Strafrecht overig
De meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland veroordeelt verdachte voor vernieling, het…
Rechtbank Gelderland, 13 maart 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:1789 · Rechtbank Gelderland · 13 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2020-1789
Zaakgegevens
Op 13 maart 2020 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 maart 2020
- Datum publicatie
- 13 maart 2020
- Zaaknummer
- 05/245455-18 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2020:1789
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland veroordeelt verdachte voor vernieling, het aanwezig hebben van 7672 gram (natte) hennep en medeplichtigheid aan het wegnemen van stroom met verbreking tot een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis en wijst de vordering van de benadeelde partij geheel toe. Tevens stelt de militaire kamer wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 500,00.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer : 05/245455-18
Datum zitting : 2 maart 2020
Datum uitspraak : 13 maart 2020
Tegenspraak (artikel 279 Sv)
Uitspraak van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
naam : [veroordeelde] (hierna: veroordeelde)
geboren op : [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,
adres : [adres]
Raadsvrouw: mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de militaire kamer het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is gesteld op € 27.059,74.
2 De procedure
Ter terechtzitting van 2 maart 2020 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.
3 Het onderzoek ter terechtzitting
De zaak is op 2 maart 2020 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verschenen mr. R.J.J. Bosma, voornoemd. Zij heeft aangegeven uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om namens haar cliënt het woord te voeren.
De officier van justitie, mr. P.A. de Boer, heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 500,00.
De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd.
4 De beoordeling van de vordering
Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de militaire kamer kennisgenomen van het op 13 maart 2020 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde onder andere ter zake van het opzettelijk aanwezig hebben van 7672 gram natte hennep is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren te vervangen door 40 dagen hechtenis.
De militaire kamer is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde. Deze beslissing is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Met betrekking tot de hoogte van dit wederrechtelijke verkregen voordeel overweegt de militaire kamer het volgende. Verdachte heeft verklaard dat hij – toen hij geen geld meer had – door iemand is benaderd om planten te zetten. Toen hij zijn sleutels van de woning afgaf kreeg hij ongeveer 10 gram cocaïne ter waarde van € 500,00. De militaire kamer – is evenals de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat er onvoldoende onderzoek is verricht naar de vraag of de veroordeelde verder nog voordeel heeft ontvangen uit het bewezenverklaarde handelen.
Gelet op het voorgaande is de militaire kamer van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 500,00 en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
5 De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
6 De beslissing
De militaire kamer:
Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 500,00 (zegge: vijfhonderd euro).
Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag.
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 10 dagen.
|
Aldus gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter) en mr. C.A.H. Pouwels, rechters, en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2020. |
||