Strafrecht overig
Veroordeling voor handelen in cocaïne en MDMA. Taakstraf (240 uur) en voorwaardelijke gevangenisstraf van 4…
Rechtbank Gelderland, 14 februari 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:1250 · Rechtbank Gelderland · 14 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2025-1250
Zaakgegevens
Op 14 februari 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 14 februari 2025
- Datum publicatie
- 14 februari 2025
- Zaaknummer
- 081330-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:1250
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor handelen in cocaïne en MDMA. Taakstraf (240 uur) en voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden, gelet op blanco documentatie en jeugdige leeftijd van verdachte.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/081330-23
Datum uitspraak : 14 februari 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] , in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. N.R. Pronk, advocaat in Putten.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 januari 2025
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2021 tot en met 22 maart 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 22 maart 2023 te Apeldoorn opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 13,52 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 29,03 gram (67 pillen), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft gesteld dat de gehele ten laste gelegde periode van feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van een deel van de ten laste gelegde periode onder feit 1. De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 2 geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 23-24;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 32-33;
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 64-70;
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 75-80;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 83-89;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 januari 2025.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de pleegperiode als volgt. Uit het dossier volgt dat verdachte op 23 november 2022 is staande gehouden in het bijzijn van een afnemer en in het bezit van een handelshoeveelheid cocaïne. Daarnaast zijn in de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon deal- en druggerelateerde gesprekken gevonden vanaf medio november 2022. De rechtbank acht een pleegperiode vanaf 23 november 2022 wettig en overtuigend bewezen. Voor een langere pleegperiode is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.
Feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 32-33;
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 64-70;
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 75-80;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 januari 2025.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 november 2022 tot en met 22 maart 2023 te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 22 maart 2023 te Apeldoorn opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 13,52 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 29,03 gram (67 pillen), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
in vereniging opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;
Ten aanzien van feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
5 De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaar en daarnaast een taakstraf van 240 uren. Zij heeft bij bepaling van de strafeis rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat hij niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht het adolescentenstrafrecht toe te passen en bij oplegging van een gevangenisstraf deze geheel voorwaardelijk op te leggen met daarnaast een taakstraf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het handelen in en het bezitten van harddrugs. Harddrugs vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en de handel daarin draagt bij aan het ontstaan van verslaving en de instandhouding daarvan. Daarnaast gaat de handel in harddrugs dikwijls gepaard met het plegen van andere strafbare, de samenleving ondermijnende, feiten. Verdachte wilde snel geld verdienen en heeft daarbij geen oog gehad voor de gevolgen voor gebruikers en de samenleving in het algemeen.
Op dergelijke feiten worden doorgaans (onvoorwaardelijke) gevangenisstraffen opgelegd. De rechtbank houdt echter ook rekening met het verdere blanco strafblad van verdachte (zowel voor als na de gepleegde feiten) en zijn nog jonge leeftijd.
De rechtbank legt alles afwegende aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden op met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf van 240 uren op.
8 De beoordeling van het beslag
De rechtbank zal de iPhone X (goednummer [goednummer 1] ) die aan verdachte toebehoort en waarmee feit 1 is begaan verbeurd verklaren.
De rechtbank zal de teruggave van het (imitatie-)Rolex horloge (goednummer [goednummer 2] ) aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
9 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet.
10 De beslissing
De rechtbank:
? verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;
? bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
? legt op een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;
? beveelt dat voor de tijd die door verdachte in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
? verklaart verbeurd de iPhone X (goednummer [goednummer 1] ) ;
? gelast de teruggave van de Rolex (goednummer [goednummer 2] ) aan verdachte.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Stratenus (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. A.J.H. Steenweg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van der Velden, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 februari 2025. |
||