Strafrecht overig

Veroordeling voor 6 WVW (op verkeerde weghelft rijden) tot taakstraf 120 uur en ontzegging rijbevoegdheid 6…

Rechtbank Gelderland, 25 maart 2026

Zaakgegevens

Op 25 maart 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
25 maart 2026
Datum publicatie
25 maart 2026
Zaaknummer
05/292143-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2375
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling voor 6 WVW (op verkeerde weghelft rijden) tot taakstraf 120 uur en ontzegging rijbevoegdheid 6 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/292143-25

Datum uitspraak : 25 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] (Eritrea),

wonende aan [adres] .

Raadsvrouw: mr. F.M. IJsseldijk, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 20 april 2025 te Arnhem in de gemeente Arnhem, als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting

van de Airborneplein en gaande in de richting van de Batavierenweg, daarmee

rijdende over de weg de Nijmeegseweg,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of

onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of

zijn aandacht gedurende enige tijd heeft gericht op de navigatie op zijn telefoon, in

ieder geval zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer

en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor

hem, verdachte gelegen weggedeelte(n) van die weg (de Nijmeegseweg) en/of het

verloop van die weg (de Nijmeegseweg) en/of

in of nabij een in die weg (de Nijmeegseweg) gelegen, niet heeft (bij)gestuurd en/of

niet het verloop van die weg/rijbaan heeft gevolgd en/of de weg voor

tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen,

-in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet

aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden

en/of gebruik heeft gemaakt van de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende

verkeer, terwijl een hem tegemoetkomende personenauto reeds (kort) genaderd

was, en/of

-in strijd met het gestelde in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en

verkeersteken 1990 dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van

de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door zijn

bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen,

-welke strepen op die weg (de Nijmeegseweg) waren aangebracht tussen de

rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en/of

- met dat door zijn bestuurde motorrijtuig (personenauto/bedrijfsauto), naar links

heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of rechtdoor is gereden, waarbij hij niet

het verloop van die weg heeft gevolgd en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het

tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en/of

- niet de snelheid van dat door zijn, verdachte bestuurde voertuig (personenauto)

zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand

te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Nijmeegseweg)

kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- bij het (dicht) naderen van voornoemd tegemoetkomend verkeer naar links heeft

gestuurd, terwijl de hem tegemoetkomende personenauto uitweek naar rechts, ten

gevolge waarvan de door hem bestuurde personenauto frontaal is gebotst tegen,

althans in aanrijding is gekomen met, de hem tegemoetkomende personenauto

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ) zwaar lichamelijk letsel

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op 20 april 2025 te Arnhem in de gemeente Arnhem, als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting

van de Airborneplein en gaande in de richting van de Batavierenweg, daarmee

rijdende over de weg de Nijmeegseweg,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of

zijn aandacht gedurende enige tijd heeft gericht op de navigatie op zijn telefoon, in

ieder geval zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer

en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor

hem, verdachte gelegen weggedeelte(n) van die weg (de Nijmeegseweg) en/of het

verloop van die weg (de Nijmeegseweg) en/of

in of nabij een in die weg (de Nijmeegseweg) gelegen, niet heeft (bij)gestuurd en/of

niet het verloop van die weg/rijbaan heeft gevolgd en/of de weg voor

tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen,

-in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet

aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden

en/of gebruik heeft gemaakt van de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende

verkeer, terwijl een hem tegemoetkomende personenauto reeds (kort) genaderd

was, en/of

-in strijd met het gestelde in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en

verkeersteken 1990 dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van

de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door zijn

bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen,

-welke strepen op die weg (de Nijmeegseweg) waren aangebracht tussen de

rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en/of

- met dat door zijn bestuurde motorrijtuig (personenauto/bedrijfsauto), naar links

heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of rechtdoor is gereden, waarbij hij niet

het verloop van die weg heeft gevolgd en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het

tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en/of

- niet de snelheid van dat door zijn, verdachte bestuurde voertuig (personenauto)

zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand

te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Nijmeegseweg)

kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- bij het (dicht) naderen van voornoemd tegemoetkomend verkeer naar links heeft

gestuurd, terwijl de hem tegemoetkomende personenauto uitweek naar rechts, ten

gevolge waarvan de door hem bestuurde personenauto frontaal is gebotst tegen,

althans in aanrijding is gekomen met, de hem tegemoetkomende personenauto

en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 april 2025 te Arnhem als bestuurder van een motorvoertuig

(personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Nijmeegseweg,

welke weg uit gescheiden rijbanen bestond, niet zoveel mogelijk rechts heeft

gehouden, immers reed hij toen en daar op het weggedeelte dat bestemd was voor

het tegemoetkomende verkeer.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde. De officier van justitie gaat daarbij uit van aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijgedrag. Het letsel van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is volgens de officier van justitie aan te merken als zwaar lichamelijk letsel en dat van [slachtoffer 1] als letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachtes handelen niet verder gaat dan aanmerkelijke onvoorzichtigheid in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Voorts is aangevoerd dat bij de slachtoffers geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, maar dat de opgelopen verwondingen uitsluitend zijn te kwalificeren als zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Beoordeling door de rechtbank

Op 20 april 2025 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de Nijmeegseweg in Arnhem, waarbij een Ford Fiësta en een Volkswagen Up betrokken waren. Verdachte was de bestuurder van de Ford Fiësta en in dat voertuig zat als passagier zijn vader, [slachtoffer 3] . [slachtoffer 1] was de bestuurder van de Volkswagen Up en in dat voertuig zat als passagier [slachtoffer 2] . Verdachte kwam uit de richting van het Airborneplein en reed in de richting van de Batavierenweg. Tijdens het rijden heeft hij zijn aandacht in belangrijke mate gericht op zijn navigatiesysteem. Verdachte heeft verklaard dat het navigatiesysteem hem instrueerde om linksaf te slaan en dat het scherm van zijn telefoon waarop de navigatie zichtbaar was donker werd. Hij heeft vervolgens naar links gestuurd en is op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weghelft terechtgekomen. Daarbij heeft hij een dubbele doorgetrokken streep tussen zijn rijstrook en de twee linkerrijstroken bedoeld voor het tegemoetkomende verkeer overschreden. Toen verdachte vervolgens werd geconfronteerd met het tegemoetkomend voertuig waarin [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zaten, heeft hij niet tijdig en op juiste wijze gecorrigeerd. In plaats van terug te sturen naar rechts, heeft hij opnieuw naar links gestuurd, terwijl [slachtoffer 1] naar rechts stuurde waarna een botsing is ontstaan. Verdachte was beginnend bestuurder. Het zicht van verdachte werd niet belemmerd.

Als gevolg van het ongeval heeft [slachtoffer 1] meerdere kneuzingen in zijn lichaam, een scheur in zijn buikspier en een scheur in zijn bilspier opgelopen. [slachtoffer 1] kon negen dagen na het ongeval nog steeds niet werken. [slachtoffer 2] liep bij het ongeval drie gebroken ribben op, een mesentariaal hematoom (bloeduitstorting in het vlies dat de darmen met de achterwand van de buikholte verbindt) en een botbreuk in haar rechtervoet, waarvoor ze 18 dagen loopgips heeft gehad. [slachtoffer 2] is één nacht in het ziekenhuis opgenomen geweest. [slachtoffer 3] had meerdere gebroken ribben, een breuk in zijn borstbeen en een klaplong. De geschatte genezingsduur bedroeg twee maanden.

Schuld

Beoordeeld moet worden of het ongeval in strafrechtelijke zin aan de schuld van verdachte is te wijten.

Om tot het oordeel te komen dat verdachte schuld heeft aan het ongeval zoals bedoeld in artikel 6 WVW, is vereist dat het rijgedrag van de verdachte ten minste aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam is geweest. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld in bovenstaande zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en tot slot naar de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet alleen uit de ernst van de gevolgen kan worden afgeleid dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat sprake is van een opeenvolging van verkeersfouten. Verdachte heeftonvoldoende aandacht gehad voor de weg en het overige verkeer doordat hij zich liet afleiden door zijn navigatiesysteem. Vervolgens heeft hij naar links gestuurd op een punt waar hij dacht links af te moeten slaan en is daarbij op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer terechtgekomen. Daarbij heeft hij een dubbele doorgetrokken streep overschreden. Vervolgens heeft verdachte niet op de juiste wijze gecorrigeerd toen het tegemoetkomend voertuig naderde door opnieuw naar links te sturen (eveneens een rijbaan voor tegemoetkomend verkeer). Bovendien had verdachte zijn snelheid niet zodanig aangepast dat hij zijn voertuig tijdig tot stilstand kon brengen over de afstand die hij kon overzien en die vrij was.

Gelet hierop is verdachte naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam geweest. De gedragingen van verdachte, zoals hiervoor weergegeven, hebben het ongeval veroorzaakt en rechtvaardigen de conclusie dat verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval.

Letsel

Voor een bewezenverklaring van artikel 6 WVW is naast schuld (kort samengevat) ook vereist dat door verdachte aan een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat. De rechtbank heeft dus te beoordelen of het letsel van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] als zodanig kwalificeert.

De rechtbank is van oordeel dat het letsel van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt gelet op de veelheid en combinatie van letsels, de noodzaak tot medische behandeling en de te verwachten herstelduur, zoals hiervoor beschreven.

Het letsel van [slachtoffer 1] kan vanwege de geringe aard niet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Wel is de rechtbank van oordeel dat sprake is van zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. [slachtoffer 1] kon immers negen dagen na het ongeval nog niet werken of autorijden.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:

hij op 20 april 2025 te Arnhem in de gemeente Arnhem, als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting

van het Airborneplein en gaande in de richting van de Batavierenweg, daarmee

rijdende over de weg de Nijmeegseweg,

roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of

onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of

terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of

zijn aandacht gedurende enige tijd heeft gericht op de navigatie op zijn telefoon, in

ieder geval zijn aandacht niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer

en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of gehad en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor

hem, verdachte gelegen weggedeelte(n) van die weg (de Nijmeegseweg) en/of het

verloop van die weg (de Nijmeegseweg) en/of

in of nabij een in die weg (de Nijmeegseweg) gelegen, niet heeft (bij)gestuurd en/of

niet het verloop van die weg/rijbaan heeft gevolgd en/of op de weg voor

tegemoetkomend verkeer terecht is gekomen,

-in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeertekens 1990 niet

aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden

en/of gebruik heeft gemaakt van de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende

verkeer, terwijl een hem tegemoetkomende personenauto reeds (kort) genaderd

was, en/of

-in strijd met het gestelde in artikel 76 van het Reglement verkeersregels en

verkeersteken 1990 dubbele doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van

de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/of zich met het door zijn

bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen,

-welke strepen op die weg (de Nijmeegseweg) waren aangebracht tussen de

rijstroken, met verkeer in beide richtingen-, heeft bevonden en/of

- met dat door zijn bestuurde motorrijtuig (personenauto/bedrijfsauto), naar links

heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of rechtdoor is gereden, waarbij hij niet

het verloop van die weg heeft gevolgd en/of geheel of gedeeltelijk op de voor het

tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg is terechtgekomen en/of

- niet de snelheid van dat door zijn, verdachte bestuurde voertuig (personenauto)

zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (personenauto) tot stilstand

te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de Nijmeegseweg)

kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- bij het (dicht) naderen van voornoemd tegemoetkomend verkeer naar links heeft

gestuurd, terwijl de hem tegemoetkomende personenauto uitweek naar rechts, ten

gevolge waarvan de door hem bestuurde personenauto frontaal is gebotst tegen,

althans in aanrijding is gekomen met, de hem tegemoetkomende personenauto

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ) zwaar lichamelijk letsel

of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander (zwaar) lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om aan verdachte een geheel voorwaardelijke rijontzegging op te leggen en aanvullend een geldboete of een (deels) voorwaardelijke taakstraf. Hiertoe is gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zo is verdachte vader, kostwinner van het gezin en voor zijn werkzaamheden afhankelijk van zijn rijbewijs.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft op 20 april 2025 een verkeersongeval veroorzaakt. Verdachte reed op een voor hem onbekende weg en heeft zich daarbij laten afleiden door zijn navigatiesysteem. Als gevolg daarvan heeft hij naar links gestuurd waar dat niet mogelijk was omdat hij dacht daar links af te kunnen slaan en is hij op de verkeerde weghelft terechtgekomen. Daarbij is hij over een dubbel doorgetrokken streep gereden. Toen een correctie noodzakelijk was, omdat hij werd geconfronteerd met een tegemoetkomend voertuig, heeft verdachte – in een kennelijk paniekreactie – nogmaals naar links gestuurd, terwijl uitwijken naar rechts aangewezen was. Daardoor is een botsing ontstaan met een tegemoetkomende auto waarin [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zaten. Beiden liepen hierdoor letsel op. Ook de bijrijder van verdachte, zijn vader, raakte ernstig gewond. Met zijn handelen heeft verdachte niet alleen zijn eigen veiligheid maar ook de veiligheid van andere verkeersdeelnemers ernstig in gevaar gebracht. Gelet op de omstandigheden waaronder de aanrijding heeft plaatsgevonden, mag verdachte van geluk spreken dat het ongeval niet nog ernstigere gevolgen heeft gehad.

Uit het strafblad van verdachte van 2 februari 2026 volgt dat hij niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank voor de overtreding van artikel 6 WVW aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarin is vermeld welke straffen doorgaans worden opgelegd voor soortgelijke feiten. De rechtbank is van oordeel dat in onderhavig geval aansluiting dient te worden gezocht bij in deze oriëntatiepunten genoemde categorie “aanmerkelijke schuld” van verdachte aan het verkeersongeval waardoor zwaar lichamelijk letsel is ontstaan, waarbij de oriëntatiepunten uitgaan van een taakstraf van 120 uur en 6 maanden onvoorwaardelijke rijontzegging. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding om hiervan af te wijken.

Alles overziend legt de rechtbank aan verdachte op een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op voor de duur van 6 maanden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? legt op een taakstraf van 120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

? ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. S. Jansen en mr. P.J. Verbeek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 maart 2026.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025182089, gesloten op 21 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 8-11; proces-verbaal van bevindingen, p. 28, proces-verbaal FO Verkeer, p. 192-212; de verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 11 maart 2026. Proces-verbaal FO Verkeer, p. 199-200. Proces-verbaal van bevindingen, p. 31; een schriftelijke bescheid, te weten diverse foto’s met daarop medische informatie van Rijnstate en het letsel, p. 156-191; proces-verbaal van verhoor slachtoffer [slachtoffer 1] , p. 19-20. Proces-verbaal van bevindingen, p. 33; een schriftelijke bescheid, te weten diverse foto’s met daarop medische informatie van Rijnstate en het letsel, p. 145-152; proces-verbaal verhoor slachtoffer [slachtoffer 2] , p. p. 16. Geneeskundige verklaring [slachtoffer 3] , p. 90.