Strafrecht overig
Terugwijzing door de Hoge Raad. Het hof is van oordeel dat, nu er geen beslag meer voorligt waar het hof op…
ECLI:NL:GHAMS:2026:2189 · Gerechtshof Amsterdam · 23 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2189
Zaakgegevens
Op 23 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Datum publicatie
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- 23-002745-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2189
Samenvatting
Terugwijzing door de Hoge Raad. Het hof is van oordeel dat, nu er geen beslag meer voorligt waar het hof op dient te beslissen en het nemen van een beslissing over dit beslag de enige grond was voor terugwijzing, de verdachte wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het door hem instelde hoger beroep, voor zover na terugwijzing door de Hoge Raad nog aan het oordeel van het hof onderworpen.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 21 september 2017
ECLI:NL:RBNHO:2017:8467Gerechtshof Amsterdam · 23 juli 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:2189
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002745-25
datum uitspraak: 23 juli 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 25 november 2025 met nummer 23/03516 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 september 2017 in de strafzaak onder parketnummer
15-993501-17 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .
Procesgang
De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de rechtbank beslissingen genomen over het beslag en de benadeelde partij.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep bij arrest van 30 augustus 2023 (onder parketnummer 23-003481-17) het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – vernietigd en in zoverre opnieuw recht gedaan en de verdachte voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft het hof beslissingen genomen over het beslag en de benadeelde partij.
Tegen voormeld arrest van het gerechtshof is namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 25 november 2025 met nummer 23/03516 het arrest van het gerechtshof Amsterdam vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, de duur van de gijzeling die is verbonden aan de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het arrest genoemde slachtoffer, en voor zover het hof heeft verzuimd te beslissen over het beslag op een rolkoffer en een rugtas. De Hoge Raad heeft de opgelegde gevangenisstraf verminderd in die zin dat deze 5 jaren en 3 maanden beloopt en heeft bepaald dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer moet worden uitgegaan van een gijzeling voor de duur van 360 dagen. De Hoge Raad heeft de zaak teruggewezen naar het gerechtshof Amsterdam opdat de zaak wat betreft de beslissing over de rolkoffer Louis Vuitton (met beslagcode C.04.02.001) en de rugtas Louis Vuitton (met beslagcode C.01.03.020) opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2026.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Standpunten van partijen
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de rolkoffer Louis Vuitton (met beslagcode C.04.02.001) en de rugtas Louis Vuitton (met beslagcode C.01.03.020) aan de verdachte moeten worden teruggegeven.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het hof, gelet op de beschikking van het hof van 15 juli 2025 in de rekestprocedure, geen beslissing meer hoeft te nemen inzake deze inbeslaggenomen voorwerpen, omdat deze reeds aan de verdachte zijn teruggegeven.
Beoordeling beslag na terugwijzing door de Hoge Raad
In het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 augustus 2023 heeft het hof ten aanzien van het thans nog aan de orde zijnde beslag – de Louis Vuitton rolkoffer en rugtas – het volgende overwogen:
“Over de rolkoffer en rugtas die volgens de verdediging eveneens in beslag zijn genomen, maar niet op de beslaglijst staan kan het hof geen beslissing nemen nu hierover verder niets bekend is.”
De Hoge Raad heeft hieromtrent in het arrest van 25 november 2025, voor zover hier van belang, het volgende overwogen: “Gelet op wat onder 3.2.1. is weergegeven zijn er aanwijzingen dat de rolkoffer en de rugtas in beslag zijn genomen. Het hof had daarom een beslissing moeten nemen over die rolkoffer en die rugtas. Dat die rolkoffer en rugtas niet op de beslaglijst staan vermeld, doet daaraan niet af (…)”. Daarop volgde, voor zover hier van belang, vernietiging van het arrest van het hof wat betreft het verzuim om een beslissing te nemen over het beslag op de rolkoffer en rugtas.
Na het wijzen van het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 augustus 2023 – maar vóór het wijzen van het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2025 – is op 19 december 2024 een klaagschrift bij het hof ingekomen. Het klaagschrift, dat namens de verdachte is ingediend door de raadsvrouw, strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan klager van de volgende voorwerpen (voor zover hier relevant): de rugtas Louis Vuitton C.01.03.020 en de koffer Louis Vuitton C.02.04.001 (het hof begrijpt: C.04.02.001).
Bij beschikking van 15 juli 2025 (rekestnummer 000937-00) heeft het gerechtshof Amsterdam het klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave aan de verdachte gelast van voornoemde rugtas en koffer. Hiertoe heeft het hof destijds het volgende overwogen: “Het hof is van oordeel dat niet, althans onvoldoende is komen vast te staan dat op de rugtas en de koffer thans conservatoir beslag rust. Onderliggende stukken (zoals bijvoorbeeld de machtiging rechter-commissaris) zijn ondanks langdurig aandringen hierop niet overgelegd en ontbreken in de stukken die het hof ter beschikking staan. Het hof gaat er daarom vanuit dat geen (rechtmatig) conservatoir beslag is gelegd. Nu ook geen klassiek beslag meer rust op die goederen moeten ook de rugtas en de koffer aan klager worden teruggegeven”.
Gelet op deze beschikking van het hof van 15 juli 2025, waarbij de teruggave is gelast van de rolkoffer Louis Vuitton (C.04.02.001) en de rugtas Louis Vuitton (C.01.03.020) aan de verdachte, resteert geen beslag meer waar het hof op dient te beslissen.
Indien de beschikking van het hof van 15 juli 2025 tijdig ter kennis zou zijn gebracht van de Hoge Raad, had terugwijzing achterwege kunnen blijven.
Het hof is van oordeel dat, nu – gelet op het hiervoor overwogene – er geen beslag meer voorligt waar het hof op dient te beslissen en het nemen van een beslissing over dit beslag de enige grond was voor terugwijzing, de verdachte wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het door hem instelde hoger beroep, voor zover na terugwijzing door de Hoge Raad nog aan het oordeel van het hof onderworpen.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover dit hoger beroep na terugwijzing door de Hoge Raad nog aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Senden, mr. A.P.M. van Rijn en mr. J.J. Roos, in tegenwoordigheid van mr. N.M.
Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 juli 2026.
=========================================================================
[…]