Strafrecht overig
Artikel 38 van de Geneesmiddelenwet. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het illegaal in voorraad…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 november 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:10733 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbzwb-2026-10733
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 4 november 2026
- Zaaknummer
- 02-026931-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:10733
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 38 van de Geneesmiddelenwet. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het illegaal in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine. Strafoplegging: een gevangenisstraf van 24 maanden.
Uitspraak
cRechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-026931-26
Vonnis van de meervoudige economische kamer van 3 november 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] (Colombia),
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [plaats] ,
raadsman: mr. B. Çiçek, advocaat te Breda.
1 Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 oktober 2026, waarbij de officier van justitie mr. I. Bouhdan en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte 25 kilogram ketamine heeft uitgevoerd of in voorraad heeft gehad.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde opzettelijk in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd met betrekking tot het in voorraad hebben van de 25 kilogram ketamine, met dien verstande dat zij van mening is dat moet worden uitgegaan van voorwaardelijk opzet bij verdachte.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier vol opzet bij verdachte niet kan worden bewezen. Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij niet wist van de ketamine “als zodanig”, maar dat hij wel “indirect heeft deelgenomen”. Hij was de bestuurder van de auto waarin de ketamine was verstopt, welke auto een aantal dagen eerder door hem was gehuurd. Bovendien is er DNA van verdachte aangetroffen op het verpakkingsmateriaal van één pakket ketamine. Onder deze omstandigheden kan in ieder geval worden geconcludeerd tot voorwaardelijk opzet bij verdachte.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 27 januari 2026 te Breda opzettelijk zonder registratie als bedoeld in de Geneesmiddelenwet een grote hoeveelheid van een werkzame stof, te weten 25 kilogram ketamine, in voorraad heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank primair verzocht om verdachte tot niet meer te veroordelen dan een straf gelijk aan de duur van het voorarrest en subsidiair om het onvoorwaardelijke strafdeel gelijk te stellen aan het voorarrest aangevuld met een voorwaardelijk strafdeel.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het illegaal in voorraad hebben van
25 kilogram ketamine. Op 27 januari 2026 reden hij en de medeverdachte in een Spaanse huurauto vanuit Nederland richting de Belgische grens. Verdachte was de bestuurder en had deze auto een paar dagen eerder gehuurd. Op de A16 in Breda in de buurt van de Belgische grens werd hun auto door de politie staande gehouden en aan een controle onderworpen.
Bij deze controle werden 25 pakketten van één kilogram ketamine aangetroffen die verstopt waren achter de autolampen bij de voor- en achterbumper.
Het illegaal in voorraad hebben van ketamine is een ernstig strafbaar feit. Ketamine wordt steeds vaker gebruikt als dissociatief tripmiddel (een partydrug) en is qua werking vergelijkbaar met harddrugs. Het is een verslavend middel en bij ongecontroleerd gebruik schadelijk voor de volksgezondheid. De straatwaarde van 25 kilogram ketamine bedraagt ongeveer € 500.000,00. De handel hierin gaat daarom vaak gepaard met verschillende vormen van criminaliteit zoals geweldsdelicten en witwassen, wat een ontwrichtende werking heeft op de maatschappij. Dat de 25 kilogram ketamine bedoeld was voor de verkoop in de drugsscene blijkt reeds uit het illegaal aanwezig hebben en het verborgen vervoeren ervan.
Gezien het voorgaande sluit de rechtbank aan bij straffen die worden opgelegd voor het aanwezig hebben van harddrugs, waarvoor dezelfde maximumstraf geldt als voor het illegaal in voorraad hebben van ketamine. Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht is het uitgangspunt voor het bezit van 25 kilogram harddrugs een gevangenisstraf van 36 maanden. De rechtbank ziet in deze zaak aanleiding om in het voordeel van verdachte hiervan af te wijken. Detentie in Nederland weegt voor verdachte als buitenlander bijzonder zwaar, nu hij de Nederlandse en Engelse taal niet beheerst en ook anderszins weinig binding heeft met Nederland.
Alles afwegend vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op artikel 38 van de Geneesmiddelenwet en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8 Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
primair: Opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet;
Strafbaarheid
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.K. Bloemendal, voorzitter,
en mr. D van Kralingen en mr. C.H.M. Pastoors, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 november 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 27 januari 2026 te Breda, althans in Nederland opzettelijk zonder registratie als bedoeld in de Geneesmiddelenwet een (grote hoeveelheid van een) werkzame stof te weten 25 kilogram ketamine, althans 25 kilo van een materiaal bevattende ketamine in te voeren en/of in voorraad te hebben en/of af te leveren en/of uit te voeren en/of anderszins binnen of buiten Nederlands grondgebied te brengen;
( art 38 lid 1 Geneesmiddelenwet )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 januari 2026 te Breda, althans in Nederland opzettelijk een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1 sub b van de Geneesmiddelenwet waarvoor geen handelsvergunning gold te weten 25 kilo ketamine, althans 25 kilo van een materiaal bevattende ketamine in voorraad heeft gehad, te koop heeft aangeboden, heeft verkocht, heeft afgeleverd, ter hand heeft gesteld, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd en/of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht;
( art 40 lid 2 Geneesmiddelenwet )