Strafrecht overig
Verdachte is veroordeeld wegens het telen, bewerken, verwerken en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep…
Rechtbank Gelderland, 1 november 2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:4678 · Rechtbank Gelderland · 1 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2018-4678
Zaakgegevens
Op 1 november 2018 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 1 november 2018
- Datum publicatie
- 1 november 2018
- Zaaknummer
- 05/841358-17 Ontneming
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2018:4678
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte is veroordeeld wegens het telen, bewerken, verwerken en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en wegens het medeplegen van diefstal van elektriciteit. Verdachte was eerder ook al eens veroordeeld voor het telen van hennep. In de ontnemingsprocedure is het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 91.746,10.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer : 05/841358-17
Datum zitting : 18 oktober 2018
Datum uitspraak: 1 november 2018
Tegenspraak
Uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde),
geboren op : [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] ,
adres : [adres] ,
plaats : [woonplaats] ,
raadsman : mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie heeft (aanvankelijk) gevorderd dat de rechtbank, conform artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 282.072,30
2 De procedure
Ter terechtzitting van 18 oktober 2018 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.
3 Het onderzoek ter terechtzitting
De zaak is op 18 oktober 2018 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht.
De officier van justitie, mr. N. Huisman, heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 92.346,10.
Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.
4 De beoordeling van de vordering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de aangepaste ontnemingsvordering dient te worden toegewezen. In het rapport berekening wederrechtelijk voordeel is uitgegaan van drie eerdere oogsten. De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat er voorafgaand aan de ontdekking van de hennepkwekerij drie keer is geoogst. Wel voldoende aannemelijk is geworden dat er één keer eerder is geoogst.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat de aangetroffen oogst de eerste oogst was en dat er dus geen eerdere oogst heeft plaatsgevonden. Voorts heeft de verdediging gesteld dat de opbrengst hennep per hennepplant in geval van een mooie oogst 20 gram is en geen 29,6 gram, waar de officier van justitie van uitgaat.
Beoordeling door de rechtbank
Op basis van het op 18 oktober 2018 ter terechtzitting gehouden onderzoek, in samenhang met de inhoud van het procesdossier, het vonnis in de onderliggende strafzaak en de daaraan ontleende bewijsmiddelen, stelt de rechtbank vast dat veroordeelde zich schuldig heeft gemaakt aan het telen, bewerken, verwerken, dan wel opzettelijk aanwezig hebben gehad van hennep. De rechtbank acht aannemelijk dat veroordeelde met het bewezenverklaarde wederrechtelijk handelen financieel voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of voldoende aannemelijk is geworden dat er voor de ontdekking van de hennepkwekerij door de politie, op 15 augustus 2017, één keer is geoogst. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.
Veroordeelde heeft verklaard dat op het moment dat de hennepkwekerij werd ontdekt de hennepplanten (zo goed als) klaar waren om geknipt te worden, maar dat er nog niet eerder is geoogst. De rechtbank acht de verklaring van verdachte niet geloofwaardig, omdat deze niet overeenkomt met de feiten en de staat van de hennepplantage zoals deze door de politie is aangetroffen.
Bij het aantreffen van de hennepkwekerij op 15 augustus 2017 zijn tevens aangetroffen:
-
verdroogde resten van hennepplanten op de vloer van de kwekerij;
-
in een vijftal blauwe tonnen gedroogde resten van henneptoppen;
-
in de eerste kweekruimte op kalk gelijkende afzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten;
-
verkleurde houten latten waaraan de assimilatielampen waren opgehangen;
-
een grote hoeveelheid verkleurd purschuim;
-
25 vervuilde knipschaartjes met hennepresten in een glas gevuld met slaolie;
-
twee vervuilde koolstoffilters in kweekruimte A/B.
Tevens lag er stof op:
-
de kappen van de armaturen en assimilatielampen;
-
het stoffilter van de koolstofcilinder;
-
de aanwezige elektra;
-
het rotorblad van de ventilator.
Verdachtes verklaring dat het stof (mede) zou komen, omdat de spullen tweedehands zijn aangeschaft acht de rechtbank niet aannemelijk, omdat de armaturen egaal met stof waren bedekt. Indien de armaturen vuil zouden zijn opgehangen, bijvoorbeeld omdat ze tweedehands waren, dan zouden er onderbrekingen in de stof moeten zitten.
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het aannemelijk dat er tenminste één eerdere oogst is geweest en dat veroordeelde daaruit wederrechtelijk voordeel heeft genoten.
Uitgangspunten berekening
Eén hennepplant in kweekruimte1 en 2 levert volgens de tabel van het rapport van Functioneel Parket Afpakken van 1 juni 2016 29,6 gram hennep op. De rechtbank neemt dit uitgangspunt over. De enkele – niet met stukken onderbouwde – stelling van verdachte dat bij een mooie oogst een hennepplant slechts 20 gram oplevert, is voor de rechtbank onvoldoende om het uitgangspunt van voornoemd rapport niet over te nemen.
Een kilogram hennep levert volgens het rapport van Functioneel Parket Afpakken van 1 juni 2016 een bedrag van € 4.070,- op. De rechtbank neemt ook dit uitgangspunt over.
Kweekruimte 1
Opbrengst
In de eerste kweekruimte werden 438 planten aangetroffen.
De bruto opbrengst per oogst bedraagt dan:
438 planten x 29,6 gram = 12964,8 kilogram
12964,8 kilogram x € 4.070,- = € 52.766,74.
Kosten
De elektriciteit is niet op legale wijze betrokken. Omdat veroordeelde de in rekening gebrachte kosten op het moment van het rapport niet heeft voldaan wordt dit bedrag niet op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebracht. Ter terechtzitting is gebleken dat [naam 1] de kosten van de elektriciteit in rekening heeft gebracht bij de verhuurder, mevrouw [naam 2] . Nu op het moment van de uitspraak niet is gebleken dat veroordeelde deze kosten heeft voldaan of zal voldoen is de rechtbank van oordeel dat met deze kosten geen rekening dient te worden gehouden.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gesteld dat in het in afwijking van het rapport in het voordeel van veroordeelde rekening gehouden moet worden met de kosten van knippers. Deze kosten bedragen € 876,- (438 planten x € 2,-).
De rechtbank is van oordeel dat in afwijking van het rapport ook rekening gehouden dient te worden met de kosten voor de huur van de loods. Uit de verklaringen en de processtukken blijkt dat veroordeelde € 150,- per maand aan huur heeft betaald en dat veroordeelde de loods (in ieder geval) huurde vanaf 17 april 2017 tot en met 15 augustus 2017. Derhalve dient rekening te worden gehouden met 4 huurtermijnen à € 150,- = € 600,-. De rechtbank heeft ervoor gekozen die kosten bij de eerste ruimte in mindering te brengen.
De in mindering te brengen kosten per oogst van de hennepkwekerij van veroordeelde zijn op basis van het rapport:
Afschrijvingskosten : € 300,00 (afschrijvingskosten per 400-499 planten)
Hennepstekken : € 1.668,78 ( € 3,81 per stek/plant)
Variabele kosten : € 1.699,44 ( € 3,88 per stek/plant)
Knippers : € 876,00
Huur : € 600,00
----------------
Totaal : € 5.144,22
Netto opbrengst kweekruimte 1: € 52.766,74 – € 5.144,22= € 47.622,52
Kweekruimte 2
In de tweede kweekruimte werden 401 planten aangetroffen.
De bruto opbrengst per oogst bedraagt dan:
401 planten x 29,6 gram = 11869,6 kilogram
11869,6 kilogram x € 4.070,- = € 48.309,27.
Kosten
De elektriciteit is niet op legale wijze betrokken. Omdat veroordeelde de in rekening gebrachte kosten op het moment van het rapport niet heeft voldaan wordt dit bedrag niet op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebracht. Ter terechtzitting is gebleken dat [naam 1] de kosten van de elektriciteit in rekening heeft gebracht bij de verhuurder, mevrouw [naam 2] . Nu op het moment van de uitspraak niet is gebleken dat veroordeelde deze kosten heeft voldaan of zal voldoen is de rechtbank van oordeel dat met deze kosten geen rekening dient te worden gehouden.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gesteld dat in het in afwijking van het rapport in het voordeel van veroordeelde rekening gehouden moet worden met de kosten van knippers. Deze kosten bedragen € 802,- (401 planten x € 2,-).
De rechtbank is van oordeel dat in afwijking van het rapport ook rekening gehouden dient te worden met de kosten voor de huur van de loods. Uit de verklaringen en de processtukken blijkt dat veroordeelde € 150,- per maand aan huur heeft betaald en dat veroordeelde de loods (in ieder geval) huurde vanaf 17 april 2017 tot en met 15 augustus 2017. Derhalve dient rekening te worden gehouden met 4 huurtermijnen à € 150,- = € 600,-. De totale huur is echter al in aanmerking genomen bij de berekening van de kosten van de eerste kweekruimte. Derhalve zal bij de tweede ruimte niet nogmaals een aftrek worden toegepast.
De in mindering te brengen kosten per oogst van de hennepkwekerij van veroordeelde zijn op basis van het rapport en hetgeen hiervoor is overwogen:
Kosten
Afschrijvingskosten : € 300,00 (afschrijvingskosten per 400-499 planten)
Hennepstekken : € 1.527,81 ( € 3,81 per stek/plant)
Variabele kosten : € 1.555,88 ( € 3,88 per stek/plant)
Knippers : € 802,00 (401 planten x € 2)
----------------
Totaal : € 4.185,69
Netto opbrengst kweekruimte 2: € 48.309,27 – € 4.185.69 = € 44.123,58.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel uit twee kweekruimtes is berekend op:
(€ 47.622,52+ € 44.123,58) = € 91.746,10.
De rechtbank zal het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel dan ook vaststellen op een bedrag van € 91.746,10.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de veroordeelde de verplichting opleggen het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt vastgesteld aan de Staat te betalen.
5 De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
6 De beslissing
Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 91.746,10 (zegge: éénennegentigduizendzevenhonderdzesenveertig euro en tien cent).
Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 91.746,10 (zegge: éénennegentigduizendzevenhonderdzesenveertig euro en tien cent).
Aldus gegeven door mr. G. Noordraven (voorzitter), mr. R.G.J. Welbergen en
mr. G.J.H. Boerhof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Blankenspoor, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 november 2018.