Strafrecht overig
De rechtbank heeft verdachte veroordeeld ter zake van het medeplegen van online-handelsfraude en legt hem de…
Rechtbank Gelderland, 16 oktober 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:7041 · Rechtbank Gelderland · 16 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2024-7041
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2024 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2024
- Datum publicatie
- 16 oktober 2024
- Zaaknummer
- 148586-23 ontneming
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:7041
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank heeft verdachte veroordeeld ter zake van het medeplegen van online-handelsfraude en legt hem de verplichting op tot betaling van 6.600 euro ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer : 05/148586-23
Datum uitspraak : 16 oktober 2024
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] in ( [postcode] ) [woonplaats] .
Raadsman: mr. O.E. Usma, advocaat in Arnhem.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op
€ 7.875,00.
2 De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd de verplichting tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van € 6.600,00.
De verdediging heeft in de hoofdzaak vrijspraak voor het ten laste gelegde feit bepleit en zich derhalve op het standpunt gesteld dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden afgewezen.
3 De beoordeling van de vordering
Op 16 oktober 2024 heeft de rechtbank tegen veroordeelde vonnis gewezen, waarbij veroordeelde, ter zake van het medeplegen van een beroep of gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen of verlenen van diensten tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren, is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.
De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten en baseert zich op de volgende bewijsmiddelen.
Bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel sluit de rechtbank aan bij de berekening van de opbrengst zoals die volgt uit de analyse van de drie onderzochte rekeningnummers van medeverdachte [medeverdachte] . Hieruit blijkt dat veroordeelde gedurende de periode van 9 april 2023 t/m 9 juli 2023 een totaalbedrag van € 6.600,00 heeft ontvangen. Veroordeelde heeft bevestigd dat de berekening correct is en dat hij dat bedrag door het plegen van het strafbare feit heeft verdiend.
Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 6.600,00. De rechtbank zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
4 De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5 De beslissing
De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 6.600,00;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op
132 dagen.
Aldus gegeven door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. M.M. Klaasen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. U. Posthumus, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 oktober 2024.