Strafrecht overig
Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op € 24.980,73 met een hoofdelijke…
Rechtbank Gelderland, 29 september 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:11811 · Rechtbank Gelderland · 29 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2025-11811
Zaakgegevens
Op 29 september 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 september 2025
- Datum publicatie
- 16 februari 2026
- Zaaknummer
- 05/296576-24 ont
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11811
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op € 24.980,73 met een hoofdelijke betalingsverplichting. Duur gijzeling maximaal 499 dagen
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer: 05/296576-24
Datum uitspraak : 29 september 2025
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. J.G.D. Rutten, advocaat in Hilversum.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 31.604,18.
2 De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat naar beneden wordt bijgesteld. Uit de verklaring van verdachte volgt dat er minder kweekruimtes waren dan in de berekening werd aangenomen. Dit betekent dat de totale omzet moet worden geschat op een bedrag van € 24.710,55, verminderd met de kosten zoals deze door de politie zijn berekend. Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat een hoofdelijke betalingsverplichting wordt opgelegd.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat ervan uit moet worden gegaan dat de netto winst die verdachte in totaal heeft verkregen ongeveer € 1.000,- was.
3 De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het eveneens op 29 september 2025 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van – voor zover hier relevant – het medeplegen van in de uitoefening van een bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis.
Op basis van de in het vonnis van 29 september 2025 opgenomen bewijsmiddelen en de behandeling van de ontnemingsvordering ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten door middel van of uit de baten van de daar besproken strafbare feiten.
Bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank als uitgangspunt de door de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte berekening.
De rechtbank brengt in die berekening enkele wijzigingen aan. Net als de officier van justitie gaat de rechtbank ervan uit dat enkel in ruimte SK 1 (in het procesdossier ook aangeduid als kweekruimte 1 of A) en in de woonkamer (in het procesdossier ook aangeduid als WK, kweekruimte 3 of CC) hennep werd gekweekt.
Opbrengst
Ruimte SK 1
De oppervlakte voor beplanting in ruimte SK 1 was 8,6 vierkante meter. Er wordt uitgegaan van vijftien planten per vierkante meter en een gemiddelde opbrengst van 28,2 gram hennep per plant. Dit betekent een opbrengst van 3,6378 kilogram hennep per oogst. Er werd CO2 toegevoegd aan de planten, waardoor uit moet worden gegaan van een meeropbrengst van twintig procent. Hierdoor komt de opbrengst per oogst uit op 4,36536 kilogram hennep.
De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld, maar bedraagt volgens het rapport van het Functioneel Parket Afpakken minstens € 4.070,- per kilo hennep.
De totale bruto opbrengst per oogst in ruimte SK 1 bedraagt dus minimaal 4,36536 kilogram hennep vermenigvuldigd met € 4.070,- = € 17.767,02.
Woonkamer
In de woonkamer zijn 61 hennepplanten aangetroffen. Er wordt uitgegaan van minstens 31,4 gram hennep per plant. Dit betekent een opbrengst van 1,9154 kilogram hennep per oogst. Er werd CO2 toegevoegd aan de planten, waardoor uit moet worden gegaan van een meeropbrengst van twintig procent. Hierdoor komt de opbrengst per oogst uit op 2,29848 kilogram hennep.
De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld, maar bedraagt volgens het rapport van het Functioneel Parket Afpakken minstens € 4.070,- per kilo hennep.
De totale bruto opbrengst per oogst in de woonkamer bedraagt dus minimaal 2,29848 kilogram hennep vermenigvuldigd met € 4.070,- = € 9.354,81.
Daarmee bedraagt de totale bruto opbrengst per oogst in deze twee ruimtes € 17.767,02 + € 9.354,81 = € 27.121,83.
Kosten
Ruimte SK 1
De totale kosten van ruimte SK 1 per oogst bedragen € 1.400,01 en zijn als volgt opgebouwd:
-
Afschrijvingskosten € 150,-;
-
Hennepstekken à € 3,81 per stek, in totaal € 491,49;
-
Variabele kosten à € 3,88 per stek, in totaal € 500,52;
-
Kosten knippers à € 2,- per stek, in totaal € 258,-.
Woonkamer
De totale kosten van de woonkamer per oogst bedragen € 741,09 en zijn als volgt opgebouwd:
-
Afschrijvingskosten € 150,-;
-
Hennepstekken à € 3,81 per stek, in totaal € 232,41;
-
Variabele kosten à € 3,88 per stek, in totaal € 236,68;
-
Kosten knippers à € 2,- per stek, in totaal € 122-.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 27.121,83 - € 1.400,01 - € 741,09 = ?€ 24.980,73
Betalingsverplichting
De rechtbank stelt gelet op het vorenstaande de betalingsverplichting vast op ?€ 24.980,73 en zal verdachte veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
Gijzeling
De rechtbank zal bepalen dat veroordeelde kan worden gegijzeld gedurende een periode van maximaal 499 dagen indien hij zijn betalingsverplichting niet nakomt.
Hoofdelijke toerekening voordeel
De veroordeelde heeft met een ander van een strafbaar feit geprofiteerd. Het dossier en het verhandelde ter terechtzitting bevatten zodanige duidelijke aanwijzingen dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat zij gezamenlijk de beschikking hebben of gedurende zekere tijd de beschikking hebben gehad over de gehele opbrengst van het strafbare feit. De veroordeelde heeft als een van die daders geen, dat vermoeden ontzenuwende, gegevens daaromtrent verschaft. De rechtbank zal daarom het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel voor het geheel - mede - aan de veroordeelde toerekenen.
4. De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5 De beslissing
De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € ?24.980,73;
- legt de veroordeelde de hoofdelijke verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- verstaat dat de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel komt te vervallen indien en voor zover de medeveroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 499 dagen.
Aldus gegeven door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin (voorzitter), mr. J.M. Klep en
mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2025.
mr. Van Breevoort-de Bruin, mr. Klep en mr. Aalbers zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.