Strafrecht overig
De militaire kamer stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een…
Rechtbank Gelderland, 6 december 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:8256 · Rechtbank Gelderland · 6 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2021-8256
Zaakgegevens
Op 6 december 2021 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 6 december 2021
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 05-064062-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2021:8256
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De militaire kamer stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 60.784,31 en legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer: 05/064062-21
Datum uitspraak : 6 december 2021
uitspraak van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] te [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. W. Koopmans, advocaat te Groningen.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de militaire kamer het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 167.664,31.
2 De procedure
De zaak is op de openbare terechtzitting van 22 november 2021 onderzocht. Daarbij is de veroordeelde verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. De officier van justitie heeft 8 september 2018 als begindatum van de ontnemingsperiode genomen. Dit is de datum waarop veroordeelde zijn eerste aankoop heeft gedaan bij growshop ‘Greenpark Assen’. De einddatum is 11 juni 2020, de datum van de instap. Er worden vier weken in mindering gebracht voor het opbouwen van de hennepkwekerij. Ook de door de politie aangetroffen kweek wordt in mindering gebracht. Dat levert een totale periode van 78 weken op waarin hennep is geteeld. Dit wordt ondersteund door het water- en elektriciteitsverbruik en de indicatoren van meerdere oogsten die in en om de hennepkwekerij zijn aangetroffen.
Een normale kweekcyclus duurt tien weken, maar door het gebruik van een CO2 Climate System wordt deze cyclus met een week verminderd. De officier van justitie concludeert dat er acht eerdere oogsten moeten zijn geweest.
Er zijn 200 planten aangetroffen, die per stuk 28,27 gram hennep opbrengen. Dit resulteert in 5,6 kilogram hennep per oogst, waarbij de officier van justitie de opbrengst per hennepplant heeft vermeerderd met 10% omdat gebruik werd gemaakt van een CO2 Climate System. De opbrengst per oogst is dus 5,6 x € 4.070,- = € 22.792,- euro.
De kosten per oogst bestaan uit € 200,- voor afschrijving, € 400,- voor de kosten van de stekken, € 674,- aan variabele kosten en € 42,- voor het knippen en bedragen in totaal € 1.416,- euro.
Dit levert een bedrag van € 21.376,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel per oogst op. Vermenigvuldigd met 8 komt dit uit op € 171.008,-. Hiervan worden de door veroordeelde aan Enexis reeds betaalde energiekosten afgetrokken, te weten € 3.343,69. Dit resulteert in een wederrechtelijk verkregen voordeel van in totaal € 167.664,31.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering moet worden afgewezen, dan wel niet ontvankelijk worden verklaard, omdat er op 10 juni 2020 een machtiging tot binnentreden in de woning van veroordeelde is afgegeven, terwijl er op dat moment nog geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.
Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de ontnemingsvordering moet worden afgewezen, omdat op basis van het ontnemingsrapport niet aannemelijk is geworden dat er acht oogsten hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van de kweekindicatoren heeft veroordeelde verklaard dat hij de benodigdheden voor de hennepkwekerij via Markplaats heeft aangeschaft. Ten aanzien van het afwijkende patroon in het stroomgebruik heeft hij aangegeven dat hij rond oktober 2019 elektrisch is gaan koken, dat hij in december 2019 of januari 2020 een hybride auto heeft aangeschaft en dat hij sinds juni 2019 een sauna heeft die twee tot drie keer per week wordt gebruikt. De stijging van zijn waterverbruik komt door een lekkage in de garage die een jaar lang onopgemerkt is gebleven. Daarnaast was veroordeelde in 2019 meerdere keren op oefening in het buitenland. Gedurende deze periodes van afwezigheid kan hij de hennepkwekerij niet hebben onderhouden.
Meer subsidiair, indien de militaire kamer van oordeel mocht zijn dat eerdere oogsten hebben plaatsgevonden, heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de berekening van Enexis zou moeten worden gevolgd, die uitgaat van 3 eerdere geslaagde oogsten, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel zou moeten worden gematigd tot € 64.128,-.
3 De beoordeling van de vordering
De militaire kamer heeft kennisgenomen van het op 6 december 2021 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en diefstal met verbreking is veroordeeld tot een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaren.
De militaire kamer is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten en baseert zich op de volgende bewijsmiddelen.
De machtiging tot binnentreden
Op 10 juni 2020 heeft de hulpofficier van justitie een machtiging afgegeven om zonder toestemming van de bewoner binnen te treden in de woning aan [adres] , [woonplaats] voor de inbeslagneming van hennepplanten, onder andere op grond van artikel 9, eerste lid onder b van de Opiumwet.
De politie heeft geverbaliseerd dat zij op 15 april 2020 een brief ontvingen van Enexis Netbeheer. Hierin liet Enexis Netbeheer weten dat er een afwijkend patroon in het stroomverbruik is gedetecteerd in het netstation aan [adres] , [woonplaats] , bestaande uit een toename van het stroomverbruik tussen 00:30 en 12:30 uur. Dit patroon duidt op de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij. Tijdens de meting waren de adressen [adres] , [woonplaats] aangesloten op de betreffende kabel. Na berekeningen van Enexis Netbeheer is gebleken dat de [nummers] het meest waarschijnlijk waren.
Naar het oordeel van de militaire kamer bevat de brief van Enexis Netbeheer objectieve aanwijzingen voor het bestaan van een hennepkwekerij, te weten een afwijkend patroon in de vorm van een toename van het stroomverbruik op gezette tijden, door de verbalisanten aangeduid als een ‘12-uurspatroon’. Toen de machtiging werd afgegeven, was er een gerechtvaardigd vermoeden dat zich op het adres van veroordeelde, dan wel het adres van zijn buren een hennepkwekerij bevond. Dat deze metingen niet zijn toegevoegd aan het procesdossier doet daar niet aan af. De militaire kamer zal het verweer van de raadsvrouw dan ook verwerpen. De informatie die als gevolg van het binnentreden is verkregen, kan als bewijs worden gebruikt.
De hennepkwekerij en mogelijke eerdere oogsten
Op 11 juni 2020 ontdekte de politie een in werking zijnde hennepkwekerij met 200 hennepplanten van ongeveer veertig centimeter hoog in de kelder van een schuurtje op [adres] , [woonplaats] . Er werd o.a. gebruik gemaakt van CO2-toevoeging. Veroordeelde heeft bekend dat dit zijn hennepkwekerij was.
Bij het onderzoek naar deze hennepkwekerij werden meerdere indicatoren aangetroffen die erop zouden kunnen wijzen dat er eerdere oogsten hebben plaatsgevonden, waaronder een gebruikte cannacutter met hennepresten aan de randen en er binnenin. Er zijn ook indicatoren aangetroffen op de vloer en op deuren.
De verbalisant die de hennepkwekerij heeft aangetroffen, heeft aangegeven dat de kwekerij tot op zekere hoogte vrijwel volledig geautomatiseerd was, omdat er zowel gebruik werd gemaakt van een irrigatiesysteem, dat de hennepplanten voorzag van voeding en vloeistof, als van een opticlimate, die het klimaat in de kwekerij regelde. Veroordeelde hoefde enkel te controleren of er nog voldoende water en voeding in het systeem aanwezig waren en deze bijvullen, indien nodig. In het schuurtje is ook een grondwaterpomp aangetroffen.
Veroordeelde heeft in 2019 815 m3 water heeft verbruikt. Dit is een stijging van 322% ten opzichte van zijn gebruik in het jaar daarvoor en meer dan acht keer zoveel als het gemiddelde jaarlijkse waterverbruik van een tweepersoonshuishouden.
Op 15 april 2020 gaf Enexis Netbeheer aan dat er een afwijkend patroon in het stroomverbruik is gedetecteerd in het netstation aan [adres] te [woonplaats] , bestaande uit een toename van het stroomverbruik tussen 00:30 en 12:30 uur. Dit patroon duidt op de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij. Na berekeningen van Enexis Netbeheer is gebleken dat de metingen waarschijnlijk afkomstig zijn van [adres] te [woonplaats] . De Dali-box van Enexis Netbeheer is op 12 september 2019 geplaatst. De meting liep van 12 september 2019 tot het moment van de instap. De instap vond plaats op 11 juni 2020. Gedurende deze gehele periode is een afwijkend patroon geconstateerd. Gelet hierop komt Enexis Netbeheer uit op drie eerdere oogsten naast de bij de instap aangetroffen oogst.
De militaire kamer acht niet aannemelijk geworden dat veroordeelde al op 8 september 2018 is begonnen met (het opbouwen van) de hennepkwekerij. De officier van justitie heeft zich bij deze begindatum gebaseerd op één enkele overboeking. Daar staat tegenover dat de meterkast van veroordeelde begin januari 2019 is gecontroleerd en op dat moment voldeed aan alle eisen. Daarnaast heeft Enexis Netbeheer pas vanaf 12 september 2019 afwijkingen in het elektriciteitsverbruik geconstateerd.
De militaire kamer is van oordeel dat de verklaring van veroordeelde – dat er geen eerdere oogsten zijn geweest – niet aannemelijk is geworden. Een lekkage is naar het oordeel van de militaire kamer onvoldoende om een stijging in het watergebruik van 322% te verklaren. De toename van het stroomverbruik ziet op de uren tussen 00:30 en 12:30, dus gedurende de nacht en de ochtend. De militaire kamer acht niet aannemelijk geworden dat de door veroordeelde genoemde apparaten zorgen voor het afwijkend patroon in het stroomverbruik, met name omdat dit niet verklaart waarom hierdoor juist ’s nachts en ’s ochtends meer stroom zou worden verbruikt. Uit onderzoek van de politie is bovendien niet gebleken dat veroordeelde de benodigdheden voor de hennepkwekerij via Marktplaats heeft gekocht. Hoewel het klopt dat veroordeelde in 2019 een aantal keer in het buitenland is geweest, was dit over het algemeen maar voor enkele dagen, terwijl de politie heeft aangegeven dat de hennepkwekerij vrijwel volledig was geautomatiseerd.
Concluderend acht de militaire kamer het niet aannemelijk geworden dat de hennepkwekerij vóór januari 2019 al in werking was, maar ook niet dat veroordeelde pas in april 2020 is begonnen met kweken. Daarom zal de militaire kamer uitgaan van de metingen van Enexis Netbeheer. Hieruit volgt dat veroordeelde sinds 12 september 2019 elektriciteit heeft gestolen. De militaire kamer maakt hieruit op dat de hennepkwekerij sinds die datum in werking was en, naast de bij de instap aangetroffen planten, drie keer eerder heeft geoogst.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel
1. Het wederrechtelijk verkregen voordeel per oogst
Er stonden 200 planten in de kwekerij met een opbrengst van in totaal 28,27 gram (25,7 gram, vermeerderd met 10% vanwege de toevoeging van CO2). Dit resulteert in ongeveer 5,6 kilogram hennep per oogst, vermenigvuldigd met € 4.070,- per kilogram hennep. De opbrengst per oogst bedroeg dus € 22.972,-.
De kosten per oogst bestonden uit:
- De kosten van afschrijving: € 200,-
- De kosten van de stekken: € 500,-
- Variabele kosten voor planten, bestaande uit potgrond à € 1,12, water à € 0,03 en voedingstoffen à € 2,22, telkens per plant per cyclus: € 674,-
- De kosten van het knippen à € 0,21 per plant: € 42,-
Dit betekent dat de kosten per oogst in totaal € 1.416,- bedroegen.
De opbrengst van € 22,792,- per oogst, verminderd met de kosten van € 1.417,- per oogst, levert een bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel op van € 21.376,- per oogst. Met drie eerdere oogsten heeft veroordeelde dus € 21.376,- vermenigvuldigd met drie = € 64.128,- verdiend.
3. Eenmalige betaling aan Enexis
Het totaalbedrag van de schade van de weggenomen elektriciteit bedroeg € 3.343,69. Dit bedrag is op 15 juni 2020 vanaf de gezamenlijke rekening van veroordeelde en zijn partner overgemaakt naar Enexis Netbeheer. Dit bedrag zal van de totale opbrengst van de drie oogsten worden afgetrokken. Daarmee bedraagt het totale wederrechtelijk verkregen voordeel dus € 64.128,- verminderd met € 3.343,69 = € 60.784,31.
Conclusie
Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de militaire kamer van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 60.784,31 en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
4 De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5 De beslissing
De militaire kamer:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 60.784,31;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 1.080 dagen.
Aldus gegeven door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechter, en Kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 december 2021.
Mr. Van Wezel is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.