Strafrecht overig
Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijk door verjaring van het feit. Vrijspraak voor diefstal door…
Rechtbank Gelderland, 4 juli 2022
ECLI:NL:RBGEL:2022:3393 · Rechtbank Gelderland · 4 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2022-3393
Zaakgegevens
Op 4 juli 2022 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 4 juli 2022
- Datum publicatie
- 5 juli 2022
- Zaaknummer
- 05-238923-20 ontn.vord.
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2022:3393
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijk door verjaring van het feit. Vrijspraak voor diefstal door middel van valse sleutels en verduistering in dienstbetrekking.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer: 05.238923.20
Datum uitspraak : 4 juli 2022
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat in Arnhem.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 112.592,43.
2 De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat aan veroordeelde als wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden ontnomen een bedrag van € 74.342,42. De officier van justitie gaat uit van een kortere pleegperiode dan waarop de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ziet, omdat een deel van de feiten waarop de tenlastegelegde periode betrekking heeft, is verjaard.
De raadsman heeft ter zitting naar voren gebracht dat de vordering moet worden afgewezen vanwege de bepleite vrijspraak in de strafzaak. Voor de periode in de tenlastelegging dat het Openbaar Ministerie wegens verjaring niet-ontvankelijk is, kan er geen ontneming worden toegewezen.
3 De beoordeling van de vordering
Bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2022 is betrokkene vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. De vordering wederrechtelijk verkregen voordeel zal daarom worden afgewezen.
4 De beslissing
De rechtbank:
- wijst de vordering van de officier van justitie van 16 maart 2021, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.
Aldus gegeven door mr. F.E. Venema (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. M. Duifhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juli 2022.