Strafrecht overig
toetsing van de rechtmatigheid van de doorzoeking ter inbeslagneming van de woning van verdachte. Vrijspraak…
Rechtbank Gelderland, 27 mei 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:4183 · Rechtbank Gelderland · 27 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2025-4183
Zaakgegevens
Op 27 mei 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 27 mei 2025
- Datum publicatie
- 2 juni 2025
- Zaaknummer
- 05.149097.24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:4183
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
toetsing van de rechtmatigheid van de doorzoeking ter inbeslagneming van de woning van verdachte. Vrijspraak van het medeplegen van handel in softdrugs. Taakstraf van 50 uur voo rhet voorhanden hebben van een mortierbom/shell. Toewijzing TUL: gevangenisstraf is omgezet in taakstraf.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05-149097-24 en 05-124509-21 (Tul)
Datum uitspraak : 27 mei 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. H.J.M. Nijenhuis, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 februari 2023 tot en met 5 oktober 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] en/of te [plaats 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens)
opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram, althans enige hoeveelheden van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj/wiet) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj en/of wiet (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 5 oktober 2023 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten een mortierbom en/of shell althans een vuurwerkbom voorhanden heeft gehad.
2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het medeplegen van handel in softdrugs onder feit 1 vanwege het ontbreken van bewijs. Het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk onder feit 2 kan naar de mening van de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van handel in drugs onder feit 1 wegens het ontbreken van bewijs. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende verdenking was om een doorzoeking in de woning van verdachte te rechtvaardigen. De doorzoeking is naar zijn mening onrechtmatig geweest en moet tot bewijsuitsluiting leiden. De uitsluiting van bewijs dat is voortgekomen uit de onrechtmatige doorzoeking leidt er toe dat ook voor het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk onder feit 2 vrijspraak moet volgen.
Beoordeling door de rechtbank
Rechtmatigheid van de doorzoeking aan de [adres] in [plaats 2]
Een rechter-commissaris in strafzaken is de autoriteit die gaat over het doorzoeken ter inbeslagneming van woningen. De rechter-commissaris heeft op 4 oktober 2023 de vordering tot doorzoeking ter inbeslagneming van het pand aan de [adres] in [plaats 2] toegewezen (p. 574) en een machtiging tot het binnentreden in de woning (p. 575) afgegeven. Het is vaste rechtspraak dat de zittingsrechter beslissingen van een rechter- commissaris marginaal toetst, en dat aldus ter beoordeling de vraag voorligt of de rechter-commissaris in redelijkheid tot de beslissing kon komen om een beslissing tot doorzoeking van de woning van verdachte af te geven. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming (p. 571 t/m 573) bevat voldoende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechter-commissaris in redelijkheid tot de beslissing kon komen om in de woning van verdachte een doorzoeking toe te staan.
Feit 1 - vrijspraak
De rechtbank is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 1. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring van medeplegen van handel in softdrugs te komen.
Feit 2
Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering).
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 14;
- het proces-verbaal van onderzoek aan het inbeslaggenomen vuurwerk, p. 32 t/m 39;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 mei 2025.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
2.
hij op of omstreeks 5 oktober 2023 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, al dan niet opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, een hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten een mortierbom en/of /shell althans een vuurwerkbom voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 2:
overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.
5 De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 50 uur.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte met het voorarrest al voldoende is gestraft.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder die is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
-
het uittreksel Justitiële Documentatie van 7 april 2025 (het strafblad),
-
het advies van Reclassering Nederland van 20 december 2024.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
Verdachte is eerder veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder het voorhanden hebben van
illegaal vuurwerk.
De ernst van de feiten
Op 5 oktober 2023 is in de woning van verdachte een mortier/shell aangetroffen. Het voorhanden hebben van illegaal vuurwerk is bijzonder gevaarlijk. Als het vuurwerk in de woning van verdachte was afgegaan, zou dat mogelijk zeer ernstige gevolgen hebben gehad, niet alleen voor de bewoners zelf, maar ook voor omwonenden en goederen, nog daargelaten dat dit vuurwerk in handen van een niet professionele partij zoals verdachte doorgaans bestemd is voor hinderlijk, schadelijk en/of zelfs misdadig gebruik.
Rapportage
Verdachte lijkt voldoende ingebed te zijn binnen de geboden hulpverlening op financieel gebied en huisvesting. Hij lijkt geen noemenswaardige problemen te ervaren waarvoor interventies geïndiceerd zijn. Het recidiverisico kan niet worden ingeschat. De reclassering adviseert bij een veroordeling een werkstraf zonder bijzondere voorwaarden.
De straf
De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf opleggen van 50 uur, conform de eis van de officier van justitie.
8. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 05-124509-21)
De politierechter heeft verdachte op 4 oktober 2021 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand.
De officier van justitie vordert dat de tenuitvoerlegging van die straf wordt omgezet naar een taakstraf van 60 uur.
De raadsman heeft primair bepleit dat de vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen. Het gaat om andersoortige feiten die dateren uit 2021. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de tenuitvoerlegging wordt omgezet naar een taakstraf.
Omzetten in taakstraf
De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging toewijzen omdat verdachte tijdens de proeftijd een strafbaar feit heeft gepleegd en in plaats van een gevangenisstraf een taakstraf van 60 uur gelasten.
9 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 22 c en 22b van het Wetboek van Strafrecht;
- 9.2.2.1 Wet milieubeheer;
- 1.2.2 Vuurwerkbesluit.
10 De beslissing
De rechtbank:
? spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;
? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
? legt op een taakstraf van 50 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;
? beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
? gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf een taakstraf gedurende 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen (parketnummer 05-124509-21).
|
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.M. Bögemann (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. R. Raat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 mei 2025. mr. Bögemann is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. |
||