Strafrecht overig
Afwijzen ontnemingsvordering
Rechtbank Gelderland, 1 december 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:10565 · Rechtbank Gelderland · 1 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2025-10565
Zaakgegevens
Op 1 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 december 2025
- Datum publicatie
- 8 december 2025
- Zaaknummer
- 032424 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:10565
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzen ontnemingsvordering
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Tegenspraak
Parketnummer : 05/032424-23
Datum uitspraak : 1 december 2025
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 705.602,-.
2 De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen danwel op nihil moet worden gesteld.
3 De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het heden tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf omdat een amfetaminelaboratorium is aangetroffen in een loods die door veroordeelde ter beschikking was gesteld aan anderen. Dit handelen is in de strafzaak gekwalificeerd als meerdere strafbare feiten op grond van de Opiumwet.
De rechtbank overweegt dat verdachte medeplichtig was aan het produceren en aanwezig hebben van amfetamine door andere personen. Op basis van het dossier kan echter geen enkele vaststelling worden gedaan omtrent (de verdeling van) het wederrechtelijk voordeel dat met het drugslab is verkregen. Daarom wijst de rechtbank de vordering af.
4 De beslissing
De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel af.
Aldus gegeven door mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn (voorzitter), mr. M.G.E. ter Hart en mr. P.M. Lindeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 december 2025.