Strafrecht overig

Vernietiging vonnis. Telkens overtreding gebiedsverbod en telkens lokaalvredebreuk. Toepassing 9a Sr.

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 augustus 2026
Datum publicatie
9 september 2026
Zaaknummer
23-002849-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2592
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Vernietiging vonnis. Telkens overtreding gebiedsverbod en telkens lokaalvredebreuk. Toepassing 9a Sr.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002849-25

datum uitspraak: 14 augustus 2026

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 november 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-223624-25 (zaak A), 13-230656-25 (zaak B), 13-225867-25 (zaak C), 13-226485-25 (zaak D), 13-228325-25 (zaak E), 13-241439-25 (zaak F), 13-232039-25 (zaak G) en 13-228842-25 (zaak H) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortedag 1] ([geboorteland]) op [geboortedag 2] 2000,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

in zaak A:

hij op of omstreeks 15 augustus 2025 om 00:05 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval een wettelijk voorschrift, gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak B:

hij op of omstreeks 2 september 2025 te Amsterdam in het besloten lokaal tankstation bij [tankstation], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen, en/of het terrein/erf heeft betreden immers was hem, verdachte, met ingang van 4 mei 2025 schriftelijk de toegang tot dat tankstation ontzegd voor de duur van 1 jaar.

in zaak C:

1.
hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te Amsterdam in het besloten lokaal gelegen aan de [adres 1] bij de [winkel] in gebruik, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 15 augustus 2025 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van één jaar;

2.
hij op of omstreeks 21 augustus te 09:32 uur te Amsterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 en/of 2.9a van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 2 Oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden (van 12 juli 2025 om 00:00 uur tot en met 11 oktober 2025 om 23:59 uur) niet meer te bevinden.

in zaak D:

hij op of omstreeks 23 augustus 2025 om 15:36 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval een wettelijk voorschrift, gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak E:

hij op of omstreeks 27 augustus 2025 te 08:50 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost , althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak F:

1.
hij in of omstreeks 16 augustus 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, in het besloten lokaal [adres 2] bij [winkel], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 10 mei 2025 schriftelijk de toegang tot die [winkel] ontzegd voor de duur van vierentwintig maanden;

2.
hij op of omstreeks 16 augustus 2025 om 19:00 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval een wettelijk voorschrift, gedaan door of namens de burgemeester van Amsterdam, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak G:


hij op of omstreeks 4 september 2025 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak H:

hij op of omstreeks 28 augustus 2025 te 09:19 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A, zaak B, zaak C onder 1 en 2, zaak D, zaak E, zaak F onder 1 en 2, zaak G en zaak H tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

in zaak A:

hij op 15 augustus 2025 om 00:05 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak B:


hij op 2 september 2025 te Amsterdam in het besloten lokaal tankstation bij [tankstation] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 4 mei 2025 schriftelijk de toegang tot dat tankstation ontzegd voor de duur van 1 jaar.

in zaak C:

1.
hij op 21 augustus 2025 te Amsterdam in het besloten lokaal gelegen aan de [adres 1] bij de [winkel] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 15 augustus 2025 schriftelijk de toegang tot die winkel ontzegd voor de duur van één jaar;

2.
hij op 21 augustus te 09:32 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9a van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied 2 Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden (van 12 juli 2025 om 00:00 uur tot en met 11 oktober 2025 om 23:59 uur) niet meer te bevinden.

in zaak D:

hij op 23 augustus 2025 om 15:36 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak E:

hij op 27 augustus 2025 te 08:50 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak F:

1.
hij op 16 augustus 2025 te Amsterdam in het besloten lokaal [adres 2] bij [winkel] in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 10 mei 2025 schriftelijk de toegang tot die [winkel] ontzegd voor de duur van vierentwintig maanden;

2.
hij op 16 augustus 2025 om 19:00 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, gedaan namens de burgemeester van Amsterdam, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak G:


hij op 4 september 2025 te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

in zaak H:


hij op 28 augustus 2025 te 09:19 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 2.9 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende - zakelijk weergegeven - om zich uit het overlastgebied Oost te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.

Hetgeen in de zaken A tot en met H meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaken A, C onder 2, D, E, F onder 2, G en H bewezenverklaarde levert op:

telkens: opzettelijk niet voldoen aan een bevel of een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Het in de zaken B, C onder 1 en F onder 1 bewezenverklaarde levert op:

telkens: in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Toepassing van artikel 9a Wetboek van strafrecht

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in bovengenoemde zaken A tot en met H bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 weken.

De advocaat-generaal heeft – overeenkomstig het verzoek van de raadsvrouw – gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel.

Het hof heeft gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich herhaaldelijk schuldig gemaakt aan het negeren van een gebiedsverbod en aan lokaalvredebreuk. Door zo te handelen heeft hij overlast veroorzaakt en zich niet gehouden aan een besluit dat ter handhaving van de openbare orde is genomen. Ook heeft hij inbreuk gemaakt op de rechten van de rechthebbende van de winkelruimte.

Blijkens een de verdachte uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 30 juli 2026 is hij veelvuldig wegens soortgelijke feiten veroordeeld. In beginsel is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan ook passend en geboden.

Het hof neemt evenwel in aanmerking dat aan de verdachte bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 mei 2026 de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de duur van 2 jaren is opgelegd. Dit heeft tot gevolg dat hij twee jaar lang van zijn vrijheid beroofd zal zijn in een gesloten penitentiaire inrichting of in ieder geval sterk beperkt zal zijn in zijn bewegingsvrijheid. Ter terechtzitting in hoger beroep is voorts gebleken dat de verdachte ongewenst is verklaard en zich daartegen niet heeft verzet. Hij heeft afgezien van het voeren van bestuursrechtelijke procedures. De raadsvrouw heeft in dat verband naar voren gebracht dat de verdachte uitdrukkelijk wenst terug te keren naar zijn land van herkomst. De ISD-maatregel wordt op dit moment ten uitvoer gelegd. De verdachte is geselecteerd voor plaatsing op een VRIS-afdeling, waar wordt toegewerkt naar zijn terugkeer naar het land van herkomst. Gelet op al deze bijzondere omstandigheden ziet het hof aanleiding toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-223624-25 en in de zaak met parketnummer 13-230656-25 en in de zaak met parketnummer 13-225867-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-226485-25 en in de zaak met parketnummer 13-228325-25 en in de zaak met parketnummer 13-241439-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-232039-25 en in de zaak met parketnummer 13-228842-25 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-223624-25 en in de zaak met parketnummer 13-230656-25 en in de zaak met parketnummer 13-225867-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-226485-25 en in de zaak met parketnummer 13-228325-25 en in de zaak met parketnummer 13-241439-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-232039-25 en in de zaak met parketnummer 13-228842-25 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-223624-25 en in de zaak met parketnummer 13-230656-25 en in de zaak met parketnummer 13-225867-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-226485-25 en in de zaak met parketnummer 13-228325-25 en in de zaak met parketnummer 13-241439-25 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-232039-25 en in de zaak met parketnummer 13-228842-25 bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.C. Bijlsma, mr. H.A. van Eijk en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. R.C.E. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 augustus 2026.