24 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigCassatieVermogensrecht. Geen verkrijgende verjaring van strook grond ex art. 3:105 BW. Hof had moeten onderkennen dat…
Hoge Raad|17 december 2010|ECLI:NL:HR:2010:BO1763Aangehaald in 9 uitspraken
plaatsgevonden op de voet van art. 3:105 in verbinding met 3:102 en 3:306 BW (dan wel in verbinding met art. 3:306 en 3:314 BW). 17 december … subsidiair dat hij uit hoofde van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW de eigendom van de strook grond in 1998 - twintig jaren nadat zijn rechtsvoorgangers die strook
- Civiel recht overigCassatieVerjaring. Huwelijksvermogensrecht. Vergoedingsrecht uit hoofde van huwelijkse voorwaarden in verband met…
Hoge Raad|23 december 2022|ECLI:NL:HR:2022:1936Aangehaald in 13 uitspraken
AC2558. Art. 1:87 BW. Had hof i.p.v. aan verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:306 BW) overeenkomstige toepassing moeten geven aan verjaringstermijn van vijf jaar van art. 3 … niet voltooid, omdat in dit geval de algemene verjaringstermijn van 20 jaar van artikel 3:306 BW heeft te gelden. Dat betekent dat het beroep op verjaring van de man faalt
- Civiel recht overigCassatieVermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313…
Hoge Raad|23 april 2021|ECLI:NL:HR:2021:649Aangehaald in 16 uitspraken
Vermogensrecht. Nalatenschap. Afgifte legaat. Verjaring vordering tot afgifte? Art. 3:306 BW en art. 3:313 BW. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar … heeft miskend dat voor het buiten toepassing laten van de objectieve verjaringstermijn van art. 3:306 BW op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid slechts in (hoogst) uitzonderlijke
- GoederenrechtCassatieGoederenrecht. Verkrijging eigendom strook grond door bezitter niet te goeder trouw op grond van verjaring…
Hoge Raad|20 januari 2023|ECLI:NL:HR:2023:62Aangehaald in 18 uitspraken
verjaring (art. 3:105 BW jo. art. 3:314 lid 2 BW en art. 3:306 BW). Onrechtmatige daad jegens voormalige eigenaar; vordering tot schadevergoeding in natura door levering strook grond … verjaring op grond van art. 3:105 lid 1 BW in verbinding met art. 3:306 BW vereiste termijn van twintig jaren, en veroordeling van [eisers] om ten titel van schadevergoeding
- Civiel recht overigArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door…
Hoge Raad|15 mei 2020|ECLI:NL:HR:2020:876
Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3
- Civiel recht overigArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Verkrijgende verjaring van strook grond in Sint Maarten (art. 3:105 in…
Hoge Raad|9 juni 2023|ECLI:NL:HR:2023:881
verjaring van strook grond in Sint Maarten (art. 3:105 in verbinding met art. 3:306 BW Sint Maarten). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 21/04456 Datum 9 juni 2023 ARREST
- Civiel recht overigCassatieGeschil tussen de eigenaar van een strook grond en zijn buurman die de grond eerst in huur en vervolgens om…
Hoge Raad|18 november 2005|ECLI:NL:HR:2005:AT8240Aangehaald in 5 uitspraken
door extinctieve verjaring?, stuiting, aanvangstijdstip verjaringstermijn van rechtsvordering tot ontruiming als bedoeld in art. 3:306 BW, bezit en houderschap, interversie (art. 3:111 BW); HR doet zelf af. 18 november … augustus 2001, kan de door [eiser] c.s. ingestelde rechtsvordering tot ontruiming, waarvoor art. 3:306 BW een verjaringstermijn van twintig jaar aanwijst, slechts verjaard zijn, indien die is ontstaan in het tijdvak
- GoederenrechtArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Goederenrecht. Kort geding tussen eigenaren buurpercelen over eigendom…
Hoge Raad|20 november 2020|ECLI:NL:HR:2020:1852
BW); inbezitneming (art. 3:113 BW). Bevrijdende verjaring (art. 3:105 lid 1 jo. 3:306 BW). HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 19/03466 Datum 20 november 2020 ARREST
- Civiel recht overigCassatieArt. 80 a lid 1 RO. Goederenrecht. Eigendom onroerende zaak. Verkrijgende verjaring (art. 3:105 BW en 3:306 BW)?
Hoge Raad|25 september 2015|ECLI:NL:HR:2015:2843
Goederenrecht. Eigendom onroerende zaak. Verkrijgende verjaring (art. 3:105 BW en 3:306 BW)? 25 september 2015 Eerste Kamer 15/01869 EV/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], wonende
- GoederenrechtCassatieGoederenrecht. Eigendomsverkrijging door verjaring van strook grond die van buurperceel is afgescheiden door…
Hoge Raad|30 juni 2023|ECLI:NL:HR:2023:1010Aangehaald in 6 uitspraken
buurperceel is afgescheiden door muur, art. 3:99 BW, art. 3:105 BW, art. 3:306 BW. Bezit, eisen inbezitneming, verkoop en levering, art. 3:108 e.v. BW HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
- Civiel recht overigArtikel 81 RO-zakenArt. 81 lid 1 RO. Vordering tot ontruiming gekraakt pand. Aan het middel te stellen eisen, art. 407 Rv…
Hoge Raad|20 februari 2015|ECLI:NL:HR:2015:399
Levert beroep krakers op verjaring (art. 3:314 lid 1 en 3:306 BW) misbruik van recht op (art. 3:13 BW)? 20 februari 2015 Eerste Kamer nr. 14/01473 LZ/MD Hoge Raad
- Civiel recht overigCassatieVermogensrecht. Verkrijging van eigendom van een goed door extinctieve verjaring dan wel verkrijging van…
Hoge Raad|9 juli 2010|ECLI:NL:HR:2010:BM5707
grond verkregen uit kracht van een geldige titel? Beroep op twintigjarige termijn van art. 3:306 BW? (art. 81 RO). 9 juli 2010 Eerste Kamer 08/04257 DV/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest
- Personen- en familierechtCassatiePersonen- en familierecht. Verdeling algehele gemeenschap van goederen. Verdeling van een gemeenschapsgoed…
Hoge Raad|27 maart 2015|ECLI:NL:HR:2015:762Aangehaald in 27 uitspraken
pensioenrechten. Volgens de man is de hier relevante termijn van twintig jaar van art. 3:306 BW aangevangen op 25 maart 1991, de datum van inschrijving van het echtscheidingsvonnis in de registers … artikel 3:179 lid 2 BW, waarvoor de wettelijke verjaringstermijn ex artikel 3:306 BW van twintig jaren geldt. 4.3. Partijen verschillen van mening over de vraag of de vordering
- VerbintenissenrechtCassatiePersonen- en familierecht. Verbintenissenrecht. Verjaring. Aansprakelijkheid van ene echtgenoot voor…
Hoge Raad|5 juli 2024|ECLI:NL:HR:2024:1027
niet anders bepaalt, de algemene verjaringstermijn van 20 jaar op grond van art. 3:306 BW van toepassing. Nog daargelaten dat uit de correspondentie uit 2019 volgt dat [verweerders] diverse stuitingshandelingen hebben … niet anders bepaalt, de algemene verjaringstermijn van art. 3:306 BW van toepassing is op de vorderingsrechten van [verweerders] jegens [eiser 2] . Volgens het onderdeel is dit oordeel onjuist, omdat
- Civiel recht overigCassatieGoederenrecht, verjaring. Eigendomsverkrijging van perceel grond door bezitter te kwader trouw ingevolge…
Hoge Raad|24 februari 2017|ECLI:NL:HR:2017:309Aangehaald in 295 uitspraken
grond van de algemene regeling van artikel 3:105 lid 1 BW jo artikel 3:306 BW wordt de bezitter inderdaad na 20 jaren eigenaar van de gestolen zaak
- Civiel recht overigCassatieRecht van opstal. Verkrijging door verjaring van rechtsvordering tot beëindiging van bezit (art. 3:306 jo…
Hoge Raad|10 oktober 2008|ECLI:NL:HR:2008:BD7601Aangehaald in 29 uitspraken
rechtsvordering van [verweerder] strekkende tot beëindiging van het bezit krachtens art. 3:306 BW is verjaard, zodat zij ingevolge art. 3:105 lid 1 BW de eigendom van het perceel
- Civiel recht overigCassatieVordering tot ontruiming strook grond. Verkrijging door verjaring rechtsvordering tot beëindiging bezit, art…
Hoge Raad|4 september 2015|ECLI:NL:HR:2015:2463Aangehaald in 27 uitspraken
zijn bezit niet te goeder trouw. De verjaringstermijn bedraagt twintig jaren (art. 3:306 BW). Deze verjaringstermijn tot beëindiging van het bezit van een niet-rechthebbende begint met de aanvang
- Civiel recht overigCassatie1 april 2005 Eerste Kamer Nr. C04/030HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1]…
Hoge Raad|1 april 2005|ECLI:NL:HR:2005:AS6006Aangehaald in 11 uitspraken
gebreke van toepasselijkheid van art. 3:310 lid 1 BW op grond van art. 3:306 BW twintig jaren zou belopen (vgl. HR 31 mei 2002, nr. C00/107
- Civiel recht overigCassatie4 juni 2004 Eerste Kamer Nr. C02/314HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad|4 juni 2004|ECLI:NL:HR:2004:AO6210Aangehaald in 6 uitspraken
dertig jaar, en zou onder het vanaf 1 januari 1992 geldende recht krachtens art. 3:306 BW zijn verjaard door verloop van twintig jaar, welke laatste termijn overeenkomstig het bepaalde
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|31 mei 2002|ECLI:NL:HR:2002:AE0631
3:310 BW zodat de algemene verjaringstermijn van 20 jaren van art. 3:306 BW van toepassing is. Het Hof heeft echter terecht geoordeeld dat de op art. 2 VOA gebaseerde verhaalsvordering
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.