Strafrecht overig

Vernietiging van het vonnis. Bekennende verdachte. Overtreding van artikel 9, zevende lid, WVW…

Zaakgegevens

Op 30 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
30 juli 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
23-002362-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2195
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vernietiging van het vonnis. Bekennende verdachte. Overtreding van artikel 9, zevende lid, WVW. Gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002362-25

datum uitspraak: 30 juli 2026

VERSTEK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 december 2024 in de strafzaak onder parketnummer 96-045424-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1996,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 juli 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 11 januari 2024 te Amsterdam als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Kraanship Ibisweg, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt op grond van het dossier en – in het bijzonder – de bekennende verklaring van de verdachte tijdens het politieverhoor op 11 januari 2024 vast dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het rijden met een ingevorderd rijbewijs. Het hof komt dan ook tot een bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 januari 2024 te Amsterdam, als degene van wie ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Kraanship Ibisweg, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte reed in een auto, terwijl hij op dat moment niet tot rijden bevoegd was. Zijn rijbewijs was namelijk ingevorderd en nog niet aan hem teruggegeven. Daarmee heeft de verdachte er blijk van gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan besluiten van overheidswege die met het oog op de verkeersveiligheid zijn genomen.

Het hof heeft bij het bepalen van (de hoogte van) de straf acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin voor feiten als deze een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken als uitgangspunt wordt genoemd. Het hof ziet in de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd, geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Ook hetgeen bij het hof bekend is over de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, geeft het hof geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken. Gelet op het voorgaande ziet het hof geen reden af te wijken van de straf zoals die door de politierechter is opgelegd.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.M.G. de Weerd, mr. W.S. Ludwig en mr. A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van
mr. S.B. Zoet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
30 juli 2026.

mr. W.S. Ludwig is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.