Strafrecht overig
N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsman, art. 48 Sv…
Hoge Raad, 5 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:172 · Hoge Raad · 5 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-172
Zaakgegevens
Op 5 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 februari 2019
- Datum publicatie
- 1 februari 2019
- Zaaknummer
- 18/01540
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:172
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
N-o verklaring in h.b. ex art. 416.2 Sv. Geen afschrift appeldagvaarding verzonden naar raadsman, art. 48 Sv. HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Stukken bevatten niets waaruit kan volgen dat voor behandeling van zaak van verdachte in h.b. een afschrift van dagvaarding in h.b. aan een voor hem optredende raadsman is verzonden. Een stelbrief van de advocaat en een verzendcontrolerapport waaruit succesvol ontvangst daarvan door griffie Hof is op te maken, zijn aan cassatieschriftuur gehecht. Daaruit vloeit het ernstige vermoeden voort dat t.a.v. appeldagvaarding voorschrift vervat in art. 48 Sv niet is nageleefd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 december 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1482Uitspraak · 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:936Hoge Raad · 5 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:172
(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
5 februari 2019
Strafkamer
nr. S 18/01540
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 maart 2018, nummer 22/005255-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
Het middel bevat de klacht dat art. 48 Sv in hoger beroep niet is nageleefd aangezien is verzuimd een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsman van de verdachte toe te zenden.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 8 is het middel terecht voorgesteld.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019.