Strafrecht overig

De verdachte is niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest…

Zaakgegevens

Op 11 oktober 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
11 oktober 2024
Datum publicatie
4 november 2024
Zaaknummer
22-000858-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2074
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De verdachte is niet ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 11 oktober 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2024:2074

  2. Conclusie A-G · 21 april 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:409
  3. Hoge Raad · 30 juni 2026

    ECLI:NL:HR:2026:1112

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-000858-24

Parketnummers: 10-065841-24

02-170216-22 (TUL)

Datum uitspraak: 11 oktober 2024

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van

28 februari 2024 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1981,

adres: [adres] [woonplaats] (Polen).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door

mr. F.W. van Lottum, als voorzitter,

mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. B. Vogel, leden,

in bijzijn van de griffier mr. T.A. van den Berg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 oktober 2024.