Strafrecht overig
Rechtbank Gelderland · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Gelderland, 17 januari 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:307 · Rechtbank Gelderland · 17 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2017-307
Zaakgegevens
Op 17 januari 2017 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 17 januari 2017
- Datum publicatie
- 18 januari 2017
- Zaaknummer
- 05/880995-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2017:307
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ontnemingsvordering
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Promis II
Parketnummer : 05/880995-15
Datum zitting : 5 juli 2016, 20 december 2016 en 3 januari 2017
Datum uitspraak: 17 januari 2017
tegenspraak
Uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde),
geboren op : [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] ,
adres : [adres] ,
plaats : [woonplaats] ,
raadsman : mr. A.J.M. van Roy, advocaat te Amsterdam.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36 e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 124.545,-.
2 De procedure
Ter terechtzitting van 5 juli 2016 zitting heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.
3 Het onderzoek ter terechtzitting
De zaak is op 20 december 2016 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. A.J.M. van Roy, advocaat te Amsterdam.
Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. De raadsman heeft verzocht de behandeling van de ontnemingsprocedure aan te houden in afwachting van het vonnis.
De officier van justitie, mr. A. van Veen, heeft zich verzet tegen aanhouding van de ontnemingsprocedure.
4 De beoordeling van de vordering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft primair gevorderd de vordering van benadeelde partij [naam] in de hoofdzaak toe te wijzen en de ontnemingsvordering af te wijzen. Subsidiair, indien de vordering van de benadeelde partij wordt afgewezen, heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de ontnemingsvordering.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gesteld dat de vordering van benadeelde partij [naam] gelijkluidend is aan de vordering tot ontneming.
De beoordeling van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden beoordeeld en zal de ontnemingszaak niet aanhouden.
Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 17 januari 2017 tegen veroordeelde gewezen vonnis.
De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
In voornoemd, op 17 januari 2017 uitgesproken vonnis heeft de rechtbank – samengevat – bewezen verklaard dat verdachte in totaal een bedrag van € 123.544,- heeft verduisterd, toebehorende aan [naam] . De vordering van benadeelde partij [naam] is toegewezen tot een bedrag van € 123.544,-.
De rechtbank brengt de vordering van de benadeelde partij in mindering op het wederrechtelijk verkregen voordeel en zal, gelet op het vorenstaande, vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op nihil.
5 De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
6 De beslissing
Stelt vast dat het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op nihil en wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Aldus gegeven door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. D.R. Sonneveldt en mr. M.W. Stoet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 januari 2017.