Strafrecht overig

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en geweld tegen beroepsbeoefenaars politie en…

Zaakgegevens

Op 24 april 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 april 2024
Datum publicatie
4 februari 2026
Zaaknummer
22-002791-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2917
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en geweld tegen beroepsbeoefenaars politie en mishandeling. Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 24 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2024:2917

  2. Conclusie A-G · 18 november 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1258
  3. Hoge Raad · 27 januari 2026

    ECLI:NL:HR:2026:117

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-002791-23

Parketnummer: 10-263819-22

Datum uitspraak: 24 april 2024

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 6 september 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

Door de verdachte is tegen het vonnis beperkt hoger beroep ingesteld, namelijk uitsluitend gericht tegen de feiten 2, 3 en 4.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep, omdat de verdachte afstand van rechtsmiddelen heeft gedaan. Subsidiair stelt de advocaat-generaal zich op het standpunt dat de zaak dient te worden aangehouden zodat een proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg bij de rechtbank kan worden opgevraagd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Blijkens de akte instellen hoger beroep heeft de verdachte op 19 september 2023 verklaard hoger beroep in te stellen tegen voornoemd vonnis. Desgevraagd heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij geen afstand heeft gedaan van haar recht om hoger beroep in te stellen en in elk geval niet heeft begrepen dat zij hier afstand van heeft gedaan.

In de aantekening van het mondeling uitgesproken vonnis van de politierechter van 6 september 2023 is vermeld dat de verdachte en de officier van justitie ter terechtzitting afstand hebben gedaan van rechtsmiddelen. Dit levert in beginsel volledig bewijs op dat de verdachte afstand heeft gedaan van het recht om hoger beroep in te stellen. Ingevolge de rechtspraak van de Hoge Raad kan, indien de verdachte afstand heeft gedaan van haar recht hoger beroep in te stellen, geen hoger beroep meer worden ingesteld, tenzij bijzondere omstandigheden aanleiding geven tot het oordeel dat de gedane afstand niet kan gelden als afstand in de zin van artikel 381, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de verdediging betoogd dat er inderdaad bijzondere omstandigheden zijn die met zich brengen dat de verdachte in haar hoger beroep ontvankelijk is. Het hof is evenwel van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting daarvan niet is gebleken. De verdediging heeft zich ter onderbouwing van haar standpunt immers beperkt tot een verwijzing naar de bewering van de verdachte dat zij geen afstand heeft gedaan van hoger beroep dan wel niet heeft begrepen dat zij dat deed. Dat is onvoldoende om bijzondere omstandigheden in de zin van de rechtspraak van de Hoge Raad aan te nemen. Voor een nader onderzoek op dat punt is het hof de noodzakelijkheid niet gebleken.

Het hof is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. H. Steenhuis,

mr. J.W. du Pon en mr. C.J. van Buuren, in bijzijn van de griffier mr. H.W. Scheepbouwer.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 april 2024.