Strafrecht overig

Verlenging tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 juni 2026

Zaakgegevens

Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
26 juni 2026
Datum publicatie
25 juni 2026
Zaaknummer
02-821244-15
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:5603
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-821244-15

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 26 juni 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,

thans verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum [tbs-instelling]

(hierna: tbs-instelling),

hierna: betrokkene,

raadsvrouw mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem.

1 Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof ‘s Hertogenbosch van 8 oktober 2019 is betrokkene vanwege

afpersing en diefstal met geweld en bedreiging met geweld tezamen en in vereniging

gepleegd met de dood tot gevolg, veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren en tbs

met verpleging van overheidswege.

De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De tbs is op 23 oktober 2019 aangevangen. De tbs is laatstelijk verlengd bij beslissing van 2 juli 2024 voor een termijn van twee jaar. Deze beslissing is op 12 december 2024 bevestigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

2 Procesverloop

De rechtbank heeft op 30 april 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 12 juni 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. I.M. Peters, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw.
Voorts is als deskundige gehoord [deskundige] , hoofd behandeling bij de tbs-instelling.

3 Advies van de instelling

De tbs-instelling adviseert in het verlengingsadvies van 21 april 2026 om de tbs te verlengen met twee jaar. Daarin wordt, kort samengevat, het volgende vermeld. Bij betrokkene is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en trekken van psychopathie.

Op 6 mei 2025 is betrokkene, in het kader van een derde behandelpoging, opgenomen in de [tbs-instelling] . De tbs-instelling bemerkt dat betrokkene zich inzet voor zijn traject, maar nog altijd voornamelijk gericht is op resocialisatie en daarmee sneller wil dan verantwoord of passend wordt geacht. De precieze risicofactoren zijn gedurende zijn verblijf in de tbs-instelling nog weinig bewerkt. Duidelijk is dat het traject nog geruime tijd in beslag zal nemen om de behandeling en resocialisatie verder vorm te geven. Bij directe beëindiging van de tbs wordt het risico op terugval in gewelddadig gedrag ingeschat als hoog. Naar verwachting zal betrokkene snel zijn antisociale levensstijl hervatten, waarbij gewelddadig gedrag zowel impulsief als instrumenteel kan voorkomen.

Ter zitting heeft de deskundige het verlengingsadvies toegelicht. Op basis van de nieuwe risicotaxatie is het risico omlaag gegaan. De tbs-instelling heeft in grote lijnen zicht op risicofactoren waaraan gewerkt moet worden. Binnen een jaar zal niet naar voorwaardelijke beëindiging toegewerkt kunnen worden. De tbs-instelling handhaaft het advies tot verlenging van de tbs met twee jaar.

4 Standpunt van partijen

4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verlenging van de tbs verzocht met één jaar.

Er dient een vinger aan de pols te worden gehouden om de verdere voortgang van het behandeltraject te monitoren en in de gaten te houden of er aankomend jaar begeleid verlof van de grond komt. Daarnaast dient er perspectief en enige houvast te worden geboden. Er dient een juiste balans te worden gevonden in de voortgang van het traject van betrokkene.

5 Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen of de algemene

veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog

aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige

ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds aan deze wettelijke criteria voldaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tbs moet worden verlengd.

De vervolgvraag is met welke termijn de tbs moet worden verlengd. Volgens vaste jurisprudentie heeft als uitgangspunt te gelden dat wanneer aannemelijk is dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar,

de tbs moet worden verlengd met een termijn van twee jaar. Dit kan anders zijn wanneer de reële kans bestaat dat de maatregel na verloop van een jaar kan worden gewijzigd of

beëindigd of als het verloop van de behandeling daartoe aanleiding geeft.

Uit het advies van de tbs-instelling en het verhandelde ter zitting komt naar voren dat de verwachting is dat de verdere behandeling, het begeleid verlof en resocialisatie van betrokkene langer dan één jaar zal duren, zodat een verlenging van twee jaar in de rede ligt. De samenwerking van betrokkene met het behandelingsteam heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt waarbij betrokkene op een meer constructieve manier inzicht geeft in zijn belevingswereld. Als betrokkene dit volhoudt, kan worden toegewerkt naar een aanvraag begeleid verlof. Het verlof zal vervolgens stapsgewijs moeten worden opgebouwd. Dit heeft tijd nodig. Een (voorwaardelijke) beëindiging op korte termijn ligt niet in de lijn der verwachting en naar het oordeel van de rechtbank geeft het verloop van het behandeltraject evenmin aanleiding voor een kortere verlenging. Voor een zogenaamde vinger aan de pols is geen aanleiding. De tbs-instelling heeft het behandeltraject van betrokkene goed in het oog. Er is geen sprake van een situatie waarin wordt gedraald door de tbs-instelling. Een verlenging van de tbs met een termijn van één jaar heeft bij deze stand van zaken geen meerwaarde. De rechtbank zal dan ook de tbs met verpleging van overheidswege verlengen met twee jaar.

6 Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.

Deze beslissing is genomen door mr. H. Skalonjic, voorzitter,

en mrs. G.M.J. Kok en J.P.E. Mullers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.T.C.J.M. de Jongh, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 juni 2026.

Mr. Skalonjic is niet in de gelegenheid om deze beslissing mede te ondertekenen.