing moeten worden genomen over dat voorwerp. De rechtbank zal daarom nu geen beslissing nemen over de betreffende telefoon.
8 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9 Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
feit 3: Handelen in strijd met art. 9 lid 1 van de WWM, begaan met betrekking tot vuurwapens van categorie III, strafbaar gesteld bij art. 55 lid 3, onderdeel a van de WWM, meermalen gepleegd;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Beslag
- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
vermeld op de beslaglijst:
1) 1 STK GSM (PL1300-2025144785-G6669267);
2) 1 STK Simkaart van zaktelefoon (PL1300-2025144785-G6669269);
3) 1 STK GSM (PL1300-2025144785-G6669273);
- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:
vermeld op de beslaglijst:
4) 30 KG Hashish (Omschrijving: 30,64 KG) (PL1300-2025144785-G6669271);
5) 4 KG Hennep (Omschrijving: 4,32 KG) (PL1300-2025144785-G6669277);
6) 12 KG Hennep (Omschrijving: 12,65 KG) (PL1300-2025144785-G6669278);
7) 8 KG Hennep ((Omschrijving: 8,1 KG) (PL1300-2025144785-G6669280);
8) 2 KG Hennep (Omschrijving: 2,06 KG) (PL1300-2025144785-G6669282;
9) 2 KG Hennep (Omschrijving: 2,52 KG) (PL1300-2025144785-G6669283);
10) 6 KG Hennep (Omschrijving: 6,72 KG) (PL1300-2025144785-G6669287);
11) 2 KG Hennep (Omschrijving: 2,43 KG) (PL1300-2025144785-G6669288);
12) 1 KG Hennep (Omschrijving: 0,55 KG) (PL1300-2025144785-G6669291);
13) 3 KG Hennep (Omschrijving: 3,48 KG) (PL1300-2025144785-G6669292);
14) 1 KG Hennep (Omschrijving: 1,92 KG) (PL1300-2025144785-G6669293);
15) 5 KG Hennep (Omschrijving: 5,13 KG) (PL1300-2025144785-G6669295);
16) 1 KG Hennep (Omschrijving: 0,38 KG) (PL1300-2025144785-G6669296);
17) 1 KG Hennep (Omschrijving: 1,12 KG) (PL1300-2025144785-G6669298);
18) 2 KG Hennep (Omschrijving: 2,7 KG) (PL1300-2025144785-G6669299);
19) 1 KG Hennep (Omschrijving: 1,46 KG) PL1300-2025144785-G6669300;
niet vermeld op de beslaglijst:
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6683847);
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6683849);
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6683851);
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6683852);
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6683854);
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6683856);
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6683857);
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6683859);
* pistool (nummer 1) (PL1300-2025144785-G6669125);
* pistool (nummer 2) (PL1300-2025144785-G6669126);
* pistool (nummer 3) (PL1300-2025144785-G6669127);
* pistool (nummer 4) (PL1300-2025144785-G6669130);
* pistool (nummer 5) (PL1300-2025144785-G6669131);
* pistool (nummer 6) (PL1300-2025144785-G6669133);
* pistool (nummer 7) (PL1300-2025144785-G6669134);
* pistool (nummer 8) (PL1300-2025144785-G6669135);
* revolver (PL1300-2025144785-G6669137);
* revolver (PL1300-2025144785-G6669136);
* huls (kal. 22 Lr) (PL1300-2025144785-G6683911);
* patroonhouder (PL1300-2025144785-G6669142);
* kogelpatroon (PL1300-2025144785-G6669144);
* kogelpatroon (PL1300-2025144785-G6669143);
* kogelpatroon (PL1300-2025144785- G6669141);
* kogelpatroon (PL1300-2025144785-G6669139);
* kogelpatroon (PL1300-2025144785-G6669138).
Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter,
en mr L.P. Hertsig en mr. L.W. Boogert, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 november 2026.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
hij op of omstreeks 12 juni 2025 te [plaats 1] , gemeente Ouder-Amstel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
tien, althans een of meer wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
- 8 vuurwapens in de vorm van een pistool, van het merk Ceonic, type Ceon-9, kaliber 9 x l9mm en/of
- 2 vuurwapens in de vorm van een revolver, van een onbekend merk en/of van het merk Bruni, type Olympic 38, kaliber .22 LR
voorhanden heeft gehad;
(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)
2
hij op of omstreeks 12 juni 2025 te [plaats 1] , gemeente Ouder-Amstel
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten
ongeveer 30.640 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of
ongeveer 52.800 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,
zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 12 juni 2025 te [plaats 1] , althans in Nederland en/of te Istanbul, althans in Turkije en/of Duitsland en/of België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal
zonder erkenning
een of meer wapens en/of munitie, te weten van het merk Ceonic Ceon-9 en/of andere merken zijnde (een) vuurwapen(s) in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool,
althans een of meerdere wapens van categorie II en/of III en/of munitie van categorie II en/of III
- heeft vervaardigd, heeft getransformeerd, in de uitoefening van een bedrijf heeft uitgewisseld, heeft verhuurd en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, heeft
hersteld, heeft beproefd, heeft verhandeld en/of
- in de uitoefening van een bedrijf heeft onderhandeld over en/of transacties heeft geregeld voor de aankoop, de verkoop en/of de levering van wapens en/of munitie en/of de overbrenging van wapens en/of munitie binnen, naar en/of vanuit een lidstaat van de
Europese Unie heeft georganiseerd,
door
- via een berichtendienst (te weten WhatsApp en/of TikTok) meerdere berichten en/of foto’s en/of video’s te plaatsen en/of te versturen van vuurwapens die hij, verdachte en/of zijn mededaders, te koop aanbieden en/of navraag over doen, en/of
- via een berichtendienst (te weten WhatsApp en/of TikTok) te spreken en/of afspraken te maken over de prijs en/of de betaling en/of het moment en/of de locatie van levering, en/of
- als tussenpersoon op te treden bij koop en/of verkoop van vuurwapens,
- vuurwapens op te halen en/of
- de vuurwapens te vervoeren naar de opslaglocatie en/of
- op deze locatie als beveiliger op te treden,
en verdachte en/of zijn mededaders het feit beging met betrekking tot een wapen van categorie II onderdeel 1, 3, 4, 5 en/of 6 en/of een vuurwapen van categorie III van de Wet wapens en munitie,
van welk feit verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt;
(art 14 lid 1 Wet wapens en munitie)