Strafrecht overig
huiselijk geweld, verwerping van het verweer van de verdediging dat er onvoldoende overtuigend bewijs is en…
ECLI:NL:GHAMS:2026:2654 · Gerechtshof Amsterdam · 16 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2654
Zaakgegevens
Op 16 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Datum publicatie
- 16 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000100-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2654
Samenvatting
huiselijk geweld, verwerping van het verweer van de verdediging dat er onvoldoende overtuigend bewijs is en dat het slachtoffer zichzelf de verwondingen heeft aangebracht
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000100-26
datum uitspraak: 16 september 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 13 januari 2026 in de strafzaak onder parketnummer 13-345957-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1962,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 29 oktober 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, zijn echtgenote, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] -met kracht bij de kraag vast te pakken en/of vast te houden en/of -meermalen tegen het gezicht en/of tegen de lip te slaan en/of te stompen;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis van de rechtbank
Het vonnis van de rechtbank zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsoverweging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat de verdachte zijn echtgenoot heeft mishandeld. De verklaring van de verdachte dat zijn vrouw zichzelf de verwondingen heeft aangebracht uit wanhoop om een scheiding te kunnen realiseren en hulp voor haarzelf te krijgen kan niet worden uitgesloten.
Het hof volgt de verdediging niet en overweegt daartoe als volgt.
De aangifte van het slachtoffer wordt door verschillende bewijsmiddelen ondersteund, namelijk een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisant die de aangifte heeft opgenomen en verschillende foto’s in het dossier die zijn gemaakt op de dag van het tenlastegelegde feit waarop zichtbaar is dat het slachtoffer verwondingen heeft. Daarmee is dus voldaan aan het vereiste dat er voldoende wettig bewijs moet zijn om tot een bewezenverklaring van een tenlastegelegd strafbaar feit te kunnen komen.
Het hof is er daarnaast ook van overtuigd dat de verdachte de mishandeling heeft gepleegd. Het hof neemt daarbij de omstandigheid mee dat de verbalisant die de aangifte heeft opgenomen het slachtoffer herkent als een vrouw die hij een week eerder ook al heeft gezien aan de balie op het politiebureau voor een casus die zag op huiselijk geweld. Dezelfde verbalisant heeft ook kort nadat het tenlastegelegde feit heeft plaatsgevonden waargenomen dat het slachtoffer een opgezwollen en bebloede onderlip had en dat het slachtoffer erg emotioneel was. De foto’s in het dossier waarop striemen zijn te zien in de nek van het slachtoffer passen bovendien goed bij de verklaring van het slachtoffer dat zij door de verdachte in haar kraag is gegrepen en dat hij haar daar stevig heeft vastgehouden. Dat het slachtoffer zelf deze verwondingen heeft toegebracht wordt ook daarom onaannemelijk geacht waardoor dit alternatief scenario wordt verworpen.
Het hof komt gelet op het voorgaande dan ook tot de conclusie dat de verdachte het slachtoffer heeft mishandeld.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 29 oktober 2024 te Amsterdam zijn echtgenote [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] met kracht bij de kraag vast te pakken en vast te houden en meermalen tegen het gezicht te slaan
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zijn (toenmalige) echtgenoot mishandeld door haar met kracht bij de kraag vast te pakken en vast te houden en haar meermalen tegen het gezicht te slaan. Door zo te handelen heeft hij ervoor gezorgd dat het slachtoffer pijn heeft gehad en dat zij zich onveilig heeft gevoeld in haar eigen huis, terwijl dit een plek zou moeten zijn waar zij zich bij uitstek veilig zou moeten voelen. Huiselijk geweld is bovendien een ernstig maatschappelijk probleem waar jaarlijks vele slachtoffers onder lijden.
Daar komt bij dat de verdachte door te verklaren dat het slachtoffer ‘zichzelf wel verwond zou moeten hebben’ en dat zij ‘een toneelstuk heeft opgevoerd om het huis te krijgen bij een scheiding’ niet alleen het slachtoffer onterecht heeft neergezet als een manipulatief persoon, maar dat hij daarmee ook op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn daden. De verdachte heeft er met deze verklaring dan ook bepaald geen blijk van gegeven dat hij inziet dat het verkeerd is wat hij heeft gedaan. Het hof neemt dit de verdachte kwalijk.
Hoewel geen sprake is van relevante recidive vindt het hof het niet passend om aan de verdachte een geldboete op te leggen, mede gelet op het feit dat de verdachte moet leven van een Wajong-uitkering. Het hof ziet wel aanleiding een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, zodat de verdachte er van doordrongen raakt dat hij niet nogmaals een strafbaar feit moet plegen.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis waarvan 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis van de rechtbank en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. R.A.E. van Noort en mr. A.M.M.E. Doekes - Beijnes, in tegenwoordigheid van mr. M.E. de Waard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 september 2026.
Mrs. R.A.E. van Noort en A.M.M.E. Doekes – Beijnes zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]