Rechtbank Zeeland-West-Brabant, op tegenspraak strafrecht overig

ECLI:NL:RBZWB:2026:638

Op 4 February 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een op tegenspraak procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 02-222817-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:638. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
02-222817-25
Datum uitspraak:
4 February 2026
Datum publicatie:
4 February 2026

Indicatie

Verdachte heeft samen met een ander opzettelijk 25 kilogram ketamine in voorraad gehad, zijnde een geneesmiddel dat ook wordt gebruikt als partydrug en qua werking vergelijkbaar is met hard-drugs. Verdachte wordt veroordeeld tot 24 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-222817-25

vonnis van de meervoudige economische kamer van 4 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk)

wonende te [woonadres] (Verenigd Koninkrijk)

nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [locatie]

raadsvrouw mr. F.W.M. Hopmans, advocaat te Breda

1
Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.P. de Graaf en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander 25 kilogram ketamine heeft uitgevoerd, althans in voorraad heeft gehad.

3
De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen

4
De beoordeling van het bewijs
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde opzettelijk in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich voor het in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Daarbij was geen sprake van vol opzet.

4.1

Het oordeel van de rechtbank

4.1.1

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht

4.1.2

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

Primair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is geweest van vol opzet. Verdachte heeft verklaard dat hij wel begreep dat er iets illegaals in de doos zat, welke doos op verzoek van onbekenden door hem en de medeverdachte werd vervoerd. Verdachte heeft zich daarmee willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat in de doos verboden middelen zaten, zoals ook het geval was. Verdachte heeft daarmee het voorwaardelijk opzet gehad op het in voorraad hebben van de 25 kilogram ketamine.

4.2

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Primair:

op 12 augustus 2025 te Hazeldonk, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk zonder registratie als bedoeld in de Geneesmiddelenwet een grote hoeveelheid van een werkzame stof, te weten 25 kilogram ketamine, in voorraad heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5
De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6
De strafoplegging
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw vindt dat de eis van de officier van justitie disproportioneel is in vergelijking tot uitspraken in soortgelijke zaken. Zij heeft verzocht om bij de strafbepaling meer rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en om aan hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte reed op 12 augustus 2025 te Breda als bijrijder van een Franse huurauto in de richting van de Belgische grens met [medeverdachte] als bestuurder. Kort voor de grens werd de auto staande gehouden en werd in die auto een doos aangetroffen met daarin 25 kilogram ketamine. Na aanvankelijk te hebben gezwegen, hebben beiden verklaard de doos op verzoek van onbekenden vervoerd te hebben van Rotterdam naar Breda. Hun politieverklaringen daarover zijn echter niet consistent met elkaar en ook op zitting heeft verdachte geenszins het achterste van zijn tong laten zien. De rechtbank zal met deze proceshouding in het nadeel van verdachte rekening houden bij de strafbepaling.

Verdachte heeft zich samen met [medeverdachte] schuldig gemaakt aan het opzettelijk in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine met een straatwaarde van ongeveer

€ 500.000,00. Ketamine valt vanwege de geneeskundige toepassing ervan weliswaar onder de Geneesmiddelenwet, maar wordt tegenwoordig steeds vaker voor recreatieve doeleinden gebruikt als dissociatief tripmiddel, anders gezegd: een partydrug. Ketamine is qua werking vergelijkbaar met harddrugs en is een verslavend middel. Het is algemeen bekend dat drugs en illegaal gebruikte geneesmiddelen schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Daarnaast gaat de handel in dergelijke middelen veelal gepaard met verschillende vormen van criminaliteit zoals geweldsdelicten en illegale geldstromen, waarbij de drugshandel een belangrijke schakel vormt in de keten van criminele ondermijnende activiteiten die de samenleving ontwrichten. Met zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan deze voor de maatschappij zeer nadelige gevolgen van middelengebruik en de handel daarin.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de straffen die voor het aanwezig hebben van harddrugs worden opgelegd. Daar staat dezelfde maximumstraf op als op het in voorraad hebben van ketamine. Volgens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht is het uitgangspunt voor 25 kilogram harddrugs een gevangenisstraf van 36 maanden. Omdat de in Engeland wonende verdachte gezondheidsklachten heeft en het verblijf in een Nederlandse gevangenis voor hem als buitenlander sowieso extra zwaar weegt, ziet de rechtbank aanleiding deze straf te matigen.

Alles afwegend legt de rechtbank aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7
De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 38 van de Geneesmiddelenwet en de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

8
De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Primair: Medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. D. van Kralingen en mr. P.K.J. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van F.J.M. Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 4 februari 2026.

Bijlage I

De tenlastelegging

hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Hazeldonk, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

zonder registratie als bedoeld in de Geneesmiddelenwet een (grote

hoeveelheid van een) werkzame stof, te weten 25 kilogram ketamine,

althans 25 kilo van een materiaal bevattende ketamine

in te voeren en/of in voorraad te hebben en/of te koop aan te bieden

en/of af te leveren en/of uit te voeren en/of anderszins binnen of buiten

Nederlands grondgebied te brengen;

( art 38 lid 1 Geneesmiddelenwet )

Subsidiair:

hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Hazeldonk, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

opzettelijk

een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1 sub b van de

Geneesmiddelenwet waarvoor een handelsvergunning gold,

te weten 25 kilo gram ketamine, althans 25 kilo van een materiaal

bevattende ketamine

In voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft

verkocht en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld en/of heeft

ingevoerd en/of heeft uitgevoerd en/of anderszins binnen of buiten het

Nederlands grondgebied heeft gebracht;

( art 40 lid 2 Geneesmiddelenwet )