Strafrecht overig
Ontnemingsprocedure. Veroordeelde is door het gerechtshof integraal vrijgesproken van de ten laste gelegde…
Rechtbank Gelderland, 4 september 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:11915 · Rechtbank Gelderland · 4 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2025-11915
Zaakgegevens
Op 4 september 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 4 september 2025
- Datum publicatie
- 17 maart 2026
- Zaaknummer
- 05/780030-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11915
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontnemingsprocedure. Veroordeelde is door het gerechtshof integraal vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit staat aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg. Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Tegenspraak
Parketnummer: 05.780030-16
Datum uitspraak : 4 september 2025
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman mr. E van Reydt, advocaat in Amsterdam.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op
€ 486.684,59.
2 De procedure
Bij arrest van 23 april 2025 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeelde vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.
De raadsman heeft bij e-mail van 8 mei 2025 met verwijzing naar voornoemd arrest aangegeven dat een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de ingestelde ontnemingsvordering onvermijdelijk is en dat de verdediging graag meedenkt over een verdere praktische afwikkeling.
Bij e-mail van 10 juli 2025 heeft de officier van justitie voorgesteld een ‘papieren zitting’ te houden, waarbij veroordeelde en zijn raadsman niet hoeven te verschijnen.
In overleg met de raadsman en de officier van justitie heeft de rechtbank deze zitting vervolgens gepland op de meervoudige kamer zitting van 28 augustus 2025.
Ter terechtzitting van 28 augustus 2025 zijn veroordeelde en zijn raadsman niet verschenen.
De officier van justitie heeft de vordering aangepast in die zin dat het Openbaar Ministerie, gelet op genoemde vrijspraak, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
3 De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 23 april 2025 tegen veroordeelde gewezen arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarbij veroordeelde integraal is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.
Ingevolge artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht kan aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, op vordering van het Openbaar Ministerie en bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit staat aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg. De rechtbank zal het Openbaar Ministerie dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
4 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Aldus gegeven door mr. T.P.E.E. van Groeningen, voorzitter, mr. M.W.R. Koch en mr. P. Verkroost, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2025.
Mr. Verkroost is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.