Strafrecht overig
Klager is ontvankelijk in zijn beklag, nu de goederen niet in overeenstemming met de wettelijke…
ECLI:NL:GHAMS:2019:2470 · Gerechtshof Amsterdam · 5 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2019-2470
Zaakgegevens
Op 5 maart 2019 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 maart 2019
- Datum publicatie
- 17 juli 2019
- Zaaknummer
- R 000811-18 (552a Sv)
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2019:2470
Samenvatting
Klager is ontvankelijk in zijn beklag, nu de goederen niet in overeenstemming met de wettelijke voorschriften, en zonder de machtiging als bedoeld in artikel 117, eerste lid, Sv, zijn vernietigd, zodat van een beëindiging van het beslag geen sprake is.
Uitspraak
Inhoudsopgave
beschikking
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]
GERECHTSHOF AMSTERDAM
rekestnummer: 000811-18 (552a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000570-16
Beschikking op het klaagschrift op de voet van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
thans verblijvende te PI Zaanstad te Westzaan.
1 Inhoud klaagschrift
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager van de hierna genoemde voorwerpen: een laptop en een mobiel.
2
2. Procesgang
Het klaagschrift is op 23 juli 2018 bij het hof ingekomen.
Op 12 december 2018 is het standpunt van de advocaat-generaal ingekomen, inhoudende dat er geen strafvorderlijk belang is om de in het klaagschrift vermelde in beslag genomen goederen niet terug te geven.
Bij brief van 30 januari 2019 is namens de advocaat-generaal aan klager medegedeeld dat uit de naslag in de systemen is gebleken dat de betreffende goederen abusievelijk zijn vernietigd. Klager is daarbij gewezen op de mogelijkheid een verzoek tot schadevergoeding in te dienen bij het arrondissementsparket Noord-Holland (Haarlem), afdeling Beleid & Strategie.
Bij brief van 13 februari 2019 is deze mededeling aan de advocaat van klager verzonden, waarbij de advocaat-generaal het standpunt heeft ingenomen dat het beklag bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
Het hof heeft kennisgenomen van de relevante stukken in de strafzaak onder bovengenoemd parketnummer en heeft de advocaat-generaal, klager en de advocaat van klager, mr. H.J.G. Dudink, op 19 februari 2019 ter gelegenheid van de openbare behandeling van het klaagschrift in raadkamer gehoord.
3 Beoordeling
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van klager in zijn klaagschrift, nu gebleken is dat de in beslag genomen goederen abusievelijk zijn vernietigd. Klager is daarbij nogmaals gewezen op de mogelijkheid een verzoek tot schadevergoeding in te dienen bij het arrondissementsparket Noord-Holland (Haarlem), afdeling Beleid & Strategie.
Klager is ontvankelijk in zijn beklag. De goederen zijn immers kennelijk niet in overeenstemming met de wettelijke voorschriften, en zonder de machtiging als bedoeld in artikel 117, eerste lid, Sv, vernietigd, zodat van een beëindiging van het beslag geen sprake is (HR19 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:949).
Het hof zal, nu het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet, de teruggave van de goederen aan de klager gelasten. Dat aan die last tot teruggave niet kan worden voldaan, staat aan het geven van die last niet in de weg (HR 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP9413).
Het hof ziet in hetgeen door en namens klager bij de behandeling van het klaagschrift naar voren is gebracht geen belang, laat staan een noodzaak, om nader onderzoek te doen verrichten naar de gang van zaken bij de vernietiging.
Het hof merkt in verband met de feitelijke onmogelijkheid om aan de last tot teruggave te kunnen voldoen op dat, zoals voormeld klager zich tot het openbaar ministerie kan wenden met een verzoek tot schadevergoeding ter zake de abusievelijke vernietiging van de betreffende voorwerpen (vgl. HR 25 juni 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC8663, NJ 1991/823).
Het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat het klaagschrift gegrond moet worden verklaard en dat de teruggave van de goederen moet worden gelast.
4
4. Beslissing
Het hof:
Verklaart het klaagschrift gegrond en gelast de teruggave van de in beslag genomen goederen.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan klager.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. S. Clement en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 5 maart 2019.