Strafrecht overig

De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft zij ter…

Zaakgegevens

Op 11 juni 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
11 juni 2024
Datum publicatie
22 oktober 2024
Zaaknummer
22-002205-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:1938
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft zij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Daarom zal de verdachte bij verstek niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 11 juni 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2024:1938

  2. Conclusie A-G · 21 april 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:407
  3. Hoge Raad · 23 juni 2026

    ECLI:NL:HR:2026:997

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-002205-23

Parketnummer: 10-173231-23

Datum uitspraak: 11 juni 2024

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Angola) op [geboortedatum] 1963,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 11 juni 2024 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van het voorarrest. Voorts is beslist omtrent het beslag zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft geen schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft zij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius,

mr. M.S. Lamboo en mr. C.J. van Buuren, in bijzijn van de griffier mr. R.E. Jonkhoff.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juni 2024.

Mr. R.E. Jonkhoff is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.