Strafrecht overig
OM-appel. Vrijspraak heling, nu uit het dossier niet kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het…
ECLI:NL:GHAMS:2026:2710 · Gerechtshof Amsterdam · 22 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2710
Zaakgegevens
Op 22 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Datum publicatie
- 23 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000329-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2710
Samenvatting
OM-appel. Vrijspraak heling, nu uit het dossier niet kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen wist of had vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof. Veroordeling voor het voorhanden hebben van soft en harddrugs, en het witwassen van een groot aantal luxegoederen. Anders dan de politierechter is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de bij de verdachte aangetroffen voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dit wist. Voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden en een taakstraf van 180 uren. Verbeurdverklaring van de goederen en onttrekking aan het verkeer van de drugs. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000329-25
datum uitspraak: 22 september 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-020422-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
adres: [adres 1] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
8 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 17 januari 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 83,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 29,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 17 januari 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,15 gram, in elk geval een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer 76,79 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 17 januari 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meerdere fietsen (waaronder Phatfour Flx 750 wh black en/of zwarte fiets DK42 en/of Phatfour Flx black 50), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
4.
hij op of omstreeks 17 januari 2024, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (van) een
- zesentwintig (26) paar schoenen (o.a. merk Nike, Adidas en/of Salomon Acs pro) en/of
- vijftien (15) stuks parfum (o.a. merk: Dior, Dolce, Gabbana en/of Hugo Boss) en/of
- Samsung Galaxy tablet s9 fe+ (goednummer: 6450865) en/of
- Apple Ipad Air (goednummer: 6450867) en/of
- twaalf (12) stuks gereedschap (o.a. merk: Bosch, Makita en/of Dremel) en/of
- elektrische fiets Super73 (goednummer: 6450869) en/of
- elektrische fiets Cross Boss (goednummer: 6450874) en/of
- elektrische fiets Hitway (goednummer: 6450875) en/of
- elektrische fiets Knaap (goednummer: 6420401) en/of
- elektrische fiets Phatfour Flx 750wh black (goednummer: 6421279) en/of
- elektrische fiets Phatfour Flx black 50 (goednummer: 6422682),
althans een of meer voorwerpen
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en strafoplegging komt dan de politierechter.
Vrijspraak van feit 3
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder feit 3 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Hiertoe overweegt het hof als volgt.
Weliswaar is komen vast te staan dat de verdachte op 17 januari 2024 de drie ten laste gelegde en – in november 2023 – gestolen fatbikes voorhanden heeft gehad, maar uit de inhoud van het dossier kan niet worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van die fietsen wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof, nu concrete aanknopingspunten daaromtrent ontbreken. De strafrechter kan het ontbreken van een geloofwaardige verklaring van de verdachte betrekken bij de weging van het bewijs, maar dat kan op zichzelf, zonder genoemde concrete aanknopingspunten, deze wetenschap of dit vermoeden niet dragen.
Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 4:
Het openbaar ministerie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde feit.
De verdediging heeft verzocht de verdachte van dit feit vrij te spreken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte geen bewindvoerder maar een budgetbeheerder op vrijwillige basis had. Nu er geen kasopstelling is gemaakt, kan niet worden vastgesteld welke financiële middelen de verdachte tot zijn beschikking had. Derhalve kan niet worden geconcludeerd dat er een vermoeden bestond dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Daarnaast heeft de verdachte een concrete en verifieerbare verklaring afgelegd over de herkomst van die voorwerpen. Deze verklaring is door het openbaar ministerie niet gefalsificeerd.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt voorop dat naar bestendige jurisprudentie voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’ kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is daarbij aan het openbaar ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden.
Indien de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet -onmiddellijk of middellijk- van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Indien de verdachte voormelde verklaring geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien een dergelijke verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen omtrent het bewijs.
Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
Op 6 oktober 2023 ontving de politie een MMA-melding inhoudende dat de verdachte vanuit zijn woning op het adres [adres 2] harddrugs verhandelt. Ook zou de verdachte volgens de melding met grote regelmaat gestolen dure elektrische fietsen in de portiek voor zijn woning stallen. De politie heeft naar aanleiding van die melding op 14 november 2023 waargenomen dat er een gestolen elektrische fiets voor de deur van de portiek stond. Op 3 januari 2024 heeft de bij de politie bekende harddrugsverslaafde met antecedenten op het gebied van vermogensdelicten [persoon 1] bij het adres van de verdachte aangebeld en is met een bigshopper de portiek binnengegaan, waarna hij zonder bigshopper naar buiten is gekomen, wat blijkt uit waarnemingen van de politie in combinatie met beeldmateriaal. Op 4 januari 2024 heeft de politie waargenomen dat de verdachte met een andere persoon de kelderbox is ingegaan en vervolgens naar buiten is gekomen met twee doosjes parfum in zijn hand. Op 5 januari 2024 is voornoemde [persoon 1] bij de portiek gekomen en binnengelaten met twee flessen whisky van het merk Hennessy in zijn hand. Enkele minuten later verliet hij de portiek zonder de flessen. Op 17 januari 2024 zag de politie dat [persoon 1] aanbelde bij het adres van de verdachte, naar binnen ging en enkele minuten later naar buiten kwam. [persoon 1] werd staande gehouden door de politie en bleek in het bezit te zijn van een kleine hoeveelheid (vermoedelijke) cocaïne. Op diezelfde dag heeft de politie de woning van de verdachte (van circa 33m2) betreden en heeft er een doorzoeking plaatsgevonden. Tijdens de doorzoeking is onder meer aangetroffen:
-
83,7 gram cocaïne;
-
29,9 gram heroïne;
-
5,15 gram hasjiesj;
-
76,79 gram hennep;
-
een grote hoeveelheid doorzichtige gripzakjes (die wel gebruikt worden voor het verpakken van drugs), gelijkend op het gripzakje dat bij [persoon 1] is aangetroffen;
-
een Apple iPad en een Samsung tablet (in de verpakking);
-
15 flessen parfum (van onder andere de merken Dior, Dolce & Gabbana, Hugo Boss en Jean Paul Gaultier);
-
12 stuks gereedschap (waaronder 5 boormachines en 4 multitools van onder meer de merken Bosch en Dremel);
-
26 paar schoenen van de merken Nike (Air Max), Adidas en Salomon Acs, schoenmaat variërend van 44 tot 46 (en een paar met schoenmaat 41,5), en meer dan 100 paar gedragen sportschoenen, veelal nog in de originele doos;
-
6 fatbikes, waarvan 3 in de woonkamer en 3 in de kelderbox. Van de 3 fatbikes in de woonkamer kon worden vastgesteld dat deze, sinds november 2023, als gestolen staan geregistreerd;
-
vele flessen (ongeopende) sterke drank, waaronder flessen Hennessy;
-
meerdere jassen met de prijskaartjes er nog aan, van onder andere het merk Stone Island, diverse T-shirts nog voorzien van labels en circa 40 spijkerbroeken.
De verdachte heeft daags na zijn aanhouding bij de politie in het kader van zijn persoonlijke omstandigheden onder meer verklaard dat hij onder bewind staat, geen werk heeft en al 7 maanden een WW-uitkering ontvangt ter hoogte van € 1.500 à € 1.600 per maand (70% van zijn eerdere inkomen). Zijn bewindvoerder regelt alles voor hem. Hij is jarenlang dakloos geweest. Toen hij zijn woning kreeg, kwamen de schulden en boetes binnen.
Dit alles, in onderlinge samenhang bezien, maakt dat het openbaar ministerie zonder meer voldoende feiten en omstandigheden heeft aangedragen die het vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. De grote hoeveelheid luxe goederen aangetroffen in de woning van de verdachte past niet bij zijn financiële situatie en daarnaast zijn er aanwijzingen dat de verdachte zich bezig hield met de handel in verdovende middelen en gestolen voorwerpen. De verdediging heeft – in het kader van het gerechtvaardigde vermoeden – voornoemde feiten en omstandigheden niet weersproken, met uitzondering van de bewindvoering. Het eerst bij de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting in hoger beroep ingenomen standpunt dat geen sprake was van een bewindvoerder maar van een vrijwillige budgetbeheerder, is op geen enkele wijze onderbouwd en niet aannemelijk geworden. Deze stelling valt niet te rijmen met hetgeen de verdachte hierover tegen de politie en de politierechter heeft verklaard en ook niet met het contact dat de reclassering met de bewindvoerder heeft gehad blijkens het reclasseringsrapport van 6 januari 2025. Het hof gaat dan ook voorbij aan het in dit verband gevoerde verweer van de raadsman. Bovendien laat het, indien juist, onverlet de vaststellingen die zijn gedaan in en bij de woning van de verdachte en neemt het niet weg dat de financiële draagkracht van de verdachte uit legale bronnen evengoed beperkt was.
Van de verdachte mag dan verlangd worden dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de voorwerpen niet van misdrijf afkomstig zijn.
Over de 26 paar (nieuwe) schoenen heeft de verdachte bij de politie verklaard dat hij die maandelijks afbetaalde. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij aanvullend het volgende verklaard. Hij kocht de schoenen voor zichzelf in de hoop dat ze meer waard zouden worden. Hij betaalde maandelijks € 300,00 à € 500,00 af. Hij kan geen internetbetalingen doen vanwege de bewindvoering. Zijn originele bankpas ligt bij de bewindvoerder. De verkoper van de schoenen, [persoon 2] van de winkel [bedrijf 1] , stuurt hem tikkies. Vanwege de bewindvoering liepen de betalingen via de bankrekening van zijn vriendin ‘ [persoon 3] ’. De verdachte heeft Whatsapp-gesprekken met de verkoper op de zitting in eerste aanleg getoond en die in hoger beroep aan het hof overgelegd. Het openbaar ministerie heeft in hoger beroep nader onderzoek laten doen naar aanleiding van hetgeen de verdachte in dit verband heeft verklaard. De schoenenverkoper [persoon 2] en de vriendin van de verdachte, [persoon 3] , zijn door de politie gehoord. [persoon 2] heeft verklaard dat het klopt dat de verdachte schoenen bij hem kocht, dat hij aan de verdachte 10 tot 15 paar schoenen heeft verkocht en dat de verdachte hem daarvoor in totaal ongeveer € 3.000,00 tot € 5.000,00 heeft betaald in 1,5 tot 2 jaar tijd. [persoon 3] heeft verklaard dat de verdachte als verzamelaar schoenen kocht die hij betaalde met zijn eigen geld. Hij heeft met tikkies betaald. [persoon 3] heeft dit nooit gezien.
Het hof overweegt als volgt. De verdachte heeft een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring afgelegd over de aankoop van de ten laste gelegde schoenen. Het openbaar ministerie heeft aanleiding gezien om nader onderzoek te laten doen naar de verklaring van de verdachte. Dit onderzoek heeft het vermoeden van witwassen niet ontzenuwd. Onduidelijk is gebleven hoe de verdachte (maandelijks) dergelijke bedragen uit legale bron kon voldoen, in de financiële situatie waarin hij verkeerde. Uit de verklaring van [persoon 3] kan geenszins worden opgemaakt dat zij de verdachte financieel heeft ondersteund bij de aanschaf van de schoenen.
Over de flessen parfum heeft de verdachte bij de politie verklaard dat hij die bij [bedrijf 2] en [bedrijf 3] heeft gekocht. Geconfronteerd met de waarneming dat hij op 4 januari 2024 met een persoon zijn kelderbox inging en met twee flesjes parfum naar buiten kwam, verklaarde hij dat hij toevallig die twee bij die persoon heeft gekocht, maar de rest wel bij [bedrijf 2] en [bedrijf 3] , om daar aan toe te voegen: “Soms komen mensen wel op straat en die vragen dan of ik parfum wil kopen”. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat iedereen hem voor zijn verjaardag en met kerst parfum cadeau doet, omdat hij daarvan houdt.
Het hof overweegt als volgt. De in dit verband door de verdachte afgelegde verklaringen zijn zodanig wisselend en onverenigbaar met elkaar, dat die als op voorhand hoogst onwaarschijnlijk en niet concreet moeten worden aangemerkt. Daarnaast zijn de verklaringen niet verifieerbaar en geeft de bij de politie afgelegde verklaring geen inzicht in hoe de verdachte de parfums uit legale bron heeft kunnen bekostigen. Dat getuige [persoon 3] heeft verklaard wel parfums voor hem te hebben gekocht, maakt dat niet anders nu zij in dit verband ook opmerkt ‘het was niet echt veel’.
Over de tablets is de verdachte bij de politie niet bevraagd. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft hij verklaard dat die van zijn kinderen zijn. Hij heeft de tablets op [website] gekocht, ten bewijze waarvan hij twee facturen heeft overgelegd waarop de klantgegevens zijn weggelakt. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij de tablets niet heeft gekocht en dat de kinderen de tablets met kerst van hun moeder hebben gekregen. Ernaar gevraagd hoe hij dan aan de facturen is gekomen, heeft de verdachte verklaard dat de facturen meestal in de dozen (verpakkingen) zitten.
Het hof overweegt als volgt. De verklaringen van de verdachte zijn inconsistent en, in onderling verband, als op voorhand hoogst onwaarschijnlijk aan te merken. Indien de verdachte de tablets zelf heeft gekocht, is niet duidelijk uit welke legale bron hij dit heeft bekostigd. Bovendien is niet verifieerbaar bij wie de tablets zijn aangeschaft omdat de klantgegevens op de facturen zijn weggelakt. Nader onderzoek naar aanleiding van de bij de inhoudelijke behandeling in hoger beroep afgelegde verklaring van de verdachte, kan van het openbaar ministerie in het licht van het voorgaande niet worden gevergd.
Over het gereedschap heeft de verdachte bij de politie verklaard dat hij misschien als ZZP-er een eigen klusbedrijf wilde starten en dat hij daarvoor al spullen inkocht. Hij klust wel met een vriend van hem. Ze hadden samen een beetje geld apart gezet om gereedschap te kopen. De verdachte wil eerst niet zeggen wie die vriend is en noemt daarna de naam [persoon 4] . Meer dan een voornaam weet hij niet. Op de zitting in eerste aanleg heeft de verdachte bevestigd dat hij een eigen bedrijf wil beginnen met een vriend. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij met zijn broer een familiebedrijf wilde starten en zij daarom al spullen inkochten. Gevraagd naar de eerder genoemde vriend [persoon 4] verklaarde de verdachte dat hij het bedrijf met zijn broer zou opstarten maar dat hij ook nog een paar vrienden had die konden meehelpen.
Het hof overweegt als volgt. Uit nader onderzoek is gebleken dat het gereedschap samen bijna € 1.300,00 zal hebben gekost, zodat de vraag gerechtvaardigd is hoe de verdachte aan het gereedschap is gekomen. De verklaringen die de verdachte hierover heeft afgelegd, zijn onverenigbaar met elkaar. Zij zijn niet concreet te noemen en kunnen als op voorhand hoogst onwaarschijnlijk worden aangemerkt. De genoemde vriend [persoon 4] is zonder aanvullende gegevens niet verifieerbaar. Van het openbaar ministerie kan niet worden verlangd nu alsnog aanvullend onderzoek te doen naar aanleiding van de ter terechtzitting in hoger beroep rigoureus gewijzigde verklaring omtrent zijn beoogde compagnon, nu kennelijk zijn broer. Het op te richten klusbedrijf heeft overigens ook op geen enkele manier handen en voeten gekregen.
Over de zes fatbikes die de verdachte in zijn woonkamer en kelderbox had staan, heeft hij bij de politie verklaard dat hij er vijf had gekocht om later door te verkopen in Suriname en dat er eentje van zijn vriendin was. Hij heeft de vijf fatbikes bij vrienden gekocht. De verdachte heeft ter onderbouwing van de aanschaf drie facturen overgelegd. Op de zitting in eerste aanleg heeft de verdachte, gevraagd naar de drie fatbikes in zijn woonkamer die als gestolen staan gesignaleerd, verklaard dat hij de fatbikes van een jongen via [website] heeft gekocht. De facturen kreeg hij erbij. De klantgegevens zijn weggelakt omdat de verkoper dat wilde. De verkoper reageert nu niet meer. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte desgevraagd verklaard dat hij niet weet waarom de politie in zijn verklaring heeft opgeschreven dat hij de fietsen bij vrienden kocht. Hij heeft de fietsen bij verschillende verkopers gekocht. Het is gangbaar dat verkopers op [website] alle klantgegevens wegstrepen. De verdachte vond niet dat de facturen er raar uitzagen, hij weet niet hoe die er uit horen te zien. Hij kan zich niet herinneren dat een van de fatbikes van zijn vriendin zou zijn.
Het hof overweegt als volgt. Ook in dit verband heeft de verdachte wisselende verklaringen afgelegd. Eerst zou hij vijf van de fatbikes bij vrienden hebben gekocht, later bij een of meer verkopers op [website] . Van de verkoper(s) kan hij geen gegevens verstrekken. Van de drie door de verdachte overgelegde facturen bevat er één zo weinig informatie (ook geen framenummer) dat die niet aan een van de in beslag genomen fatbikes kan worden gekoppeld. De andere twee facturen vertonen opvallende gebreken, zoals geen btw-specificatie. In plaats van de klantgegevens is een zwart gedrukt balkje te zien.. Het hof concludeert dat ook de in dit verband door de verdachte afgelegde verklaringen de toets van een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk verklaring, niet kunnen doorstaan. Bovendien is er geen onderbouwd antwoord gekomen op de vraag hoe de verdachte deze zeer forse uitgaven heeft kunnen doen uit legale middelen. De drie aangiftes van diefstal van de fatbikes die bij de verdachte in de woonkamer zijn aangetroffen, zijn alle van november 2023. Daaruit volgt dat de verdachte in ieder geval die drie fatbikes voorhanden moet hebben gekregen in de (korte) periode van twee maanden voorafgaand aan zijn aanhouding.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat de bij de verdachte aangetroffen en ten laste gelegde voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte dit wist.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 17 januari 2024 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 83,7 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 29,9 gram van een materiaal bevattende heroïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2.
hij op 17 januari 2024 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 5,15 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties waren toegevoegd en 76,79 gram hennep, zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
4.
hij op 17 januari 2024 te Amsterdam
- zesentwintig (26) paar schoenen (o.a. merk Nike, Adidas en Salomon Acs pro) en
- vijftien (15) stuks parfum (o.a. merk Dior, Dolce & Gabbana en Hugo Boss) en
- Samsung Galaxy tablet s9 fe+ (goednummer: 6450865) en
- Apple Ipad Air (goednummer: 6450867) en
- twaalf (12) stuks gereedschap (o.a. merk Bosch, Makita en Dremel) en
- elektrische fiets Super73 (goednummer: 6450869) en
- elektrische fiets Cross Boss (goednummer: 6450874) en
- elektrische fiets Hitway (goednummer: 6450875) en
- elektrische fiets Knaap (goednummer: 6420401) en
- elektrische fiets Phatfour Flx 750wh black (goednummer: 6421279) en
- elektrische fiets Phatfour Flx black 50 (goednummer: 6422682)
voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Hetgeen onder 1, 2 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
witwassen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van voorarrest, waarvan 120 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden het meewerken aan een gedragsinterventie, het vinden van dagbesteding en controle van middelengebruik.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van twee jaren.
De verdediging heeft het hof verzocht het vonnis van de politierechter te bevestigen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van hard- en softdrugs. Verdovende middelen, met name harddrugs, vormen een ernstig gevaar door de volksgezondheid en het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving, niet in de laatste plaats vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een groot aantal (luxe)goederen. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het hof rekent dit de verdachte aan.
Het hof heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en die zijn vermeld in de zogenoemde oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Ook heeft het hof acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 27 augustus 2026, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk veroordeeld is wegens het overtreden van de Opiumwet. Dit weegt in het nadeel van de verdachte mee.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.
Beslag
De hierna te noemen in beslag genomen voorwerpen, die nog niet zijn teruggegeven, behoren aan de verdachte toe. Zij zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het onder 1 en 2 begane misdrijf aangetroffen. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met de wet en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.
-
STK Verdovende Middelen (G:6450560);
-
STK Verdovende Middelen (G:6450556);
-
1 STK Verdovende Middelen (G:6450558);
-
1 STK Verdovende Middelen (G:6450561).
Het onder 4 bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.
-
STK Boormachine (G:6450827);
-
1 STK Meetapparatuur (G:6450832);
-
1 STK Gereedschap (G:6450836);
-
1 STK Boormachine (G:6450841);
-
1 STK Gereedschap (G:6450842);
-
1 STK Meetapparatuur (G:6450848);
-
1 STK Gereedschap (G:6450853);
-
1 STK Schoeisel (G:6450698);
-
1 STK Schoeisel (G:6450702);
-
1 STK Schoeisel (G:6450705);
-
1 STK Schoeisel (G:6450709);
-
1 STK Schoenen (G:6450717);
-
1 STK Schoenen (G:6450721);
-
1 STK Schoenen (G:6450723);
-
1 STK Schoenen (G:6450727);
-
1 STK Schoenen (G:6450813);
-
1 STK Schoenen (G:6450815);
-
1 STK Schoenen (G:6450820);
-
1 STK Schoenen (G:6450823);
-
1 STK Schoenen (G:6450826);
-
1 STK Schoenen (G:6450829);
-
1 STK Schoenen (G:6450831);
-
1 STK Schoenen (G:6450833);
-
1 STK Schoenen (G:6450835);
-
1 STK Schoenen (G:6450838);
-
1 STK Schoenen (G:6450843);
-
1 STK Schoenen (G:6450845);
-
1 STK Schoenen (G:6450847);
-
1 STK Schoenen (G:6450851);
-
1 STK Schoenen (G:6450852);
-
1 STK Schoenen (G:6450855);
-
1 STK Schoenen (G:6450860);
-
1 STK Schoenen (G:6450861);
-
1 STK Fiets Heren (G:6450869);
-
1 STK Fiets Heren (G:6450874);
-
1 STK Fiets Heren (G:6450875);
-
1 STK Parfum (G:6450761);
-
1 STK Parfum (G:6450764);
-
1 STK Parfum (G:6450765);
-
1 STK Parfum (G:6450766);
-
1 STK Parfum (G:6450767);
-
1 STK Parfum (G:6450769);
-
1 STK Parfum (G:6450771);
-
1 STK Parfum (G:6450772);
-
1 STK Parfum (G:6450775);
-
1 STK Parfum (G:6450776);
-
1 STK Parfum (G:6450777);
-
1 STK Parfum (G:6450778);
-
1 STK Parfum (G:6450779);
-
1 STK Parfum (G:6450780);
-
1 STK Parfum (G:6450781);
-
1 STK Boormachine (G:6450807);
-
1 STK Gereedschap (G:6450811);
-
1 STK Gereedschap (G:6450814);
-
1 STK Boormachine (G:6450816);
-
1 STK Boormachine (G:6450822);
-
1 STK Computer (G:6450865);
-
1 STK Computer (G:64508670.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.827,80. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan haar geen rechtstreekse schade is toegebracht door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 57, 63 (oud) en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Boormachine (G:6450827);
1. STK Meetapparatuur (G:6450832);
1. STK Gereedschap (G:6450836);
1. STK Boormachine (G:6450841);
1. STK Gereedschap (G:6450842);
1. STK Meetapparatuur (G:6450848);
1. STK Gereedschap (G:6450853);
1. STK Schoeisel (G:6450698);
1. STK Schoeisel (G:6450702);
1. STK Schoeisel (G:6450705);
1. STK Schoeisel (G:6450709);
1. STK Schoenen (G:6450717);
1. STK Schoenen (G:6450721);
1. STK Schoenen (G:6450723);
1. STK Schoenen (G:6450727);
1. STK Schoenen (G:6450813);
1. STK Schoenen (G:6450815);
1. STK Schoenen (G:6450820);
1. STK Schoenen (G:6450823);
1. STK Schoenen (G:6450826);
1. STK Schoenen (G:6450829);
1. STK Schoenen (G:6450831);
1. STK Schoenen (G:6450833);
1. STK Schoenen (G:6450835);
1. STK Schoenen (G:6450838);
1. STK Schoenen (G:6450843);
1. STK Schoenen (G:6450845);
1. STK Schoenen (G:6450847);
1. STK Schoenen (G:6450851);
1. STK Schoenen (G:6450852);
1. STK Schoenen (G:6450855);
1. STK Schoenen (G:6450860);
1. STK Schoenen (G:6450861);
1. STK Fiets Heren (G:6450869);
1. STK Fiets Heren (G:6450874);
1. STK Fiets Heren (G:6450875);
1. STK Parfum (G:6450761);
1. STK Parfum (G:6450764);
1. STK Parfum (G:6450765);
1. STK Parfum (G:6450766);
1. STK Parfum (G:6450767);
1. STK Parfum (G:6450769);
1. STK Parfum (G:6450771);
1. STK Parfum (G:6450772);
1. STK Parfum (G:6450775);
1 STK Parfum (G:6450776);
1. STK Parfum (G:6450777);
1. STK Parfum (G:6450778);
1. STK Parfum (G:6450779);
1. STK Parfum (G:6450780);
1. STK Parfum (G:6450781);
1. STK Boormachine (G:6450807);
1. STK Gereedschap (G:6450811);
1. STK Gereedschap (G:6450814);
1. STK Boormachine (G:6450816);
1. STK Boormachine (G:6450822);
1. STK Computer (G:6450865);
1. STK Computer (G:64508670.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Verdovende Middelen (G:6450560);
2 STK Verdovende Middelen (G:6450556);
1. STK Verdovende Middelen (G:6450558);
1. STK Verdovende Middelen (G:6450561).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. N.E. Kwak en mr. R.A.J. Hübel, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 september 2026.
=========================================================================
[…]