Strafrecht overig

Verstek en N-O (art. 416 lid 2 Sv.) Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Zaakgegevens

Op 12 maart 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 maart 2025
Datum publicatie
31 maart 2025
Zaaknummer
22-003937-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2025:517
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verstek en N-O (art. 416 lid 2 Sv.) Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 12 maart 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2025:517

  2. Conclusie A-G · 7 juli 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:660
  3. Hoge Raad · 22 september 2026

    ECLI:NL:HR:2026:1526

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-003937-23

Parketnummers: 09-337585-23 en 09-281620-23 (TUL)

Datum uitspraak: 12 maart 2025

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 21 december 2023 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Polen),

BRP-adres: [BRP-adres] (Polen).

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest. Tevens is de gevangenneming van de verdachte ter terechtzitting bevolen. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging is beslist als in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. G.C. Haverkate, als voorzitter, mr. J.A.M. Jansen en mr. M.A.C.L.M. Bonn, leden, in bijzijn van de griffier mr. K.J. Duyvis.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 maart 2025.