Strafrecht overig

Vrijspraak vertegenwoordiger veilinghuis voor opzetheling van gestolen Italiaanse kunst. Geen onderzoek…

Rechtbank Gelderland, 16 januari 2025

Zaakgegevens

Op 16 januari 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
16 januari 2025
Datum publicatie
21 januari 2025
Zaaknummer
05.109033.23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:358
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak vertegenwoordiger veilinghuis voor opzetheling van gestolen Italiaanse kunst. Geen onderzoek gedaan waardoor kan worden geconcludeerd dat hij niet heeft voldaan aan de onderzoeksplicht, maar daarmee kan niet worden gezegd dat hij voorwaardelijk opzet had op de criminele herkomst van de schilderijen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/109033-23

Datum uitspraak : 16 januari 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] (Bondsrepubliek Duitsland),

wonende aan de [adres] , [postcode] , in [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 november 2015 te Groesbeek en/of Horssen, althans in

Nederland, meermalen, althans eenmaal,

- een schilderij met daarop afgebeeld “Heilige Maria van onbevlekte ontvangenis – heilige Eligius - heilige Catharina – Stephanus”, althans een kunstwerk dan wel religieus voorwerp, en/of

- een schilderij met daarop afgebeeld “God de Vader – apostel Petrus, Apostel Johannes – heilige Ignatius” althans een kunstwerk dan wel religieus voorwerp, althans een of meer goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed/deze goederen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

2 De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf van 120 uren.

De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. Verdachte was ervan op de hoogte dat de schilderijen oorspronkelijk uit Italië kwamen, maar dat dat recentelijk was gebeurd, was hem onbekend. Daarnaast is er veel handel in artikelen met de naam ‘Italiaanse school’ en had verdachte geen aanleiding argwaan te koesteren jegens de inbrenger van de schilderijen.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende relevante feiten en omstandigheden vast.

In mei 2002 zijn (onder meer) de schilderijen ‘heilige Maria van onbevlekte ontvangenis - heilige Eligius - heilige Catharina - heilige Stephanus’ (hierna te noemen: het Madonna schilderij) en ‘God de vader - apostel Petrus - apostel Johannes -heilige Ignatius’ (hierna te noemen: het Petrus schilderij) gestolen uit de [abdij] in Italië.

In 2015 zijn de schilderijen in Nederland terechtgekomen via medeverdachte [medeverdachte] , die ze op verzoek van een kennis ter verkoop heeft aangeboden aan Notarishuis [notarishuis] (hierna te noemen: Notarishuis). Hij berichtte Notarishuis: “Goedendag mijn naam is [medeverdachte] ik ben in het bezit van 4 schilderijen. Bijbelse voorstelling rond 1800. Ze zijn ongeveer 3 half meter hoog bijna 2meter breed. Wil ze graag verkopen, maar weet niet goed wat ze waard zijn. Ze komen oorspronkelijk uit Italië. Ik zal wat foto's toevoegen en hoop iets te horen groeten.” Verdachte onderhield namens Notarishuis mailcontact en telefonisch contact met medeverdachte [medeverdachte] . Vervolgens heeft hij de schilderijen doen ophalen bij [medeverdachte] thuis.

De schilderijen zijn op een veiling van Notarishuis in november 2015 aangeboden en verkocht.

Verdachte heeft verklaard dat hij geen reden had om argwanend te zijn. De inbrenger, [medeverdachte] , liet de schilderijen bij hem thuis ophalen en wilde de opbrengsten van de verkoop per bank laten overschrijven. Verdachte heeft geen vragen gesteld over hoe de inbrenger aan de schilderijen kwam omdat hij hiertoe geen aanleiding zag.

Voor een bewezenverklaring van opzetheling is vereist dat de pleger wetenschap had van de criminele herkomst van het goed bij het verkrijgen of voorhanden krijgen ervan. Voor die wetenschap is voorwaardelijk opzet voldoende: de pleger moet de aanmerkelijke kans dat het een door misdrijf verkregen goed betrof, bewust hebben aanvaard.

Uit de bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat verdachte vol opzet had op de criminele herkomst van de schilderijen. De rechtbank is van oordeel dat evenmin sprake is van voorwaardelijk opzet. De omstandigheid dat in Italië veel wordt gestolen uit kloosters en kerken en dat ook Italiaanse kunst die zich nu daadwerkelijk in Italië bevindt niet mag worden geëxporteerd, betekent niet dat verdachte – gelet op de omschrijving ‘oorspronkelijk uit Italië’ – (voorwaardelijk) opzet had op de criminele herkomst van de stukken. Van verdachte had in zijn hoedanigheid van taxateur/veilinghouder wel meer worden verwacht aan onderzoek. Verdachte heeft nagelaten vragen te stellen aan de inbrenger [medeverdachte] . Het enkele feit dat daaruit zou kunnen worden geconcludeerd dat verdachte niet voldaan heeft aan die onderzoeksplicht, wil echter niet zeggen dat hij de kans dat de schilderijen van diefstal afkomstig waren op de koop toe heeft genomen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het tenlastegelegde.

Aan een oordeel over de bewezenverklaring voor schuldheling wordt niet toegekomen, omdat dit niet ten laste is gelegd.

4 De beoordeling van de civiele vordering

[benadeelde] heeft zich namens de abdij als benadeelde partij gevoegd in het strafproces, en vordert een ‘te kwantificeren’ (verder niet geconcretiseerd) bedrag aan materiële en/of immateriële schade voor (het verlies van) “twee olieverfschilderijen op doek”.

Overweging van de rechtbank

Nu verdachte wordt vrijgesproken is de benadeelde partij al om die reden niet-ontvankelijk in de vordering.

5 De beslissing

De rechtbank:

? spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;

? verklaart de benadeelde partij [benadeelde] , optredend namens de abdij, niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. H.C. Leemreize en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.M. van der Velden, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 januari 2024.

Mr. Van Veldhuizen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.