Strafrecht overig
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Gelderland, 2 december 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:8453 · Rechtbank Gelderland · 2 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2024-8453
Zaakgegevens
Op 2 december 2024 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 december 2024
- Datum publicatie
- 2 december 2024
- Zaaknummer
- 05-317082-21 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:8453
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Tegenspraak
Parketnummer : 05-317082-21 (ontneming)
Datum uitspraak : 2 december 2024
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. A.C. Vingerling, advocaat in Utrecht.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel. Dat voordeel is door de officier van justitie geschat op € 11.050,-.
2 De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting worden vastgesteld op
€ 5.525,-.
De raadsman heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.
3 De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het heden tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren ter zake van
feit 1:
Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde en het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit te trachten te verschaffen en voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd;
feit 2:
Medeplegen van stoffen vervoeren en voorhanden hebben en medeplegen van vervoermiddelen, ruimten en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, meermalen gepleegd;
feit 4:
Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10 derde lid, 10 vierde lid, 10 vijfde lid, 11 derde lid, 11 vijfde lid en 11a van de Opiumwet;
feit 5:
Medeplegen van gijzeling.
De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten en baseert zich daarbij op de volgende bewijsmiddelen.
Tussen de Sky-ID’s [nummer 1] en [nummer 2] zijn op 20 juli en 21 juli 2020 onder meer de volgende chatberichten verstuurd:
[nummer 1] : Vraag maar 100 per stuk
[nummer 1] : Hoeveel was het
[nummer 2] : 32 stuks
[nummer 1] : Ja pak je 3200
[nummer 1] : 100 per stuk is normaal
[nummer 1] : Hoeveel heb je nu totaal
[nummer 2] : 17500
[nummer 2] : Met jou 3200
[nummer 2] : 17500
-3200
3750 chaf
500 voorrijder
2000 auto stenenman
375 inkoop speed
7675 : 2=
3837,5
3200
Jij krijgt
7050
[nummer 2] : Dus ik of chaf breng 7050 straks in Zutphen
Op 10 september 2020 zijn tussen de Sky-ID’s [nummer 1] en [nummer 2] onder meer de volgende chatberichten uitgewisseld:
[nummer 1] : Trouwens wat hebben we nu verdiend dan
[nummer 1] : 8 keer 500
[nummer 1] : Is 4 k
[nummer 1] : De man 2 k toch
Uit de chatgesprekken van 20 juli en 21 juli 2020 leidt de rechtbank af dat veroordeelde een bedrag van € 7.050,- heeft ontvangen, bestaande uit de winst van € 3.837,50 (kennelijk afgerond op € 3.850,-) en een bedrag van € 3.200,-. Uit het chatbericht van 10 september 2020 blijkt verder dat veroordeelde en de gebruiker van account [nummer 2] samen “4 k”, de rechtbank begrijpt € 4.000,- hebben verdiend, zoals veroordeelde aangeeft: “de man 2 k”. Veroordeelde heeft dus bij elkaar (€ 7.050 + € 2.000=) € 9.050,- ontvangen, wat de rechtbank aanmerkt als wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank zal veroordeelde veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
4 De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5 De beslissing
De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 9.050,-;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 80 dagen.
Aldus gegeven door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. Y. Yeniay-Cenik en
mr. J.M. Hollebrandse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 december 2024.