Strafrecht overig
Het hof verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep nu het hoger beroep is ingetrokken nadat…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 juni 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:7476 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2025-7476
Zaakgegevens
Op 30 juni 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 30 juni 2025
- Datum publicatie
- 25 november 2025
- Zaaknummer
- 21-004115-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:7476
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep nu het hoger beroep is ingetrokken nadat de behandeling van de zaak in hoger beroep is aangevangen.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004115-21
Uitspraak d.d.: 30 juni 2025
TEGENSPRAAK
ONTNEMINGSZAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep,
ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem,
van 7 september 2021 met parketnummer 05-882005-17 op de vordering ingevolge
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
wonende te [postcode] [adres] , [woonplaats]
Het hoger beroep
De betrokkene heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 juni 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door betrokkene en zijn raadsman, mr. R.S.F. ten Kortenaar, naar voren is gebracht.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Betrokkene heeft op 21 september 2021 hoger beroep ingesteld en vervolgens heeft op 22 juni 2022 een regiezitting plaatsgevonden, waarna bij akte van 14 maart 2025 het ingestelde hoger beroep is ingetrokken.
Het hoger beroep is ingetrokken nadat de behandeling van de zaak in hoger beroep is aangevangen. Nu ter terechtzitting nog geen inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden en de advocaat-generaal heeft doen blijken, dat behandeling van de zaak in hoger beroep wat het Openbaar Ministerie betreft niet meer behoeft plaats te vinden, komt het hof tot het oordeel dat betrokkene geen belang meer heeft bij de voortzetting van het onderzoek in hoger beroep en ook overigens geen belang van strafvordering dit onderzoek vordert.
Daarom zal betrokkene niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter,
mr. R.D.J. Visschers en mr. L.P. Stapel, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier,
en op 30 juni 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.