Vreemdelingenrecht

Dublin Frankrijk, Ahmadi's, herhaald en ingelast, artikel 17 Dv.

Rechtbank Den Haag, 10 februari 2026

Zaakgegevens

Op 10 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
10 februari 2026
Datum publicatie
30 juni 2026
Zaaknummer
NL25.57907 en NL25.57908
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:17747
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Frankrijk, Ahmadi's, herhaald en ingelast, artikel 17 Dv.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.57907 (beroep) NL25.57908 (voorlopige voorziening)


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen


[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. T. Thissen),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 24 november 2025 niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Beoordeling door de rechtbank

Geen zitting

2. De rechtbank houdt in deze zaak geen zitting. Het beroep is namelijk kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank dit uit.

Waar gaat deze zaak over?

3. Eiser stelt de Pakistaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1974. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.

Wat vindt eiser in beroep?

4. De inhoud van de zienswijze dient als herhaald en ingelast beschouwd te worden. Verweerder verwijst voor de motivering van het bestreden besluit deels naar het voornemen van 6 november 2025. Nu verweerder ervoor gekozen heeft om voorafgaand aan het bestreden besluit gebruik te maken van een standaard voornemen, ligt het op de weg van verweerder geen steken te laten vallen bij de beschikking zelf. Het besluit berust echter niet op een volledige en zorgvuldige motivering, nu verweerder niet in is gegaan op de mogelijkheid dat eiser in Frankrijk deel uit kan maken van een specifieke religieuze gemeenschap (de Ahmadi’s). In Frankrijk wonen er nauwelijks Ahmadi’s en staat maar één Ahmadi-moskee. De stelling dat het inherent is aan de Dublinprocedure dat een asielzoeker wordt overgedragen aan een land waar hij niemand kent klopt niet en is onvoldoende.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Herhaald en ingelast

5. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser eerder in de zienswijze naar voren heeft gebracht, kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Daarom zich de rechtbank hierin geen aanleiding het bestreden besluit te vernietigen.

Artikel 17 van de Dublinverordening en zorgvuldigheid

6. Met betrekking tot eisers stelling dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, oordeelt de rechtbank als volgt. Verweerder heeft met betrekking tot het gebruikmaken van zijn bevoegdheid zoals neergelegd in dit artikel veel beslissingsruimte. Daarom kan de rechtbank alleen terughoudend toetsen of verweerder goed heeft gemotiveerd waarom hij in dit geval niet van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Verweerder heeft kunnen oordelen dat eiser geen zodanig bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat zijn overdracht aan Frankrijk van een zodanig onevenredige hardheid getuigt dat verweerder het asielverzoek aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Verweerder heeft bij die beoordeling eisers stellingen dat hij in Frankrijk niet op dezelfde wijze invulling kan geven aan zijn geloofsleven als in Nederland, dat er nauwelijks Ahmadi’s wonen in Frankrijk en dat er maar één Ahmadi-moskee in het land staat kenbaar betrokken in het besluit. Verweerder heeft kunnen stellen dat het inherent is aan de Dublinprocedure dat iemand wordt overgedragen aan een land waar diegene niemand kent. Dit betekent echter niet dat eiser daarom niet in staat zal zijn om in Frankrijk zijn geloof uit te kunnen oefenen. Verweerder heeft in dit licht kunnen overwegen dat Frankrijk lid is van het EVRM, waarin vrijheid van godsdienst is neergelegd en dat het enkele feit dat in Frankrijk maar één Ahmandi-moskee is, terwijl er in Nederland drie zijn dit niet anders maakt. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de rechtbank voldoende zorgvuldig voorbereid en voldoende gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt hier niet over. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.

8. Nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.

9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van V. Nooteboom, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Zie artikel 8:54, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Awb.