Strafrecht overig

Heropening van het onderzoek. De rechtbank constateert dat zij sedert de sluiting van het onderzoek ter…

Rechtbank Limburg, 9 december 2024

Zaakgegevens

Op 9 december 2024 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
9 december 2024
Datum publicatie
10 december 2024
Zaaknummer
03/098805-22 OWV
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2024:9168
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Heropening van het onderzoek. De rechtbank constateert dat zij sedert de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting in de onderhavige zaak, die meer dan normale aandacht vergt, onvoldoende tijd heeft kunnen besteden aan de beraadslaging en het formuleren van de uitspraak. Uit een oogpunt van een behoorlijke rechtspleging is het naar het oordeel van de rechtbank van belang dat het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend opdat zij in de gelegenheid zal zijn de aangevangen beraadslaging te voltooien en haar beslissingen op de bij de wet voorgeschreven wijze in een schriftelijke uitspraak neer te leggen.

Het onderzoek ter terechtzitting zal derhalve worden heropend en vervolgens worden geschorst tot de terechtzitting van woensdag 18 december 2024 te 13:30 uur waarna het onderzoek ter terechtzitting terstond zal worden gesloten en aansluitend het vonnis worden uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer : 03/098805-22 OWV

Tegenspraak

Tussenuitspraak van de meervoudige kamer d.d. 9 december 2024 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1986,

wonende te [adres] (Bondsrepubliek Duitsland).

[verdachte] wordt bijgestaan door mr. L.P.H. Hameleers, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 november 2024. [verdachte] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/098805-22. Op 9 december 2024 heeft de rechtbank eerst tussenvonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige tussenuitspraak gewezen.

2 De heropening van het onderzoek

De rechtbank constateert dat zij sedert de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting op

25 november 2024 in de onderhavige zaak, die meer dan normale aandacht vergt, onvoldoende tijd heeft kunnen besteden aan de beraadslaging en het formuleren van de uitspraak. Uit een oogpunt van een behoorlijke rechtspleging is het naar het oordeel van de rechtbank van belang dat het onderzoek ter terechtzitting wordt heropend opdat zij in de gelegenheid zal zijn de aangevangen beraadslaging te voltooien en haar beslissingen op de bij de wet voorgeschreven wijze in een schriftelijke uitspraak neer te leggen.

Het onderzoek ter terechtzitting zal derhalve worden heropend en vervolgens worden geschorst tot de terechtzitting van woensdag 18 december 2024 te 13:30 uur waarna het onderzoek ter terechtzitting terstond zal worden gesloten en aansluitend het vonnis worden uitgesproken.

3 De beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek ter terechtzitting en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op 18 december 2024 om 13:30 uur;

  • beveelt de oproeping van de verdachte tegen de dag en het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat en verstaat dat de raadsman afschrift van deze oproeping zal ontvangen, met dien verstande dat in deze hernieuwde oproep wordt meegedeeld dat de aanwezigheid van de verdachte niet vereist is;

  • beveelt dat de benadeelde partijen in kennis worden gesteld van de dag en het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat.

Dit tussenvonnis is gewezen door mr. K. Mestrom, voorzitter, mr. D. Osmic en mr. W. Loof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 december 2024.

Buiten staat

De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.