Strafrecht overig
Veroordeling voor het medeplegen van het vervoeren en voorhanden hebben van 30 kilo cocaïne en het invoeren…
Rechtbank Gelderland, 10 april 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:3372 · Rechtbank Gelderland · 10 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2024-3372
Zaakgegevens
Op 10 april 2024 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 april 2024
- Datum publicatie
- 3 juni 2024
- Zaaknummer
- 188012 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:3372
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor het medeplegen van het vervoeren en voorhanden hebben van 30 kilo cocaïne en het invoeren van 150 kilo cocaïne. De blokken met cocaïne lagen in een vuilniszak op de achterbank en in een verborgen ruimte in de auto. De rechtbank legt aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4,5 jaar op.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer : 05.188012.23 (ontneming)
Datum uitspraak : 10 april 2024
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [postcode] [woonplaats] ,
thans gedetineerd te [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. A. Boumanjal, advocaat in Utrecht.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op
€ 84.644,00.
2 De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte zich bezig heeft gehouden met drugshandel en -import en daarmee kennelijk grote sommen geld heeft verdiend. De vordering ziet op een transactie op 27 juli 2023, waarbij 12 blokken à 1.157 gram (= 13.884 gram) cocaïne zijn verkocht. De verkoopprijs voor 12 kilo kan op grond van een uitgelezen chatgesprek op € 200.000 worden beraamd. De kosten voor de inkoop van een kilo cocaïne is volgens het ‘Prijzenoverzicht 2022 synthetische drugs’ € 2.212,00. In totaal bedragen de kosten dan (13,88 kg x € 2.212,00 = € 30.711,00 voor de inkoop van de 12 blokken cocaïne. Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt dus (€ 200.000,00 min € 30.771,00 =) € 169.28,00 (de rechtbank leest dit als: € 169.289,00) en kan voor 50% aan veroordeelde worden toegerekend.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde geen voordeel heeft genoten en dat de vordering moet worden afgewezen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht het te ontnemen bedrag te matigen. De verdediging meent dat het procesdossier meer dan voldoende aanwijzingen bevat waaruit blijkt dat veroordeelde een deel van de winst toekwam dat vele malen kleiner is dan het gevorderde bedrag, te weten € 3.000,00 of € 3.100,00. Uit het procesdossier blijkt volgens de verdediging ook niet dat veroordeelde daadwerkelijk de hem toegezegde € 3.000,00 heeft ontvangen.
3 De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 10 april 2024 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van het vervoeren en aanwezig hebben van 30 kilogram cocaïne en het in Nederland invoeren van 150 kilogram cocaïne is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden.
Op grond van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht kan een ontnemingsmaatregel mede betrekking hebben op voordeel dat betrokkene heeft verkregen door middel van of uit baten van andere strafbare feiten waaromtrent “voldoende aanwijzingen” bestaan dat deze door betrokkene zijn begaan.
Voordeel uit de bewezenverklaarde feiten
In de hoofdzaak is vastgesteld dat veroordeelde samen met [medeverdachte] op 27 juli 2023 30 kilo cocaïne in de auto heeft vervoerd.. Zij zijn op heterdaad betrapt en de gehele partij cocaïne is in beslag genomen.
Voordeel uit baten van andere strafbare feiten
Voorafgaand aan de aanhouding heeft een andere transactie plaatsgevonden. Uit de observatie aan [adres] in Geldermalsen, de woning van veroordeelde en uit chatberichten kan worden opgemaakt dat twee mannen op 27 juli 2023 de woning van veroordeelde hebben betreden en 12 blokken cocaïne voor een bedrag van € 200.000,00 hebben gekocht. Uit hetgeen uit het procesdossier en ter terechtzitting is gebleken, komt de rechtbank tot de conclusie dat veroordeelde en [medeverdachte] als koerier fungeerden en door een ander werden aangestuurd. Er zijn geen aanwijzingen dat zij eventuele verdiensten mochten houden of enige vergoeding hebben ontvangen.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde feiten of uit baten van andere strafbare feiten. Zij zal daarom de vordering van de officier van justitie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen.
4 De beslissing
De rechtbank wijst af de vordering van de officier van justitie ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Aldus gegeven door mr. A. Bonder (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. M.L. Braaksma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. U. Posthumus, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 april 2024.
De griffier is buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen.