Civiel recht overig
Huurrecht. Gebrek. Famous Club huurde vanaf 1997 bedrijfsruimte die zij gebruikte als discotheek. De…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 oktober 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:6939 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-6939
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- 200.346.533
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S. Besli, mr. S.J. van Susante
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:6939
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huurrecht. Gebrek. Famous Club huurde vanaf 1997 bedrijfsruimte die zij gebruikte als discotheek. De discotheek was in de kelder; daarboven was een restaurant. De verhuurder heeft de medewerking van Famous Club gevraagd voor de herbouw van het gebouw, welke medewerking Famous Club heeft verleend. Het nieuwe gebouw had naast de kelder en de begane grond twee verdiepingen met woonappartementen. Na ingebruikname van de disco in het nieuwe gebouw, bleek dat de disco alleen op het geluidsniveau van een bruin café of een sportkantine geluid te mogen produceren om te bewoners van de appartementen niet te hinderen. Het hof oordeelt dat sprake is van een gebruik en dat Famous Club aanspraak heeft op huurprijsvermindering en op schadevergoeding.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 juli 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:4238Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 oktober 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2026:6939
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.346.533
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 9962694
arrest van 27 oktober 2026
in de zaak van
1 de vennootschap onder firma Famous Club Discotheek
die is gevestigd in Ede
2. [vennoot1]
3. [vennoot2]
die beiden wonen in [woonplaats]
die hoger beroep hebben ingesteld
en bij de kantonrechter optraden als gedaagden in conventie, eisers in reconventie
hierna samen: Famous Club c.s. en afzonderlijk: Famous en de vennoten
advocaat: mr. S. Besli
tegen
[geïntimeerde] B.V.
die is gevestigd in [vestigingsplaats]
en bij de kantonrechter optrad als eiseres in conventie, verweerster in reconventie
hierna: [verhuurder]
advocaat: mr. S.J. van Susante
1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
Het hof heeft in zijn arrest van 8 juli 2025 een beslissing gegeven over de door Famous Club c.s. ingestelde incidentele vordering. Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
-
de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
-
de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
-
het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 9 september 2026 is gehouden.
2 De kern van de zaak
Het hof verwijst voor de weergave van de kern van de zaak, van de vorderingen over en weer en van de beslissingen van de kantonrechter naar de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.4 van zijn tussenarrest. Het hof vult aan dat Famous Club principaal hoger beroep heeft ingesteld en [verhuurder] incidenteel hoger beroep tegen de vonnissen van 1 februari 2023 en 31 juli 2024 (en dus niet tegen het vonnis van 29 mei 2024). Het hof zal alvorens de grieven van partijen te bespreken de tussen partijen vaststaande feiten opnemen. Daarbij houdt het rekening met de opmerkingen die Famous Club heeft gemaakt onder grief 1. Opmerkingen zijn echter niet overgenomen, voor zover [verhuurder] deze heeft betwist of juridische stellingen betreffen.
3 De vaststaande feiten
Sinds 1997 exploiteerde Famous Club c.s. een discotheek aan de Nieuwe Stationsstraat 13-C te Ede (hierna: het gehuurde of de discotheek). [verhuurder] is de eigenaar en verhuurder van het complex waar het gehuurde onderdeel van uitmaakt.
[verhuurder] wenste voor het eerst in 2005 het complex te slopen en te vervangen voor nieuwbouw. In dat kader hebben partijen met elkaar gesproken en is op 21 juni 2005 een memo van opgesteld, waarin staat:
“ Ab. Geluidshinder/Isolatieproblematiek
[verhuurder] vertelt dat de appartementen in eerste instantie bedoelt zijn voor jonge mensen. In de verkoopakte zal ook een verdict in de , splitsingsakte worden opgenomen waarin duidelijk wordt vermeldt dat de appartementen conform het bestemmingsplan boven horecaondernemingen zijn gebouwd en in het uitgaansgebied van Ede ,
Dit om zoveel mogelijk problemen aangaande het klagen over de geluidshinder zullen worden tegengegaan.
In de splitsingsakte zal ook worden opgenomen het aantal (decibels) betreffende de hinderwetvergunning.
[verhuurder] en [mede-verhuurder] benadrukken nogmaals dat de huurders van de horecapanden voor hun primair zijn, want dat is uiteindelijk inkomen en als de panden door de gemeente in verband met overlast zouden worden gesloten zijn de panden onverhuurbaar en dat is voor hen beiden niet acceptabel.
[naam1] merkt op dat op dit moment er geen geluidshinder is en dat hij nu al bezig is met mogelijke vermindering van geluidshinder door de boxen van de muren te halen en deze op de vloeren te plaatsen. Echter wat gebeurt er indien er ondanks dat de discotheek voldoet aan de hinderwet er door de gemeente toch opdracht wordt gegeven in verband met klachten van de bovenbewoners extra beschermende geluidsdichte maatregelen te nemen. Wie moet hier dan voor opdraaien?
[mede-verhuurder] vat het als volgt met instemming van [verhuurder] als volgt samen:
Indien de activiteiten in het gehuurde pand binnen de (vigerende) huidige/heersende milieuvergunning past zal de extra isolatieproblematiek de verantwoordelijkheid van de verhuurder zijn. (opm. het wordt ook is vervangen door extra).”
De voorgenomen sloop en vervanging door nieuwbouw heeft in 2005 geen doorgang gevonden. In 2014-2015 heeft [verhuurder] wederom zijn wens geuit om het complex te slopen en te vervangen door nieuwbouw, waarbij een discotheek in de kelder, een horecagelegenheid op de begane grond en woningen op de eerste en tweede verdieping zouden worden gerealiseerd.
Partijen hebben overleg gevoerd over de voorgenomen sloop en de te realiseren nieuwbouw. De tussen partijen gemaakte afspraken over huurbeëindiging zijn vastgelegd in een overeenkomst van 13 september 2017. Hierin is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“4. Huurder krijgt een huurkorting van EUR 25.000,-- gedurende de 1e vijf huurjaren, namelijk EUR 5.000,-- voor elk huurjaar.
5. Verhuurder betaald aan Huurder een schadevergoeding van EUR 7.500,-- per maand gedurende de periode dat huurder niet over het gehuurde kan beschikken.”
Op 13 september 2017 hebben [verhuurder] en Famous Club c.s. een nieuwe huurovereenkomst gesloten. De huurprijs bedraagt € 4.166,67 exclusief btw per maand. Voorts is in de huurovereenkomst het volgende opgenomen:
“ Bijzondere bepalingen
14 zie bijlage inzake geluidshinder, memo 21 juni 2005 ”
Op de huurovereenkomst zijn de algemene bepalingen huurovereenkomst winkelruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW versie 17 september 2012 (hierna: algemene bepalingen) van toepassing. Hierin is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“11.3 Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade tengevolge van een gebrek en huurder kan in geval van een gebrek geen aanspraak maken op huurprijsvermindering en verrekening, behoudens de bevoegdheid tot verrekening als bedoeld in artikel 7:206 lid 3 BW.
11.4
Het gestelde in 11.3 is in de navolgende omstandigheden niet van toepassing:
- (…)
- (…)
- indien het gehuurde op de ingangsdatum als bedoeld in artikel 3.1 van de huurovereenkomst niet geschikt blijkt te zijn voor het gebruik als bedoeld in artikel 1.1 van de huurovereenkomst door aan verhuurder toe te rekenen omstandigheden.”
Na de sloop en nieuwbouw van het complex heeft Famous Club c.s. op 4 december 2018 de sleutel van het gehuurde ontvangen. Op 22 december 2018 is de discotheek weer geopend.
De Omgevingsdienst De Vallei (hierna: de Omgevingsdienst) heeft op 18 januari 2019 globale geluidsmetingen verricht en heeft daarover bij e-mail aan Famous Club van 21 januari 2019 onder meer als volgt bericht:
“Op dit moment blijkt uit de eerste indicatieve geluidmetingen dat het geluidsniveau in de woonheden boven discotheek Famous Club, tijdens de openingstijden van de discotheek, ver boven de norm zal zijn dan dat op grond van het Activiteitenbesluit is toegestaan. Hier dient u de juiste maatregelen voor te treffen. Dit kunt u doen door een gerenommeerd akoestisch bureau in te schakelen en zij verzoeken u dit dus ook met klèm te doen”.
Famous Club c.s. had aanvankelijk de huur betreffende de eerste drie maanden, namelijk december 2018, januari en februari 2019, onbetaald gelaten.
Vanaf maart 2019 zijn de eerste bewoners boven het gehuurde komen wonen.
Een aantal bewoners is gaan klagen over geluidsoverlast door de discotheek. Partijen hebben samen gekeken hoe hieraan tegemoet kon worden gekomen. Er zijn wijzigingen doorgevoerd in het gebouw en er is akoestisch onderzoek verricht.
Op basis van geluidmetingen en een geluidsanalyse door SPA-WNP Ingenieurs zijn in mei 2019 geluidwerende voorzieningen aangebracht, waaronder een compleet nieuwe geluidsinstallatie en een geluidsbegrenzer die ingrijpt vanaf geluidsniveau 98 dB(C), met een maximale piek van 102 dB(C).
Het Ingenieursbureau voor Akoestiek en Geluidbeheersing heeft in opdracht van [verhuurder] in de nacht van 21 en 22 juni 2019 metingen uitgevoerd. Volgens een notitie van [de architect] , de architect van [verhuurder] , van 3 juli 2019 blijkt uit de metingen dat de geluidsdruk van Famous Club geen enkele invloed heeft op het geluidsniveau binnen in de appartementen.
In het rapport van akoestisch onderzoek door [naam2] (Geluidrapport.nl) van 3 september 2019 is onder meer het volgende opgenomen:
“ 1. Meting geluidreductie
Met muziek in het souterrain
- meting geluidreductie van souterrain naar woning muziekgeluidniveau in woning 12-K (woonkamer en slaapkamer)
- muziekgeluidniveau op enkele andere posities
- Naar woonkamer en slaapkamer: DA; muziek = 65 dB
- Naar slaapkamer: DA; muziek = 64 dB
(…)
De geluidreductie van beneden naar boven is door de akoestische maatregelen ± 10 dB verbeterd. Dit is vooral te danken aan de luidspreker-ophanging, de luidspreker-opstelling, signaalprocessing en de tussendeur.
(…)
Op basis van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de akoestische maatregelen de geluidreductie met ± 10 dB hebben verbeterd.
Bovendien is de bedrijfsvoering zo aangepast, dat de geluidsniveaus beperkt zijn tot 100 à 102 dBC, waardoor de geluidsniveaus in de woningen verder zijn verlaagd.
Op basis van het nu uitgevoerde onderzoek is het begrijpelijk dat er geen meldingen meer zijn van geluidhinder, en dat de akoestische woonkwaliteit als aanvaardbaar kan worden beoordeeld.”
Famous Club heeft op 15 oktober 2019 een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer bij de Omgevingsdienst gedaan en daarbij het rapport van [naam2] gevoegd. De Omgevingsdienst heeft bij besluit van 17 oktober 2019 bericht dat de melding aan de vereisten voldoet. Zij heeft in dat verband het volgende overwogen: “Op grond van deze informatie concluderen wij dat in de gemelde bedrijfssituatie wordt voldaan aan de in het Activiteitenbesluit milieubeheer gestelde geluidseisen.”
Met ingang van 15 maart 2020 was de discotheek gesloten in verband met corona. Partijen hebben in de loop van 2020 tot en met eind 2021 gecorrespondeerd over coronakorting. In deze periode is een huurachterstand ontstaan.
Famous Club heeft [verhuurder] in een brief van 15 februari 2022 gesommeerd om het gehuurde zo te isoleren dat Famous Club de ruimte als discotheek kan exploiteren:
“Daar partijen de verantwoordelijkheid voor de isolatieproblematiek bij de verhuurder hebben neergelegd, doen cliënten een beroep op uw cliënte en sommeren uw cliënte tot het volgende.
Uw cliënte wordt gesommeerd om het gehele gehuurde dermate goed te isoleren, zodat cliënten de gehele ruimte als discotheek kunnen gaan exploiteren zonder dat de bewoners van de appartementen hier last van krijgen. Hierdoor ontvangen cliënten binnen 20 dagen een bevestiging van voornoemde van uw cliënte en ontvangen cliënten tevens binnen 30 dagen een plan van aanpak van uw cliënte om de ruimte goed te kunnen isoleren. Gedurende de verbouwingswerkzaamheden ontvangen cliënten tevens een compensatievoorstel van uw cliënte.”
Bij brief van 3 augustus 2022 heeft de Omgevingsdienst aan Famous Club het voornemen kenbaar gemaakt om een last onder dwangsom op te leggen , omdat er overschrijdingen van de geluidsnormen tot 25 dB(A) waren gemeten.
Na de dagvaarding heeft Famous Club op 10 oktober 2022 en op 14 november 2022 de bedragen van € 15.858,86 en € 12.766,32 aan [verhuurder] voldaan in verband met de huurachterstand.
De Omgevingsdienst heeft Famous Club bij brief van 6 februari 2023 bericht dat zij van plan was om een dwangsom bij Famous Club in te vorderen. Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Omgevingsdienst een bedrag van € 20.000 aan dwangsommen bij Famous Club ingevorderd. Kort daarop heeft Famous Club de exploitatie van de discotheek gestaakt.
In opdracht van Famous Club heeft Geluid Plus Adviseurs (hierna: Geluid Plus) de situatie in de discotheek onderzocht. Geluid Plus heeft hierover in haar advies van 2 juni 2023 onder meer het volgende opgemerkt:
“Bouwkundige uitgangspunten
De discotheek bevindt zich in de kelder van het gebouw. De betonnen vloer (300 mm dik) is op het zand gestort, de ‘gevels’ en de vloer van de begane grond betreffen 350 mm beton. De gevels aan de noord- en westzijde van het gebouw lopen over in een reguliere spouwmuur tot en met de tweede verdieping. De appartementen en de discotheek hebben aan deze zijde een gedeelde, doorlopende gevel. In de kelder staan kolommen (Ø 500 mm) die doorlopen op de begane grond (Ø 400 mm) en uitkomen onder de woningscheidende wanden van de appartementen op de eerste verdieping. (…)
Uit de meetresultaten blijkt dat in de discotheek een binnenniveau vanwege dancemuziek van ten hoogste 77 dB(A)/87 dB(C) mogelijk is. Met dit geluidniveau is het niet mogelijk om een acceptabele bedrijfsvoering van een discotheek te kunnen voeren. (…)
• Op basis van de relatief zware, betonnen uitvoering van de kelderbak en het feit dat de vloer en de wanden op/aan op de bodem/grond grenzen zou een hoger toelaatbaar muziekgeluidniveau oftewel een hogere geluidisolatie te verwachten zijn. (…)
• Van de flankerende geluidsoverdracht maar bovenliggende appartementen is de bijdrage het grootst via constructie die in beide ruimten aanwezig zijn. In dit geval via de noord- en westgevel en via de kolommen die overgaan in woningscheidende wanden. De geluidoverdracht naar de woonkamers van de appartementen moet in dit geval groter zijn dan de overdracht naar de slaapkamers. Dit komt echter maar beperkt in de meetresultaten naar voren.
• De aangeleverde bouwtekeningen zijn op sommige punten onduidelijk wat de gebruikte materialen betreft. Kalkzandsteen heeft soms een arcering van beton en omgekeerd. Er zijn geen constructie-details beschikbaar voor de beoordeling. Wanneer anders/lichter gebouwd is dan uit de beschikbare tekeningen blijkt, dan is het meetresultaat ook beter te verklaren.
• De indeling van de kelderruimte is ongunstig voor de geluidoverdracht naar de bovenliggende appartementen. (…)
• De luidsprekers in de discotheek zijn in het rubber opgehangen. Dit voorkomt het doorgeven van trillingen aan de constructie. (…)
• De muziekinstallatie van de discotheek is voorzien van een geluidbegrenzer en afgesteld op een maximaal geluidniveau van 98 dB(C). Uit de nu vastgestelde geluidoverdracht is dit geluidniveau te hoog, een muziekgeluidniveau van ten hoogste 87 dB(C) blijkt mogelijk. (…)
Maatregelen
De geluidoverdracht van de discotheek naar de bovenliggende appartementen vindt volledig plaats door flankerende (via de constructie) geluidoverdracht. Met name het basgeluid brengt de constructie in trilling en deze straalt dit als geluid af in de bovenliggende ruimten, met name via lichte constructiedelen (bijvoorbeeld via tussenwanden en het binnenspouwblad). Een hoger geluidniveau in de discotheek kan gerealiseerd worden door het realiseren van een zogenaamde ‘doos-in-doos’ constructie. (…)
De genoemde voorzieningen zullen een significant hoger muziekgeluidniveau toelaten. Er is echter geen rekensoftware om te bepalen welke isolatie uiteindelijk bereikt wordt. Om tot het gewenste muziekgeluidniveau van ca. 100 dB(A) te kunnen komen is een verbetering van circa 23 dB(A) van de geluidisolatie nodig. Na het realiseren van de voorzieningen moet met een nieuwe geluidmeting vastgesteld worden welke geluidisolatie bereikt is en welk muziekgeluidniveau daarmee in de discotheek mogelijk is.”
Geluid Plus heeft in haar brief van 15 juni 2026 een samenvatting van haar eerdere rapport gegeven en een korte beoordeling van andere uitgevoerde onderzoeken en verder uitgangspunten voor geluid gegeven. Uit deze brief worden de navolgende passages geciteerd:
“ Toelaatbaar geluidniveau in woningen
Het Activiteitenbesluit (nu opgenomen in de regels van het Omgevingsplan) stelt een grens voor het toelaatbaar geluidniveau in in- en aanpandige woningen. Maatgevend voor een discotheek is de (toets)waarde in de nachtperiode, deze mag ten hoogste 25 dB(A) bedragen in woningen. De toetswaarde betreft een gemeten of berekende waarde inclusief 10 dB(A) toeslag voor muziekgeluid. De feitelijke bijdrage vanwege muziekgeluid in de inpandige appartementen mag derhalve 15 dB(A) bedragen in de nachtperiode.
Muziekgeluidniveau discotheek
Voor de bedrijfsvoering van een discotheek betreft het muziekgeluidniveau van 98 dB(A)/108 dB(C) tot 103 dB(A)/113 dB(C). Afhankelijk van het publiek zal het karakter van de muziek (het spectrum) doorgaans overeenkomen met dancemuziek (ook voor Famous) en voor specifiek publiek of specifieke evenementen is spectrum voor house of ultra bas van toepassing. De referentie hiervoor betreft de NSG-richtlijn ‘Muziekspectra in horecabedrijven’.
Waarden in dB(A) en dB(C)
(…) Het C-filter is daarentegen nagenoeg vlak en betreft de lage frequentie juist wel. Het C-filter wordt regelmatig aanvullend gebruikt voor muziekgeluid: door ook een dB(C)-norm vast te leggen kunnen lage frequenties (het basgeluid) beter beheerst worden.
Toelaatbaar muziekgeluid
Op basis van de door Geluid Plus Adviseurs vastgestelde geluidisolatie tussen het discotheek en de inpandige appartementen mag het muziekgeluidniveau in de discotheek ten hoogste 77 dB(A)/87 dB(C) dancemuziek bedragen. Het toelaatbaar muziekgeluidniveau ligt 21 dB(A) lager dan het benodigd muziekgeluid voor de bedrijfsvoering van een discotheek. Volgens de genoemde NSG-richtlijn komt een muziekgeluidniveau van 70-85 dB(A) overeen met een ‘bruincafé, automatenhal, sportkantine’. Het toegestane muziekgeluidniveau is volstrekt ontoereikend voor de bedrijfsvoering van een discotheek.
Bouwkundige oorzaak
Om een hoog muziekgeluidniveau mogelijk te maken in het gebouw met inpandige woningen zijn er globaal drie uitgangspunten waar rekening mee gehouden moet worden:
• Een zware bouwkundige basisconstructie
- Op tekening lijkt de basisconstructie relatief massief, met name de constructie van de kelderbak;
- (…) Uit metingen blijkt dat de geluidoverdracht in het pand, van de basisconstructie, echter hoger dan verwacht (minder geluidisolatie dan verwacht). Flankerende geluidoverdracht (transmissie via de constructie) is maatgevend voor de geluidoverdracht naar inpandige woningen;
- (…)
• Een doos-in-doos-constructie
- (…)
- Een doos-in-doos-constructie is essentieel voor de haalbaarheid van een discotheek in een woongebouw;
- Een doos-in-doos-constructie is niet aanwezig.
- In het bouwplan is, gezien de hoogte van de kelder, geen rekening gehouden met een doos-in-doos-constructie. Afgezien van het feit dat er geen doos-in-doos-constructie aanwezig is, is de vrije hoogte van 3200 mm is te beperkt om met een verend afgehangen plafond (200-250 mm) en een zwevende dekvloer (40-50 mm) voldoende ruimte/hoogte te bieden voor het ophangen van o.a. lampen en luidsprekers.
• Bufferruimtes en langere transmissieweg
- Het vergroten van de afstand tussen bron en ontvanger en het voorkomen van directe transmissie via de verdiepingsvloer beperkt de geluidoverdracht. Aan deze voorwaarde is voldaan.
Andere geluidonderzoeken
Ten aanzien van andere uitgevoerde onderzoeken en stukken de volgende opmerkingen:
2 juli 2019, rapport 194501 “Woningen Museumplein Ede , Akoestisch onderzoek omgevingsgeluiden” door Geluidrapport.nl.
• (…) Dit rapport is volstrekt ongeschikt om ook maar enige uitspraak te doen over het geluid afkomstig van de discotheek
(…)
3 september 2019, rapport 194502 “Museumplein 12, Ede Akoestisch onderzoek door Geluidrapport.nl
• Dit onderzoek bepaald de overdacht naar appartement 12-K. Het muziekgeluid in Famous bedraagt hierbij 88 dB(A)/98 dB(C). De geluidreductie tussen Famous en dit appartement bedraagt 64 dB(A). Op basis van deze waarden kan het geluidniveau in 12-K afgeleid worden: 88 (zend, muziek) – 62 (isolatie) + 10 (toeslag muziekgeluid) = 34 dB(A). Dit betreft een overschrijding van 9 dB(A) van de toetswaarde 25 dB(A) in de nachtperiode. Geconcludeerd kan worden dat 88-9 = 79 dB(A) of 89 dB(C) het toelaatbare muziekgeluidniveau is bij Famous. Dit komt overeen met de constatering van Geluid Plus Adviseurs.
Conclusie
(…)
Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat:
• Een discotheek in een woongebouw realiseren moet in de basis met de grootste terughoudendheid gecombineerd worden. Het is bouwkundig en financieel extreem uitdagend om de interne geluidoverdracht te beheersen zodat en de woonkwaliteit en de bedrijfsvoering naar ieders tevredenheid in binnen geluidnormen geborgd kan worden;
• In de realisatie van het gebouw is in de basis onvoldoende rekening gehouden met het hoge muziekgeluidniveau dat bij een discotheek hoort. De essentiële ontkoppelende doos-in-doos-constructie ontbreekt om het maximale potentiële muziekgeluid te kunnen behalen. Uit de bouwtekeningen blijkt dat onvoldoende rekening is gehouden met de plafondhoogte van de kelder om hier een doos-in-doos-constructie te kunnen realiseren.
• Vastgesteld is dat het gebouw, de basisconstructie, een muziekgeluidniveau toestaat van 77 dB(A)/87 dB(C) dancemuziek. Dit blijkt zowel uit onderzoek van Geluid Plus Adviseurs als van Geluidrapport.nl. Muziekgeluid van 77 d(BA) is acceptabel voor een bruincafé of sportkantine maar volstrekt ontoereikend voor een discotheek. Voor de bedrijfsvoering van een discotheek is een muziekgeluidniveau vanaf 98 dB(A)/108 dB(C) nodig.
• Het rapport van Geluidrapport.nl van 2 juli 2019 bagatelliseert het geluid van de discotheek door ten onrechte de indruk te geven dat geluid vanuit de discotheek af mag wijken van geluidnormen vanwege maskering. Een bedrijf moet verantwoording afleggen voor het eigen geluid en kunnen voldoen aan standaard geluidnormen zonder daarin afhankelijk zijn van maskering door andere bedrijven, bronnen of activiteiten.”
4 De toelichting op de beslissing van het hof
Recapitulatie
[verhuurder] is deze procedure begonnen en heeft in conventie in essentie gevorderd dat Famous Club wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, dat de rechter de huurovereenkomst ontbindt en dat Famous Club wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde. Famous Club heeft zich tegen deze vorderingen verweerd en heeft in reconventie in essentie gevorderd dat de rechter voor recht verklaart dat het gehuurde gebrekkig is en de huurprijs dienovereenkomstig verlaagt en dat [verhuurder] wordt veroordeeld tot herstel van het gebrek en tot schadevergoeding nader op te maken bij staat. De kantonrechter heeft in haar eindvonnis van 31 juli 2024, voor zover in hoger beroep nog van belang en in essentie, de vorderingen van [verhuurder] toegewezen, inclusief de vordering tot ontbinding en ontruiming, en in reconventie voor recht verklaard dat sprake is van een gebrek aan het gehuurde. Daarnaast is een enkele (verklaring voor recht omtrent een) nakomingsvordering toegewezen.
Famous Club heeft het gehuurde ontruimd. Zij heeft hoger beroep ingesteld en aangegeven dat zij de ontbinding en ontruiming beschouwt als een fait accompli en daar niet langer verweer tegen voert, haar vordering tot herstel van het gebrek aan het gehuurde (nakoming) laat vallen en in hoger beroep schadevergoeding en huurprijsvermindering vordert. Het hof legt deze stelling aldus uit Famous Club wel de ontbinding als feit erkent, maar de wanprestatie niet. Het voorgaande brengt mee dat de door de kantonrechter uitgesproken ontbinding in onderdeel 3.2 van het dictum in het eindvonnis in stand blijft.
Het gehuurde bevatte een gebrek
De eerste vraag die het hof moet onderzoeken, is of het gehuurde een gebrek bevatte. Een gebrek is een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft (artikel 7:204 lid 2 BW). De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat er sprake is van een gebrek aan het gehuurde. [verhuurder] is daartegen opgekomen in haar grief in het incidenteel hoger beroep. Voor de beantwoording van de vraag naar de aanwezigheid van een gebrek is van belang dat beide partijen ervan uitgaan dat [verhuurder] het gehuurde aan Famous Club heeft verhuurd als discotheek. In het oude gebouw had Famous Club al vanaf 1997 een discotheek in de kelder geëxploiteerd. Dat betekent dat het gehuurde geschikt moet zijn om als discotheek te exploiteren.
Uit de in 3.21-3.22 geciteerde passages uit de rapporten van Geluid Plus blijkt dat het gehuurde niet geschikt was voor een bedrijfsvoering als discotheek. Volgens Geluid Plus zou een effectieve muziekgeluidreductie alleen dan zijn te realiseren als er in de kelder van het gebouw een doos-in-doos-constructie zou worden aangelegd. De kelder is echter niet hoog genoeg om zo’n constructie te realiseren. Ten gevolge van doorgifte van het geluid in vooral de staande delen van het gebouw kan de discotheek alleen dan binnen de grenswaarden blijven die volgden uit het toenmalige Activiteitenbesluit milieubeheer, als het muziekgeluid wordt beperkt tot een niveau dat gebruikelijk is in een bruin café of een sportkantine. Dat is een beperking in de bedrijfsvoering als discotheek die Famous Club niet hoeft te accepteren, zodat er sprake is van een gebrek. [verhuurder] heeft de bevindingen van Geluid Plus niet betwist, ook niet desgevraagd tijdens de mondelinge behandeling bij het hof en ook niet waar Geluid Plus toelicht dat haar bevindingen corresponderen met die van [naam2] (geciteerd in 3.14) die in opdracht van [verhuurder] in september 2019 onderzoek heeft verricht naar het muziekgeluidniveau (zie bij “Andere geluidonderzoeken”, derde bullet, in het rapport van 15 juni 2026, geciteerd in 3.22).
De omstandigheden dat [verhuurder] als vastgoedonderneming geen bijzondere kennis heeft van akoestiek binnen gebouwen en dat Famous Club als exploitant van een discotheek mogelijk meer zou weten van muziekgeluidreductie – wat Famous Club betwist – en dat zij bij de bouw van het gebouw rekening heeft gehouden met wensen van Famous Club, ontslaan haar niet van haar verplichting om aan Famous Club huurruimte ter beschikking te stellen die geschikt is voor het gebruik dat partijen zijn overeengekomen, namelijk een discotheek. Dat volgt niet alleen uit de artikelen 7:204 BW en verder, maar ook uit het memo van 21 juni 2005, waarin [verhuurder] de verantwoordelijkheid voor de geluidsisolatieproblematiek op zich neemt en welk memo op grond van artikel 14 van de huurovereenkomst toepasselijk is. De kantonrechter heeft in rechtsoverweging 5.20 van het tussenvonnis van 1 februari 2023 op goede gronden het verweer van [verhuurder] verworpen dat het memo niet van toepassing zou zijn, welke beslissing het hof overneemt en tot de zijne maakt. Ook niet relevant is dat het gehuurde na de verbouwing van betere kwaliteit is dan vóór de verbouwing. Vóór de verbouwing waren er immers geen appartementen boven de discotheek gerealiseerd en hoefde Famous Club daar in haar bedrijfsvoering dan ook geen rekening mee te houden. [verhuurder] heeft ten slotte aangevoerd dat zij de ruimte vanaf 1 augustus 2025 heeft verhuurd aan ClubX B.V. die er ook een discotheek in gaat exploiteren. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof bleek echter dat ClubX nog steeds niet is gestart met de exploitatie van de discotheek. Uit dit verweer kan daarom niet worden afgeleid dat het gehuurde toch wel geschikt is voor de exploitatie van een discotheek. De slotsom is daarom dat er sprake is van een gebrek aan het gehuurde. Dit brengt mee dat onderdeel 3.10 van het dictum in het eindvonnis, waarin voor recht is verklaard dat sprake is van een gebrek aan het gehuurde, in beginsel in stand blijft. De veroordeling zal het hof echter opnieuw uitspreken onder vernietiging van onderdeel 3.10, omdat Famous Club in hoger beroep een aangepaste formulering heeft gekozen die beter op de problematiek van de geluidsoverlast is toegespitst (onderdeel 1 van het petitum).
[verhuurder] kan zich niet beroepen op de exoneratieclausule in de algemene bepalingen
De kantonrechter heeft het beroep door [verhuurder] op de exoneratieclausule in artikel 11.3 van de algemene bepalingen gehonoreerd. Famous Club bestrijdt dat oordeel met succes. Artikel 11.3 vermeldt weliswaar dat de verhuurder niet aansprakelijk is voor schade ten gevolge van een gebrek en dat huurder in dat geval geen aanspraak kan maken op huurprijsvermindering. Deze exoneratie geldt echter op grond van artikel 11.4, derde gedachtestreepje, niet als het gehuurde op de ingangsdatum van de huurovereenkomst niet geschikt was voor het overeengekomen gebruik. Dat is hier wel aan de hand: ten gevolge van de constructie is het gebouw immers zodanig muziekgeluidgevoelig dat bedrijfsvoering als discotheek in de kelder onmogelijk is. Met dit gebrek was het gehuurde bij het ingaan van de huur al behept. Anders dan [verhuurder] aanvoert, bevat artikel 11.4, derde gedachtestreepje, niet de voorwaarde dat het gebrek bij aanvang van de huur aan de verhuurder bekend was of had moeten zijn. Dat betekent dat artikel 11.3 van de algemene bepalingen voor dit gebrek niet van toepassing is en dat [verhuurder] in beginsel aansprakelijk is voor de door Famous Club geleden schade en dat Famous Club in principe aanspraak kan maken op huurprijsvermindering.
Verklaring voor recht en schadevergoeding
Het voorgaande brengt mee dat de gevorderde verklaring voor recht dat [verhuurder] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst tussen partijen, doordat zij het gehuurde bij aanvang van de huurovereenkomst heeft opgeleverd in een staat die niet voldeed aan het overeengekomen gebruik als discotheek, zal worden toegewezen. De tekortkoming kan [verhuurder] immers op grond van de in het verkeer geldende omstandigheden worden toegerekend (artikel 6:75 BW), omdat zij het gehuurde als discotheek heeft verhuurd, terwijl exploitatie van een discotheek feitelijk onmogelijk is. Bovendien had [verhuurder] grondiger onderzoek moeten doen naar de mogelijkheden van woonappartementen boven een discotheek, nu het haar plan was om het oude gebouw waarin de discotheek werd geëxploiteerd te slopen en een nieuw gebouw op te richten met woonappartementen op de eerste en tweede etage. Volgens Geluid Plus moet de combinatie van een discotheek met woonappartementen immers met “de grootste terughoudendheid” worden gerealiseerd en is de beheersing van de interne geluidsoverdracht bouwkundig en financieel gezien “extreem uitdagend” (zie het rapport van 15 juni 2026, hiervoor geciteerd in 3.22). [verhuurder] had het gebrek daarom behoren te kennen (artikel 7:208 BW). Omdat de kans op schade ten gevolge van de wanprestatie aannemelijk is, zal ook de vordering tot verwijzing naar de schadestaat worden toegewezen.
Famous Club heeft aanspraak op huurprijsvermindering
Famous Club heeft in haar conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie vermindering van de huurprijs zoals bedoeld in artikel 7:207 lid 1 BW gevorderd vanaf 1 maart 2019 in verband met de geluidsproblematiek. Anders dan [verhuurder] aanvoert is dat niet te laat. Uit de als productie 36 en 37 bij de memorie van grieven overgelegde whatsapp-communicatie tussen partijen blijkt dat [verhuurder] in ieder geval vanaf half februari 2019 op de hoogte was van klachten van bewoners en van het feit dat de gemeente half januari 2019 metingen had uitgevoerd naar de geluidsoverlast. Omdat het voor de bedrijfsvoering als discotheek benodigde muziekgeluidniveau bij lange niet kon worden gehaald zonder de bewoners van de bovengelegen appartementen ernstig te hinderen, is Famous Club wezenlijk beperkt in die bedrijfsvoering en heeft zij daarom aanspraak op huurprijsvermindering. Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Omgevingsdienst een bedrag van € 20.000 aan dwangsommen bij Famous Club ingevorderd in verband met overschrijding van het toegestane muziekgeluidniveau, waarop Famous Club zich genoodzaakt zag de exploitatie van de discotheek te staken (zie 3.20). Dit brengt mee dat Famous Club vanaf 1 april 2023 aanspraak heeft op een huurprijsvermindering van 100%. Exploitatie van de discotheek was immers feitelijk onmogelijk geworden.
Over de belemmeringen in de bedrijfsvoering in de periode daarvoor is Famous Club erg summier gebleven. Zij heeft tegenvallende bezoekersaantallen bijvoorbeeld niet proberen aan te tonen aan de hand van omzetgegevens. Wel heeft zij een overzicht van haar boekhouder overgelegd met gemiddelde omzetgegevens per maand over de jaren 2016 tot en met 2019 en over het eerste kwartaal van 2020. Dat betreft maar een relatief korte periode van de exploitatie in het nieuwe gebouw (vanaf eind december 2018). Uit dit overzicht blijkt niet dat de omzet in het nieuwe gebouw tot 1 januari 2020 lager was dan de gemiddelde maandelijkse omzet in de periode dat de discotheek werd geëxploiteerd in het oude gebouw. Omdat niettemin aannemelijk is dat Famous Club gezien de forse beperkingen van het muziekgeluidniveau hinder heeft ondervonden van teruglopende bezoekersaantallen en van lagere omzetten en toenemende kosten om bezoekers te verleiden naar de discotheek te komen, zal het hof een huurprijsvermindering van 25% toekennen over de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 maart 2023. Het hof laat de periode conform eis beginnen op 1 maart 2019. De gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen, zoals hierboven weergegeven. Voor zover tussen partijen een corona-korting op de huurprijs geldt, moet de huurprijsvermindering worden toegepast over dat gekorte bedrag.
Het hof heeft onvoldoende gegevens om vast te stellen of en zo ja hoeveel huur [verhuurder] moet restitueren. Dat zullen partijen zelf moeten berekenen. Voor het geval [verhuurder] een bedrag aan huur moet restitueren, is zij daarover ook de wettelijke rente verschuldigd vanaf 31 augustus 2022 (de dag waarop de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie werd genomen) voor voordien betaalde huur en vanaf de datum van ontvangst voor nadien betaalde huur. [verhuurder] kan niet worden beschouwd als een partij te kwader trouw (zie artikel 6:205 BW), zodat er geen reden is de wettelijke rente eerder te laten ingaan. Omdat [verhuurder] in verzuim was, kon Famous Club niet meer in verzuim raken (artikel 6:61 lid 2 BW). Ook al zou Famous Club achterop zijn geraakt met betaling van de huur, ook als met de huurprijsvermindering rekening wordt gehouden, dan is zij om die reden daarover geen wettelijke rente verschuldigd. Het hof zal dus de vordering toewijzen tot terugbetaling van al hetgeen Famous Club meer aan huur heeft betaald dan volgt uit de hierboven vastgestelde huurprijsvermindering.
Uit het voorgaande volgt dat onderdeel 3.4 van het dictum (veroordeling van Famous Club tot betaling van € 4.841,91 per maand vanaf december 2022) niet in stand kan blijven.
Geen bewijs van een extra huurkorting
Famous Club heeft gesteld dat zij met [verhuurder] in aanvulling op de schriftelijke overeenkomst is overeengekomen dat zij geen huur voor de eerste drie maanden na ingebruikneming van de discotheek in het nieuwe gebouw behoefde te betalen. [verhuurder] heeft die stelling betwist. De kantonrechter heeft Famous Club bewijs van die stelling opgedragen, waarna beide partijen getuigen hebben laten horen. De kantonrechter heeft in de rechtsoverwegingen 2.2 tot en met 2.5 van het eindvonnis gemotiveerd, waarom zij Famous Club niet in dit bewijs geslaagd achtte. Die motivering komt er in essentie op neer dat de verklaringen van [vennoot2] en [vennoot1] tegenover die van [verhuurder] staan en dat voor de verklaringen van [vennoot2] en [vennoot1] de beperking van artikel 164 lid 2 Rv geldt. Daartegen heeft Famous Club grief 7 gericht. Zij stelt dat de kantonrechter niet heeft meegewogen dat [verhuurder] geen herinneringen, sommaties o.i.d. heeft gestuurd, toen Famous Club de huur over de eerste drie maanden niet had betaald. Dat zou steunbewijs zijn voor haar stelling dat [verhuurder] akkoord is gegaan met het kwijtschelden van de huur over de eerste drie maanden. [verhuurder] had al eerder (tijdens de mondelinge behandeling op 16 november 2022) verklaard dat hij begrip had voor het feit dat Famous Club de discotheek nog moest inrichten en niet meteen omzet zou draaien. Uit coulance heeft hij toen niet aangedrongen op betaling. Hij betwist echter dat hij heeft afgesproken dat de huur over die maanden niet verschuldigd was. Het hof is van oordeel dat het uitblijven van sommaties daarom geen steunbewijs oplevert. Dat het gebruikelijk zou zijn dat verhuurders die casco-bedrijfsruimte verhuren, gedurende de eerste maanden geen aanspraak maken op huur, omdat de huurder de bedrijfsruimte nog moet inrichten, heeft Famous Club in het licht van de betwisting door [verhuurder] en van het feit dat [verhuurder] een huurkorting van € 5.000 over de eerste vijf jaar heeft verleend, onvoldoende toegelicht, noch daargelaten dat het feit dat iets gebruikelijk is nog niet betekent dat zulks ook in deze zaak van toepassing zou zijn. De toepasselijkheid van een huurkorting vergt een afspraak tussen partijen. Ten slotte hebben [vennoot2] en [vennoot1] beiden verklaard dat de door hen verdedigde afspraak is gemaakt voordat de huurovereenkomst op schrift is gesteld. Het is dan onlogisch dat de korting van € 5.000 per jaar wel in de huurovereenkomst is opgenomen (artikel 4), maar de extra huurkorting niet. Grief 7 is ongegrond.
Geen dwangsommen en een langere ontruimingstermijn
Famous Club heeft er in grief 9 over geklaagd dat de kantonrechter ten onrechte dwangsommen heeft opgelegd. De grief slaagt. Hiervoor is uiteengezet dat het gehuurde vanaf het ingaan van de huur een gebrek bezat, dat Famous Club aanspraak heeft op huurprijsvermindering die oploopt tot 100% en op schadevergoeding. Er was anderzijds geen aanspraak van [verhuurder] op ontbinding van de huurovereenkomst en dus ook niet op ontruiming van het gehuurde. In deze omstandigheid ziet het hof geen aanleiding een dwangsom te verbinden aan de verplichting tot ontruiming van het gehuurde. Het hof legt grief 9 zo uit dat Famous Club ook grieft tegen de korte duur van de ontruimingsperiode. Ook in zoverre is de grief gegrond: het hof zal de termijn verlengen tot twee maanden na dagtekening van dit arrest. Het is het hof bekend dat Famous Club het gehuurde heeft ontruimd. Door de termijn opnieuw vast te stellen en te verlengen, wordt iedere discussie over mogelijke gevolgen voor [verhuurder] wegens overschrijding van de door de kantonrechter bepaalde ontruimingstermijn voorkomen.
Ontbinding van de huurovereenkomst bij tussenvonnis van 1 februari 2023
[verhuurder] klaagt er in incidenteel hoger beroep over dat de kantonrechter in haar tussenvonnis van 1 februari 2023 ten onrechte van oordeel was dat de tekortkomingen van Famous Club de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigden. [verhuurder] heeft bij deze grief geen belang, omdat de kantonrechter van dit oordeel is teruggekomen in haar eindvonnis van 31 juli 2024. Bovendien is hiervoor gebleken dat [verhuurder] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, voordat de nakoming bij Famous Club hokte.
Geen vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
Omdat [verhuurder] de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij is, heeft zij geen aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Grief 9 is ook in dat opzicht gegrond. Onderdeel 3.5 van het dictum in het eindvonnis kan daarom niet in stand blijven.
Onderdelen 3.1, 3.2, 3.9 en 3.10 van het dictum in het eindvonnis van 31 juli 2024
Omdat grief 7 tegen de bewijswaardering van de extra huurkorting ongegrond is en omdat Famous Club geen grieven heeft gericht tegen de overige onderdelen van de veroordeling in onderdeel 3.1 van het dictum in het eindvonnis, blijft de veroordeling tot betaling door Famous Club van € 11.849,43, vermeerderd met de wettelijke handelsrente in dat onderdeel in stand. Deze veroordeling is toegelicht in rechtsoverweging 5.31 van het tussenvonnis van 1 februari 2023 en rechtsoverweging 2.6 van het eindvonnis. Het hof zal overigens de verklaring voor recht dat [verhuurder] aan Famous Club een bedrag van € 1.170,96 inclusief btw dient te voldoen, opgenomen in 3.9 van het dictum, eveneens in stand laten. Daartegen heeft [verhuurder] immers geen grief gericht. Het hof heeft in 4.2 overwogen dat onderdeel 3.2 van het dictum eveneens in stand blijft, en in 4.5 dat onderdeel 3.10 van het dictum in stand blijft, zij het in de aangepaste formulering die Famous Club in hoger beroep heeft gekozen.
De conclusie
Het principaal hoger beroep slaagt deels en het incidenteel hoger beroep niet. Omdat [verhuurder] merendeels in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof [verhuurder] tot betaling van de proceskosten zowel in principaal als incidenteel hoger beroep als bij de kantonrechter in conventie en reconventie veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.
5 De beslissing in principaal en incidenteel hoger beroep
Het hof:
vernietigt de vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem van 1 februari 2023 en 31 juli 2024, met uitzondering van de onderdelen 3.1, 3.2 en 3.9 van het dictum in het vonnis van 31 juli 2024 en beslist als volgt:
In conventie
veroordeelt Famous Club , [vennoot1] en [vennoot2] om het gehuurde, staande en gelegen aan de Nieuwe Stationsstraat 13-C, 6711 AG, in Ede met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt binnen twee maanden na dagtekening van dit arrest te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking aan [verhuurder] te stellen,
In reconventie
verklaart voor recht dat [verhuurder] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst tussen partijen, doordat zij het gehuurde bij aanvang van de huurovereenkomst heeft opgeleverd in een staat die niet voldeed aan het overeengekomen gebruik als discotheek;
veroordeelt [verhuurder] tot vergoeding van de schade die Famous Club ten gevolge van de in 5.3 omschreven tekortkoming heeft geleden, nader op te maken bij staat;
verklaart voor recht dat Famous Club aanspraak heeft op huurvermindering van 25% over de periode van 1 maart 2019 tot 1 april 2023 en van 100% over de periode van 1 april 2024 tot en met 31 juni 2024, waarbij geldt dat in voorkomend geval eerst de corona-korting wordt toegepast en daarna de huurprijsvermindering in verband met de gebrekkige akoestische situatie in het gehuurde;
veroordeelt [verhuurder] tot terugbetaling van al hetgeen Famous Club op basis van de in 5.5 bepaalde huurprijsvermindering te veel aan huur heeft betaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2022 voor voordien betaalde huur en vanaf de datum van ontvangst voor nadien betaalde huur;
veroordeelt [verhuurder] tot betaling van de volgende proceskosten van Famous Club tot aan de uitspraak van de kantonrechter:
€ 1.384 aan griffierecht
€ 5.297,50 aan salaris van de advocaat van Famous Club (6,5 procespunten x het toepasselijke tarief van € 815)
en tot betaling van de volgende proceskosten van Famous Club in hoger beroep:
€ 6.561 aan griffierecht
€ 112,37 aan kosten voor het betekenen (bekendmaken) van de dagvaarding aan [verhuurder]
€ 15.188 aan salaris van de advocaat van Famous Club (4 procespunten x het toepasselijke tarief V)
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, S.C.P. Giesen en H.J. Heynen en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2026.